Benm schreef:
Een issue is dat we precies dat soort plaatsen aan het creeeren zijn: ophopingen van enorme hoeveelheden kunststof in een beperkt gebied: vuilstortplaatsen.
In nederland zie je ze niet veel, maar als je wat verder de wereld rond reist zie je ze overal. In sommige landen heb je open vuilstorten van tig vierkante kilometer, bezaaid met diverse plastics en continu voorzien van daglicht, lucht, regenwater en dergelijke.
Hoe het zich vergelijkt met het verre verleden weet ik niet, maar -blijkbaar- zijn er nu al bacterien die geevoluuerd zijn om het als voedsel te kunnen gebruiken, terwijl PET nog geen 40 jaar breed gebruikt wordt. Dat doet ergens vermoeden dat zoiets ook wel mogelijk is voor andere kunststoffen, en mogelijk al gebeurd is zonder dat het ontdekt is.
Ja, maar ik stel me vragen bij hoe goed zo'n micro-organismen zich gaan kunnen verspreiden, onze (beperkte) kennis over de ecologie ten tijde van het Carboon in gedachte houdend. PET kunnen afbreken is vooral goed als er enorm veel PET aanwezig is, maar de problematiek van niet-afbrekende plastic is net vooral een entropisch probleem. Dit zal dus inderdaad kunnen werken voor storten, maar deze waren sowieso al niet zo'n groot probleem zolang er niks uit kon lekken. Het probleem is dat plastic zich zowat overal tussen mengt in relatief lage concentraties, daar traag fysiochemisch afbreekt en derivaten of fijne partikels produceert die allerhande schade kunnen aanrichten.
Dit alles onder het idee: ik verwacht niet dat men frequente, biologische plastic-degradatie mag gaan verwachten, zowel in de goede zin dat het vervuiling tegengaat als de slechte zin dat het de durabiliteit van ons materiaal verslechtert.
Ik vraag me nu ook af hoe dergelijke afbraak biochemisch verloopt naargelang de chemie van het substraat. Ik zou bijvoorbeeld denken dat PET heel wat gemakkelijker gaat dan PVC of teflon. Kevlar of nylon zouden dan misschien makkelijker gaan, daar ze sterk verwant zijn aan allerhande natuurlijk voorkomende eiwitten (allen polyamides). Ik kan me ook voorstellen dat biogene afbraakstoffen van bepaalde organohalogene kunststoffen wel eens een invloed kunnen hebben op het broeikaseffect of op stratosferische ozonafbraak.