Begrijp ik het goed dat in punt (-5,10) van dit vectorveld een mee stromend deeltje 58 x zo snel ronddraait als in punt (1,1) of moet ik dat anders zien?
De curl (rotatie) gaat niet over hoe een deeltje ten gevolge van een stroming mee beweegt in die stroming, je moet het dus niet beschouwen als een "mee stromend deeltje".
Als je een deeltje (neem voor de eenvoud een kleine bol) op een vaste plaats in het veld plaatst, dan is de curl een maat voor de neiging van die bol om ("ter plekke") te beginnen draaien: rond de as gegeven door de curl (rotatieas) en met een (hoek)snelheid die evenredig is met de grootte van de curl. Het klopt dus wel dat die rotatie voor zo een bol in (-5,10) 58 keer zo snel is in vergelijking met een bol in (1,1).