Dankje wel voor al jullie antwoorden

. Ik heb wel nog een probleem. Ik moet dus nu bij een paar spreekwoorden zien te weten in welke situatie ik die uitdrukkingen moet toepassen. Omdat ik al bijna geen enkele uitdrukking ken weet ik ook niet in welke situaties mensen die gebruiken. Daarom vroeg ik me af of jullie misschien konden helpen. Het zijn er wel een beetje veel maar ik heb de hulp hard nodig dus elk beetje hulp is handig. De spreekwoorden waarvan ik moet weten in welke situaties je moet toepassen zijn:
"Onkruid vergaat niet"
"Blaffende honden bijten niet"
"Nieuwe bezems vegen schoon"
"De morgenstond heeft goud in de mond"
"Men moet geen slapende honden wakker maken"
"Stille waters hebben diepe gronden"
"Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is"
"Als je van de duivel spreekt zie je zijn staart"
"De boog kan niet altijd gespannen staan"
"Als het kalf verdronken is, dempt men de put"
"Hoge bomen vangen veel wind"
"Waar het hart vol van is loopt de mond van over"
"Als de vos passie preekt, boer pas op je ganzen"
"Als de wijn is in de man, is de wijsheid in de kan"
"Wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in"
Alvast bedankt voor degene die mij hebben geholpen.