Dag allemaal
Volgens mijn cursus is er competitie tussen de radicalaire additie op alkeen en de radicalaire allylische substitutie.
De temperatuur en de halogeen concentratie spelen een rol hierbij. Voor de chloorconcentratie is het duidelijk. Maar voor de temperatuur ben ik niet zeker of mijn redenering klopt of volledig is. Zoiets als:
"Bij lagere temperatuur is er niet genoeg energie om de α-C-H binding van de alfa waterstof te breken. De zwakste binding wordt de gebroken namelijk die pi-binding. Bij hogere temperatuur( > 400°C) is er genoeg energie om die α-C-H binding te breken waardoor deze de voorkeur krijg want het bekomen radicaal ondervindt dan ook stabilisatie."
Ik vind in handboeken organische chemie door Bruice, McMurry of Claisen niet zoveel informatie hierover
Groetjes
Valerion
Puzzels