Dit kun je officieel doen door te stellen dat er x mol/L azijnzuur (HAc) is geïoniseerd, hier dan het aantal mol/L H+ van het zoutzuur bij op te tellen en dan x op te lossen uit de evenwichtsvoorwaarde.
De vraag is echter of dat nodig is. Ga eens na wat Ac- zou zijn bij 0,1M H+ en je dus H+ afkomstig van het HAc even verwaarloost.
En ga dan na of deze verwaarlozing gerechtvaardigd is.
HCl is een sterk zuur. Een sterk zuur kun je beschouwen als volledig geïoniseerd. Je kunt H3O+ afkomstig van beide zuren dus gewoon bij elkaar optellen. Er vindt geen reactie plaats tussen beide zuren plaats.
Wel wordt de ionisatie van azijnzuur door de aanwezigheid van een sterk zuur teruggedrongen. Maar dit terzijde.