Goede avond,
Voor de studie Bouwkunde (architectuur en interieur) moet ik mijn wiskunde ophalen (tsja, da's alweer eventjes geleden). Hartstikke leuk natuurlijk, enkel gaat het niet zo makkelijk als voorheen.
Ik volg nu een e-learning module bij 't NCOI, en dit gaat -tot op zekere hoogte- goed. Nu ben ik aanbeland bij het onderdeel 'haakjes wegwerken'. Dat gaat in principe goed, enkel ben ik de draad kwijt bij een van de laatste onderdelen van het haakjes wegwerken.
De theorie stelt:
ab + ac = a (b + c)
ac + bc = (a + b) c
Tot dusver snapt ik het.
Maar dan komen we bij hetgeen ik dus erg moeilijk vind. De opgave luidt:
2(a+3)^2 + 4(a+3)
Ik kwam hier niet uit, dus heb ik het antwoord opgezocht.
2(a+3)^2 + 4(a+3) = 2(a+5)(a+3)
Met het opzoeken van het antwoord had ik gehoopt iets te kunnen achterhalen van de gedachtegang, maar ik heb werkelijk waar geen flauw idee hoe ik van 2(a+3)^2 + 4(a+3) tot 2(a+5)(a+3) zou moeten komen.
Mijn vraag is dan ook: hoe kom ik aan dit antwoord!?
Bij voorbaat is mijn dank groot!
-Jurriën.
Puzzels