Tijdens de terugtocht van Napoleon’s leger uit Rusland in 1812 kwamen minstens 300.000 soldaten om. Recente genetische technieken hebben nu twee ziekteverwekkers geïdentificeerd die mogelijk een rol speelden bij een deel van deze sterfgevallen.
Toen Napoleon met zijn leger van een half miljoen manschappen de barre Russische winter trotseerde, werden enorme aantallen niet gedood door vijandelijk vuur, maar stierven zij aan honger, uitputting, bittere kou en ziekte. Uit historische ooggetuigenverslagen bleek dat vooral tyfus en loopgravenkoorts verantwoordelijk waren voor de massale sterfte. Deze theorie werd bijna twintig jaar geleden al ondersteund door eerdere genetische onderzoeken en wordt nu opnieuw bevestigd door geavanceerde DNA-analyses.