Er zijn allerlei interactive Spacetime Diagrams online om bijvoorbeeld Lorentransformaties mee te maken, zoals deze:
https://www.geogebra.org/m/s7xsubde
Waarbjj je vanalles aan en uit kunt zetten. Is vrij uitgebreid wat dat betreft, maar weer beperkt in allerlei andere dingen (zo snel ik het even heb kunnen zien).
Misschien is bijvoorbeeld deze beter met eerst het doornemen van "examples en exercises" of de tutorial:
https://www.trell.org/div/minkowski.html
Je hebt veel verschillende.
Maar, kennelijk heb je je eigen software er al voor?
Iig, je moet natuurlijk wel zo goed mogelijk weten wat een Minkowski (ruimtetijd) diagram überhaupt allemaal inhoudt en uiteraard wat een Lorentztransformatie is, wat hier mooi uitgelegd wordt:
https://tikz.net/relativity_minkowski_diagram/
Dat zal je vragen allemaal beantwoorden.
Door het enkel wat door te bladeren zul je vast veel bekends tegenkomen, zoals het "uitrekken langs 1 van beide 45-graden richtingen"; wat de wereldlijnen van het licht zijn en de lichtkegel vormt. (In werkelijkheid een hyperkegel, vanwege 3 ruimtelijke richtingen, maar wat onmogelijk is om af te beelden noch gemakkelijk is om iets bij voor te stellen, maar dat daar gelaten.)
Afijn om eindelijk op je laatste vraag te reageren:
De licht-wereldlijnen liggen in Minkowski-diagrammen altijd exact op 45°, en dat komt door de hyperbolische geometrie van de Minkowski-ruimte. Dat zie je ook terug in de formule voor het ruimtetijdinterval:
\(\Delta s^2 = c^2\Delta t^2 - \Delta x^2\) of
\(\Delta s^2 = -c^2\Delta t^2 + \Delta x^2\) (afhankelijk van de gekozen signatuur).
Het minteken maakt dit wezenlijk anders dan Euclidische meetkunde: je hebt geen cirkels van constante afstand, maar hyperbolen van constante interval.
In Euclidische ruimte geven cirkels
\(x^2 + y^2 = R^2\) de punten die allemaal even ver van de oorsprong liggen. In Minkowski-ruimte worden dat geen cirkels maar hyperbolen: de krommen waarbij
\(c^2t^2 - x^2 = \text{constant}\).
Oftewel de hyperbolen verbinden alle gebeurtenissen die dezelfde eigentijd
\(\tau\) hebben voor een bewegende klok. Dáár zit dus de link met de “hyperbolische rotatie” van een Lorentz-transformatie (dit kun je mooi zien in die eerste online interactieve Minkowski diagram, door de snelheid van een object te veranderen).
De ruiten die je tekent (vierkant → ruit) zijn gewoon visuele hulplijnen. Wat écht hyperbolisch is, zijn dus die eigentijd-hyperbolen. Dat kun je mooi zien in interactieve Minkowski-diagrammen: als je de snelheid van een object verandert, schuift de wereldlijn, maar de hyperbolen blijven precies dezelfde eigentijd aangeven.
Nou ja, hopelijk kun je hier iets mee.
PS.
Zie eventueel ook het legitieme filmpje hier:
https://www.pbs.org/video/the-geometry- ... ty-sesxql/