Deel 1 linearisatie, superpositie en invariantie
Wanneer we een natuurkundig systeem mathematisch willen beschrijven, moeten we bepalen welke eigenschappen die beschrijving moet bezitten om betrouwbaar, consistent en onafhankelijk van willekeurige keuzes te zijn.
In het kader van deze tekst blijken de kernwoorden lineariteit, superpositie en invariantie te zijn.
Lineariteit en superpositie
We kunnen natuurkundige theorieën opdelen in lineaire en niet-lineaire theorieën.
Lineaire natuurkundige theorieën
Deze theorieën voldoen aan het superpositieprincipe: oplossingen kunnen worden opgeteld om nieuwe oplossingen te vormen. Enkele voorbeelden:
- Elektrodynamica (Maxwellvergelijkingen), De klassieke elektromagnetische veldvergelijkingen zijn lineair in het veld (bij afwezigheid van niet-lineaire materialen).
Kwantummechanica (Schrödingervergelijking) De tijdafhankelijke Schrödingervergelijking is lineair in de golffunctie, wat interferentie en superpositie mogelijk maakt.
Klein-Gordon en Dirac-vergelijkingen, Deze relativistische veldvergelijkingen zijn ook lineair in hun respectieve velden.
Lineaire elastische theorie Voor kleine vervormingen is de relatie tussen spanning en rek lineair (Hooke’s wet).
Lineaire golfvergelijkingen Geluidsgolven in een homogeen medium volgen een lineaire golfvergelijking.
Niet-lineaire natuurkundige theorieën
- Hier werkt superpositie niet; kleine veranderingen kunnen grote effecten hebben. Hier enkele voorbeelden:
Algemene relativiteitstheorie (Einsteinvergelijkingen) De metriek en kromming beïnvloeden elkaar op een niet-lineaire manier.
Navier-Stokesvergelijkingen (vloeistofdynamica) De convectieterm maakt deze vergelijkingen sterk niet-lineair.
Niet-lineaire optica Bij hoge intensiteiten ontstaan verschijnselen zoals harmonische generatie.
Plasmafysica en turbulentie Interacties tussen velden en deeltjes zijn niet-lineair.
Sterke interacties (QCD) De gluon-zelfinteracties maken de theorie niet-lineair.
Maar wat is nu lineariteit en superpositie?
Definitie lineariteit
Lineariteit betekent dat de uitkomst van een combinatie van inputs gelijk is aan de combinatie van de afzonderlijke uitkomsten.
Een systeem of operator is lineair als het voldoet aan twee eigenschappen:
Additiviteit:
f(x_1+x_2)=f(x_1)+f(x_2)
Homogeniteit (schaalbaarheid):
f(a⋅x)=a⋅f(x)
voor elke constante a.
Samen vormen deze eigenschappen de definitie van lineariteit. Dus een lineair systeem reageert proportioneel en optelbaar op invoer.
Definitie superpositie
Het superpositieprincipe zegt: als een systeem lineair is, dan is de totale respons op meerdere prikkels de som van de afzonderlijke responsen.
Voorbeeld in fysica:
- Golven: als twee golven elkaar ontmoeten, is de resulterende golf de som van beide (interferentie).
Elektromagnetisme: het totale veld van meerdere bronnen is de vectoriële som van hun individuele velden.
Superpositie is een direct gevolg van lineariteit. Zonder lineariteit werkt superpositie niet. In niet-lineaire systemen (bijv. chaotische dynamica) kun je twee oplossingen niet simpelweg optellen.
Veel fysische systemen zijn niet-lineair: hun output is geen eenvoudige som van hun inputs. Toch willen we zulke systemen lokaal kunnen analyseren en voorspelbare benaderingen maken. Linearisatie maakt dit mogelijk door een niet-lineaire vergelijking te vervangen door een eerste-orde benadering in de buurt van een gekozen oplossing.
Voorbeelden hiervan zijn ), bijvoorbeeld gravitatiegolven in ART of kleine verstoringen in vloeistoffen.
Invariantie
Buiten deze twee concepten is voor de fysica nog een derde eigenschap uitermate belangrijk namelijk invariantie.
Het relativiteitsprincipe is één van de meest fundamentele pijlers van de moderne natuurkunde. Dit principe stelt dat de natuurwetten dezelfde vorm hebben in alle referentiekaders
Populair gezegd natuurwetten mogen niet afhangen van willekeurige keuzes van waarnemers.
Wiskundig vertaald dit zich dat de vergelijkingen die de natuurwetten beschrijven invariant zijn onder assentransformaties.