Hier een eerste vraag met een indicatie van de moeilijkheidsgraad.
QFT is wiskundig lastige theorie met technieken die je in andere takken van de wetenschap niet direct tegenkomt, zeker niet op beginnersniveau. Zijn jullie al gevorderde wiskundige technieken uit QFT elders tegengekomen? Waar? Helpt dat om het inzicht te vergroten?
Ik denk aan Wick rotaties, contour integratie, het truukje met de \(i\epsilon\)-term in de Feynman-propagator, ... om wat inspiratie te geven.
Tijdens mijn ingenieurs opleiding hebben we bvb. wel contourintegratie in het complexe vlak geleerd, maar voor technische toepassingen niet expliciet gebruikt.
Bij het opstellen van mijn bijdragen maak ik regelmatig gebruik van AI als hulpmiddel voor analyse en formulering
Je kunt de technieken van b.v. contourintegratie vrij algemeen toepassen bij partiële differentiaalvergelijkingen: Fourier-transformeer zodat de differentiaalvgl algebraïsch wordt en pas contourintegratie toe. Zo'n i-epsilon prescriptie legt dan gewoon randcondities op die uit de familie van oplossingen er eentje uitlicht.
Verder worden padintegralen geloof ik ook wel es in de financiële wiskunde gebruikt, maar daarvoor zou ik arXiv es moeten checken.
Beschouw de warmtevergelijking op \(\mathbb{R}^3\):
\[
\partial_t T(\mathbf{x},t) - \kappa \nabla^2 T(\mathbf{x},t)
= Q(\mathbf{x},t),
\]
waar \(T(\mathbf{x},t)\) de temperatuur is en \(\kappa>0\) de warmtegeleidingscoëfficiënt.
Voor de Green-functie kiezen we een puntsbron:
\[
Q(\mathbf{x},t)
= \delta^{(3)}(\mathbf{x})\,\delta(t).
\]
Fouriertransformatie
We definiëren de Fouriertransformatie in ruimte en tijd als
\[
T(\mathbf{x},t)
= \int \frac{d^3k}{(2\pi)^3}
\int \frac{d\omega}{2\pi}
\, e^{i(\mathbf{k}\cdot\mathbf{x}-\omega t)}\,
\tilde T(\mathbf{k},\omega).
\]
Onder deze transformatie geldt:
\[
\partial_t \to -i\omega,
\qquad
\nabla^2 \to -k^2.
\]
We schrijven de noemer als
\[
-i\omega + \kappa k^2
= -i(\omega + i\kappa k^2).
\]
Er is dus een pool in het complexe \(\omega\)-vlak bij
\[
\omega = -i\kappa k^2,
\]
die in het onderste halfvlak ligt.
Om expliciet de causale (retarded) oplossing te selecteren, voegen we een
\(i\epsilon\)-prescriptie toe:
\[
\tilde T(\mathbf{k},\omega)
= \frac{1}{-i(\omega + i\kappa k^2 - i\epsilon)},
\qquad \epsilon \to 0^+.
\]
Deze keuze correspondeert met de randvoorwaarde \(T(t<0)=0\).
Inverse Fouriertransformatie in de tijd
We voeren eerst de inverse Fouriertransformatie in de tijd uit:
\[
T(\mathbf{k},t)
= \int \frac{d\omega}{2\pi}
\frac{e^{-i\omega t}}{-i\omega + \kappa k^2}.
\]
Bij contourintegratie geldt:
voor \(t>0\) sluiten we de contour in het onderste halfvlak;
voor \(t<0\) sluiten we de contour in het bovenste halfvlak.
Omdat de pool alleen in het onderste halfvlak ligt, volgt:
\[
T(\mathbf{k},t)
=
\begin{cases}
e^{-\kappa k^2 t}, & t>0, \\
0, & t<0.
\end{cases}
\]
Dit kan compact worden geschreven als
\[
T(\mathbf{k},t)
= \theta(t)\,e^{-\kappa k^2 t}.
\]
Inverse Fouriertransformatie in de ruimte
Nu voeren we de inverse Fouriertransformatie in de ruimte uit:
\[
T(\mathbf{x},t)
= \theta(t)
\int \frac{d^3k}{(2\pi)^3}
\, e^{i\mathbf{k}\cdot\mathbf{x}}
\, e^{-\kappa k^2 t}.
\]
Deze integraal is een standaard Gauss-integraal en levert:
\[
T(\mathbf{x},t)
=
\theta(t)\,
\frac{1}{(4\pi\kappa t)^{3/2}}
\exp\!\left(
-\frac{|\mathbf{x}|^2}{4\kappa t}
\right).
\]
Interpretatie
De Fouriertransformatie reduceert de partiële differentiaalvergelijking tot een algebraïsche vergelijking. De inverse transformatie vereist contourintegratie, en de \(i\epsilon\)-prescriptie selecteert een specifieke oplossing uit een analytische familie.
In dit voorbeeld correspondeert die keuze met causaliteit: warmte verspreidt zich alleen voor \(t>0\), na het inschakelen van de bron.
Bij het opstellen van mijn bijdragen maak ik regelmatig gebruik van AI als hulpmiddel voor analyse en formulering
Het simpelste voorbeeld is de 1-dim. oscillator met wrijving. Ik heb dat nog es in detail uitgewerkt, zal es kijken of ik die notes hier kan neerzetten.
\(i\epsilon\)-prescriptie:
Om de Fourier-transformatie convergent te maken en causaliteit af te dwingen, voegen we een kleine demping toe:
\[
\omega \to \omega + i \epsilon, \quad \epsilon>0
\]
Fourier van de afgeleiden:
\[
\mathcal{F}\{\dot x\} = i (\omega + i \epsilon) \tilde x(\omega) - x_0, \quad
\mathcal{F}\{\ddot x\} = -(\omega + i \epsilon)^2 \tilde x(\omega) - i (\omega + i \epsilon) x_0 - v_0
\]
Opmerking: De \(i\epsilon\)-prescriptie dwingt causaliteit af, zodat de contour in het complexe \(\omega\)-vlak boven de polen wordt gesloten voor \(t>0\). Hierdoor verschijnt automatisch de juiste exponentiële vervalfactor \(e^{-\beta t}\).
Bij het opstellen van mijn bijdragen maak ik regelmatig gebruik van AI als hulpmiddel voor analyse en formulering
Hier een toepassing voor het berekenen van optieprijzen op de beurs. Dat is best wel interessant; dat is een eenvoudigere toepassing dan echte QFT.
Optieprijs berekenen met een padintegraal
De prijs \( S_t \) van het onderliggende actief volgt het Black--Scholes-model:
\[
\frac{dS_t}{S_t} = r\,dt + \sigma\, dW_t
\]
Hierbij is \( S_t \) de prijs van het actief op tijdstip \( t \),
\( r \) de risicovrije rente,
\( \sigma \) de volatiliteit
en \( W_t \) een Wienerproces (Brownse beweging).
De logaritmische prijs wordt gedefinieerd als \( x_t = \ln S_t \).
Met It\^o’s lemma volgt:
\[
dx_t = \left(r - \tfrac12\sigma^2\right)dt + \sigma dW_t
\]
De drift van het proces is \( \mu = r - \tfrac12\sigma^2 \).
De overgangskansdichtheid om van \( x_0 \) naar \( x_T \) te gaan in tijd \( T \)
kan worden geschreven als een padintegraal:
\[
P(x_T,T \mid x_0,0)
=
\int \mathcal{D}[x(t)]\, e^{-S[x(t)]}
\]
Hierin is \( \mathcal{D}[x(t)] \) de integraal over alle mogelijke paden \( x(t) \)
en \( S[x(t)] \) de actie van een pad.
De actie heeft de vorm:
\[
S[x(t)] =
\int_0^T dt\;
\frac{1}{2\sigma^2}
\left(\dot x(t) - \mu\right)^2
\]
waar \( \dot x(t) = \frac{dx(t)}{dt} \).
Omdat de actie kwadratisch is, kan de padintegraal exact worden geëvalueerd
en resulteert een Gaussische verdeling:
\[
P(x_T,T|x_0,0)
=
\frac{1}{\sqrt{2\pi\sigma^2 T}}
\exp\!\left[
-\frac{(x_T - x_0 - \mu T)^2}{2\sigma^2 T}
\right]
\]
De prijs \( C_0 \) van een Europese calloptie met uitoefenprijs \( K \) is:
\[
C_0 =
e^{-rT}
\int_{-\infty}^{\infty} dx_T\;
P(x_T,T|x_0,0)\;
\max(e^{x_T}-K,0)
\]
Hierbij is \( e^{-rT} \) de disconteringsfactor.
Evaluatie van deze integraal leidt tot de Black--Scholes-formule:
\[
C_0 = S_0 N(d_1) - K e^{-rT} N(d_2)
\]
waar \( N(\cdot) \) de cumulatieve verdelingsfunctie van de
standaardnormale verdeling is.
De interpretatie is dat de optieprijs het gewogen gemiddelde is van alle
mogelijke prijspaden, waarbij elk pad wordt gewogen met zijn
waarschijnlijkheid en zijn payoff op expiratie.
Bij het opstellen van mijn bijdragen maak ik regelmatig gebruik van AI als hulpmiddel voor analyse en formulering