Nog even het gewraakte deel uit de rede (ik citeer hier de paus, en niet de paus die iemand anders nog weer citeert) :
In die discussie zou ik slechts één punt willen aansnijden, dat in de dialoog niet zo'n grote rol speelt. Het heeft me gefascineerd in relatie tot het thema van geloof en rede en dient mij als uitgangspunt voor mijn overpeinzingen over dt thema.
In het zevende twistpunt snijdt de keizer het thema van de jihad (heilige oorlog) aan. De keizer moest weten dat soera (hoofdstuk uit de Koran, red) 2-256 luidt: in de godsdienst is geen dwang. Volgens deskundigen is het een van de eerste soera's en dateert hij uit de tijd dat Mohammed nog geen macht had en bedreigd werd.
Geboden
Zelfs de keizer kende op even natuurlijke wijze de geboden over de heilige oorlog die in de Koran staan. Zonder lang stil te staan bij details, bijvoorbeeld over het verschil tussen 'gelovigen' en 'ongelovigen' snijdt hij bij zijn gesprekspartner op een voor ons wonderlijk abrupte manier de centrale kwestie van het verband tussen godsdienst en geweld aan.
Hij (de keizer, red) zei hem: laat mij dan zien wat Mohammed voor nieuws heeft gebracht. je zult slechts slechte en onmenselijke dingen vinden, zoals het recht om met het zwaard het geloof te verdedigen.
bronvermelding van de pijnlijke stukken uit de pauselijke rede waarin de islam als enkel slecht en inhumaan afgeschilderd lijkt te worden:
http://www.nu.nl/news.jsp?n=826182&c=20
Hetvolgende is wel een lap tekst, maar misschien toch wel goed om een klein beetje door te nemen. Komt uit de Groene
http://www.groene.nl/2001/0151/jb_oorlog.html
Het begin van het christendom in het romeinse rijk mag misschien pacifistisch genoemd worden, maar dit is natuurlijk slechts een zeer korte tijdspanne geweest binnen de twintig eeuwen christelijk geweld en oorlogsvoering die daarop volgde.
De uiterst wrede heilige oorlogen, tegen ketters en moslims, ingegeven door des Heeren wraakzucht, kwamen vooral in zwang toen er geen rijk meer te verdedigen was. Toen de kruisridders in 1099 Jeruzalem op de moslims veroverden, herleefden de dagen van Jericho's verwoesting. De complete bevolking werd uitgemoord en het bloed stond de paarden tot de enkels. Tijdens de twee kruistochten die de paus tegen de Albigenzen in Zuid-Frankrijk uitriep, werden vele duizenden verbrand. Kruisridders namen willens en wetens het risico onschuldigen te vermoorden. «Hoe kunnen wij onderscheiden wie de ketters zijn?» vroeg een van hen aan de pauselijke gezant. Het antwoord is legendarisch: «Maak ze allemaal af, God zal de zijnen wel kennen.»
Heksenvervolging, reformatie en contrareformatie gaven de heilige oorlog een enorme opsteker. Brandstapels rookten non-stop, en roomse en protestantse legers moordden elkaar en bijna de gehele bevolking van de Duitse gebieden uit. Ook de strijd tegen de indianen van Noord- en Zuid-Amerika en tegen de bewoners van Afrika en Azië werd gevochten in naam van de Heer. Vooral de godvrezende Spanjaarden en Portugezen hielden huis. Hele stammen werden uitgeroeid als ze niet begrepen wat «bekering» was, of als ze weigerden. Ook de ijverig koloniserende Nederlanders lieten zich niet onbetuigd. Jan Pieterszoon Coen, de bedwinger van de Archipel, liet duizenden Molukkers in koelen bloede vermoorden. «Ontziet uw vijanden niet, want God is met ons», luidde zijn devies. Door de Nederlandse bevolking werd hij tot lang na zijn dood op handen gedragen.
Volgens moslims wordt het islamitische begrip «jihad» vaak verkeerd begrepen. Menigeen denkt daarbij aan bebaarde woestelingen die grijnslachend hun kalasjnikovs leegschieten op piepjonge Russische soldaten in Afghanistan en Tsjetsjenië. Of aan passagiersvliegtuigen die ontploffen in skylines.
Jihad, volgens sommige theoretici wel de zesde zuil van de islam genoemd, hoeft echter niet gewelddadig te zijn. De meeste moslims vatten jihad op als «je best doen voor God». Het betreft een persoonlijke, innerlijke strijd om een beter moslim te worden. Naast deze «grote jihad» is er een «kleine jihad». Dat is de daadwerkelijke heilige oorlog die menigeen zo'n schrik bezorgt. Op gezag van Allah moet het geweld echter beperkt blijven. Een jihad mag alleen worden gevoerd uit defensieve overwegingen. «Plunder niet, breek je belofte niet, vermink niet en doodt geen kinderen», leert de koran. Niet-uitgelokte aanvallen op christenen en joden in de koran «de mensen van het Boek» genoemd zijn verboden. Volgens de overlevering was Mohammeds militaire code zeer verfijnd vergeleken bij die van de Arabische en joodse stammen. Vrouwen, kinderen en werklieden liet hij tijdens zijn veldtochten ongemoeid.
Dat laatste neemt niet weg dat er door moslims bijvoorbeeld anno nu in de Sudan de grootst mogelijke wreedheden begaan worden.
Maar een paus die zegt dat mohammed een in zichzelf gewelddadige godsdienst heeft overgeleverd, die daarmee een contrast zou vormen met het christendom, die is niet goed bij zijn hoofd. Het oude testament staat bol van het geweld en hoewel jezus in het nt geweld op allerlei manieren afwijst zegt hij toch ook ook dat hij niet gekomen is om vrede te brengen, maar het zwaard. In ieder geval is het christendom in de praktijk volstrekt geen vredelievende godsdienst gebleken.