Stel er zijn er maar eindig veel.
Noem die priemgetallen
\(p_1,\ldots,p_n\)
Beschouw het getal
\(A = 4 p_1 p_2\ldots p_n -1\)
.
Dit getal is een product van priemgetallen. Die priemgetallen zijn duidelijk oneven want A is oneven. Ook gaan enkele van de priemgetallen van de vorm
\(4n+3\)
zijn, immers dan zou het in
\( {p_1,\ldots,p_n} \)
moeten zitten, en het is duidelijk dat A geen veelvoud van een van die n priemgetallen kan zijn.
Kortom : A is een product van een hoop priemgetallen allen van de vorm
\( 4n+1\)
.
Dat betekent dat A zelf van de vorm
\(4 k+1 \)
is
Dat is echter een strijdigheid want A is duidelijk van de vorm
\( 4 l -1\)
Onze veronderstelling was dus mis. Er zijn dus oneindig veel priemgetallen van de vorm
\( 4 n+3\)
, wat moest bewezen worden.