ypsilon schreef:Wat denken jullie van de erfzonde? Zijn wij geboren met de zonden van onze voorouders?
.............................
Zijn er voor jullie zonden tegen de algemene moraal, buiten de godsdienst?
Zo..daar ben ik weer.
Ik heb de laatste discussies aan de zijlijn een beetje gevolgd.
Maar hier wil ik wel even weer op reageren.
Laat ik beginnen met het volgende.
Er is geen bijbels woord wat zo verduisterd, zo verwrongen en gedogmatiseerd is als het begrip
zonde.
In het middeleeuwse christendom hebben ze van 'zonde' iets gemaakt wat los staat van de oorspronkelijke bijbelse betekenis van dit woord.
Laat ik dat een beetje verduidelijken.
Het begrip
zonde is een
godsdienstige term en niet een moraal-term.
Je mag zonde niet in een moralistisch vlak trekken als je weet wat met moraal en moralistisch bedoelen.
Het bijbels woord zonde is méér dan dan overtreding van menselijke regels.
Bijbels gesproken veronderstelt
mens-zijn een
verhouding tot God. Deze verhouding tot God maakt dat wij met moraal en fatsoen het laatste woord nog niet gezegd hebben en de laatste werkelijkheid nog niet peilen. Zonde is méér dan een moralistische term.
De verschillende woorden in de bijbel die betrekking hebben op de term zonde hebben allemaal betrekking op het
concrete handelen van de mens.
Het meeste gangbare woord voor
zonde in het O.T. betekent letterlijk:
mis-slag, mis-daad. Zie bijv. Rich.20,16, waarin het gangbare woord in de grondtekst voor zondigen vertaald wordt met
'missen' .Zonde is een daad die
'er naast' is. Waar naast ??
Welnu, om dit te begrijpen moet men beseffen dat de bijbelse basis van alle menselijke verhoudingen de
bondgenootschappelijkheid is, zowel die tussen
mens en medemens als die tussen
God en mensen.
Dus met
daden 'er naast' zitten zijn daden die
NIET bondgenootschappelijk bedoeld zijn. Daarom de volgende uitdrukkingen: 'zondigen aan (tegen) God of aan (tegen) een broeder. Zie bijv. Gen.20,6; Ex 10,16:Ri 11.27; Jer.37,18. In het N.T. bijv. Luc. 15, 18 en 21.
Kortom: zoals het
mens-zijn als
bondgenoot-zijn bestaat in het doen van
concrete goede daden (= goed doen), zo bestaat het
zondaar-zijn in het doen van
concrete wan-daden of on-daden.
De zondaar is de on-mens, de wan-mens, de in zijn karikatuur veranderde bondgenoot-mens. Daarom is er nog een ander woord voor zonde in de Schrift; namelijk
ongerechtigheid. Voor de Israëlieten was dat het ergste.
'Ongerechtigheid' is dat wat het bondgenootschap
kapot maakt. Tegelijkertijd betekent dat ook dat de bedrijver
zelf ook kapot gaat aan zijn
'ongerechtigheid.'(Spr.5,22). Daden van ongerechtigheid zijn verwoestend zowel voor het slachtoffer als voor de dader zelf. Bijbels gesproken: "het kwaad van Nabal zal op zijn eigen hoofd wederkeren (1 Sam. 25,39, maar zie ook; 1 Kon.2,32,44; Ps.94,23 enz...
Dus
'ongerechtigheid' werkt als een boemerang, ma.w. het kwaad straft zichzelf.
Spreekt men over zonde in de bijbel dan moet men de gevolgen er altijd bijnemen. Of anders gezegd: de
zonde zit in de
ongerechtigheid zelf.
Zonde en ondergang, zonde en schuld horen zó onlosmakelijk bij elkaar dat het woord ongerechtigheid af en toe zelfs met schuld vertaald moet worden.(Ex.20,5)
(mede bron:" De spelers en het spel" van H. Kuitert)