Hoi leden,
ik vond deze tekst en ik wau graag weten wat er waar is van dit experiment en wat er bla bla bla is ?
Een mysterieus fenomeen in de kwantumwereld, lijkt erop te duiden dat hetgeen wij waarnemen vorm krijgt op het moment dat wij ervan bewust worden. Het is zelfs zo, dat hetgeen wij weten invloed heeft op wat zich manifesteert. Deeltjes als fotonen of elektronen blijken trillingen te zijn, tot er waargenomen wordt; op dat moment stort de trilling in tot een deeltje.
Men is tot deze ontdekking gekomen toen de Engelse wetenschapper Thomas Young in 1805 poogde vast te stellen of licht uit een golfvorm bestaat of uit deeltjes.
Hiertoe nam hij een plaat met twee sleuven met daarachter een projectiescherm. Voor de plaat wordt een lichtkanon opgesteld die op de spleten schijnt. Zoals we op onderstaande afbeelding kunnen zien, zien we wat er gebeurt als er golven door de sleuven zouden gaan:
De golven zouden nadat ze door de spleten zijn gegaan met elkaar interfereren. Op het punt dat de top van een golf een dal van een andere golf kruist, heffen ze elkaar op. Op die manier ontstaat er een band van verticale lijnen.
Als er vaste deeltjes op een willekeurige plek tegen de plaat worden geschoten, zullen er ook deeltjes door de spleten gaan. Deze deeltjes vliegen in een rechte lijn en kunnen niet met elkaar interfereren. De plek waar een deeltje op de plaat met de spleten terecht komt, is louter toeval. Daarom zou er het volgende patroon op het projectiescherm ontstaan:
Wat bleek? Er ontstond een interferentiepatroon op het projectorscherm. Dus nam Thomas Young aan dat licht een golfvorm - een trilling - moest zijn. Het werd dan ook tot begin 20e eeuw aangenomen dat licht een golf was. Later werd ontdekt dat licht uit fotonen bestaat, vaste deeltjes.
Met gevorderde technologie, wist in 1961 Claus Jonsson van de Universiteit van Tubingen het experiment met elektronen uit te voeren. Wat bleek? Er ontstond ook een interferentiepatroon met elektronen, terwijl elektronen vaste deeltjes - materie - zijn! "Dit kan niet", dachten wetenschappers, en men nam aan dat de elektronen onderling met elkaar botsten en zo alsnog een interferentiepatroon vormden. Totdat de technologie toestond elektronen één voor één af te vuren, dit was in 1974,
Materiedeeltje bevindt zich op alle posities tegelijkertijd
In 1974 wist een team wetenschappers geleid door Pier Giorgio Merli aan de Unversiteit van Milan elektronen één voor één af te schieten. Het lukte hen één elektron per schot af te vuren, zodat het zeker was dat elektronen niet met elkaar interfereerden. Wat bleek? De elektronen veroorzaakten nog steeds interferentiepatroon, alsof het een golf was! Dit moest inhouden, dan een elektron door beide spleten tegelijkertijd gegaan moest zijn, om met zichzelf te interfereren! Inderdaad, de elektron bleek zich in superpositie te bevinden, oftewel, moest zich op alle plaatsen tegelijkertijd bevinden. Ook toen werd het experiment genegeerd, omdat het niet te bevatten was door wetenschappers.
Echter 15 jaar later in 1989, met geavanceerdere elektronica en onderzoek, had het bedrijf Hitachi in Japan apparatuur ontwikkeld die onomstoten één elektron per keer afvuurde op de spleten. De apparatuur was namelijk getest, en toonde aan dat er elke keer één elektron afgevuurd werd. En inderdaad, ook toen ontstond een interferentiepatroon op het projectiescherm. Het deeltje moest dus door alle twee de spleten tegelijkertijd zijn gegaan. Hoe kan dit? Gaat die echt door twee spleten tegelijkertijd? Of bevindt het elektron zich op alle mogelijke plekken tegelijkertijd?
Golfvorm wordt een concreet patroon als er waargenomen wordt
De wetenschappers waren slim, en gingen bij de spleten zelf kijken door welke spleet de elektron schoot. Dit deden ze door een meetapparaat bij de sleuven zelf te plaatsen die informatie verschaft door welke spleet het elektron gaat.
Wat er toen gebeurde was verrassend: Alle elektronen gingen nu wél door één spleet tegelijkertijd, en er ontstonden twee banden zoals verwacht wordt als je harde deeltjes door de sleuven zou schieten! Het deeltje moest een golf - een trilling - zijn voordat er gemeten werd, en de trilling werd een deeltje als er met een apparaat gemeten, - gegluurd - werd door welke spleet het elektron ging.
Dit kan twee dingen betekenen:
A) Het meetapparaat veroorzaakt de ineenstorting van de trilling, - de superpositie - doordat de meting interactie heeft met het elektron.
B) De waarnemer (de mens) die de uitslag van het meetapparaat uitleest veroorzaakt de ineenstorting. Dat houdt in dat de bewustzijn van de mens de ineenstorting veroorzaakt.
Wetenschappers dachten dat punt A het meest logische zou zijn. Want een bewustzijn, een geest, bestaat wetenschappelijk gezien niet. Maar als bewustzijn wel bestaat? Wat als alle hersencellen op kwantumniveau gekoppeld zijn aan een kwantumveld, een hologram, die het "toeval" laat bepalen op basis van wat jij weet? Is het wellicht hetgeen iemand wéét en gelooft wat het toeval bepaalt?
Dan zouden we bij punt B komen. Omdat de mens, laten we hem Piet noemen afleest van het meetapparaat door welke spleet het elektron is gegaan, neemt zijn bewustzijn die informatie op. Het weet, denkt en gelooft door welke spleet de elektron is gegaan.
Op het moment dat Piet weet door welke spleet de elektron is gegaan, zal Piet dus een patroon op het projectiescherm zien die zou onstaan alsof elektronen vaste balletjes waren, materie. Zou Piet niet weten door welke spleet het elektron is gegaan, ongeacht of hij deze meetuitslag direct, tien jaar later of vijftig jaar later te weten komt, dan zou het deeltje in superpositie verschijnen - het zou geen vorm hebben.
Dit brengt ons bij een nieuw experiment: Theoretisch zou de theorie "dat het bewustzijn van de mens de ineenstorting van de golf bepaalt" zeggen, dat als de informatie van het meetapparaat na de meting vernietigd wordt er weer een interferentiepatroon op het projectiescherm zou moeten verschijnen. Immers, Piets bewustzijn weet dan niet door welke spleet het deeltje gegaan is, en als het het bewustzijn zou zijn dat de ineenstorting veroorzaakt, zou het deeltje zich in superpositie blijven bevinden; het interferentiepatroon zou verschijnen. Dit toont dan aan, dat het niet de interactie tussen het meetapparaat en de elektron is die de ineenstorting van de golf veroorzaakt.
Waarneming van de meetinformatie veroorzaakt keuze van de deeltjes
Pas in 2000 hebben wetenschappers getest wat er gebeurde als de informatie van de meting direct daarna vernietigd zou worden. Dit is gedaan met een "Quantum Eraser", die, zoals het woord al zegt, de kwantuminformatie van door welke spleet het deeltje is gegaan zonder dat iemand de informatie heeft gezien vernietigt. Ook ging men testen wat er gebeurde als men de informatie later pas vernietigt, ook zonder dat iemand deze informatie heeft gezien. Dit heet de "Delayed Quantum Eraser".
Het experiment is uitgevoerd en gepubliceerd door verschillende wetenschappers, Yoon-Ho Kim, R. Yu, S.P. Kulik, Y.H. Shih, and Marlan O. Scully, na te lezen in Phys.Rev.Lett. 84 1-5 (2000).
Tot grote ontsteltenis van de wetenschappelijke wereld, toont het experiment aan dat het niet de interactie van het meetapparaat en het deeltje is wat de omzetting van de trilling naar een deeltje veroorzaakt.
Als eerste maten ze op de klassieke wijze. Als de meting uitgevoerd werd zonder dat de informatie gewist werd, zoals bij eerdere experimenten het geval was, ontstonden er inderdaad twee banden op het projectiescherm. Hierdoor werd aangetoond dat de elektronen "hard" werden, en een keuze hebben gemaakt door welke spleet ze gingen bij detectie.
Echter, bij het nieuwe experiment werd de informatie van het meetapparaat direct gewist. Wat bleek? Zodra de informatie van het meetapparaat direct gewist werd en niemand de informatie te weten kwam, verscheen het interferentiepatroon weer terug! Verrassend genoeg hebben de deeltjes nu dus geen keuze gemaakt en bevinden zich in superpositie! De detectie van de deeltjes door het apparaat bleek dus totaal irrelevant of er een ineenstorting of geen ineenstorting gebeurt!
En wat nu, als de informatie van de meting niet direct, maar pas nadat de elektronen het projectiescherm geraakt hebben gewist wordt? En die meetinformatie nooit door iemand gelezen is? Ook dan bleek er een interferentiepatroon te ontstaan van superposities van deeltjes! Alsof er door de tijd gereisd is! Hoe kan dit?
Inderdaad, het experiment toont aan dat het universum een groot hologram is, een brij van golven, die door ons bewustzijn vorm krijgen. Waarin tijd virtueel is, en er eigenlijk geen verleden, heden of toekomst bestaat. Dat het een brij van golven is die al bestaat, en waar wij met ons bewustzijn het toeval creëeren. Alles is met elkaar verbonden, een blauwdruk waar ieder individu zijn of haar kennis en geloof op projecteert.
Een hologram is een foto die zich in superpositie bevindt; het bestaat uit een wirwar van lijnen - van interferentiepatronen - die alle informatie van de afbeelding bevatten. Als er een lichtbundel met dezelfde golffrequentie erop schijnt als het hologram gemaakt is, verschijnt de foto. Het vreemde echter is, zou men een holografische foto in vieren knippen, dan bevat elk kwart nog steeds de gehele foto! Zo is het ook met ons universum en alle elementen, alle deeltjes die er zijn: Alles omvat alles. De hemel zit in je. De toekomst zit in je, en het verleden zit in je.
Het feit dat Piet de informatie van het meetapparaat leest, ongeacht of het nu, straks, of vlak voor zijn dood is, is hetgeen de ineenstorting van de golf/trilling veroorzaakt op het moment dat hij naar het projectiescherm kijkt!
Met het delayed quantum eraser experiment is bewezen dat doordat Piet slechts kijkt naar de meetuitslag de golfvorm een deeltje is geworden, ongeacht het tijdstip in de toekomst dat Piet de meetuitslag te weten komt.
Zou Piet nooit in zijn leven die meetinformatie te weten gekomen zijn, dan zou de trilling niet naar een deeltje omgezet zijn. Dan zouden de deeltjes zich op alle posities tegelijkertijd bevinden - Dan zou hij een interferentiepatroon op het projectiescherm gezien hebben - een onbeschenen hologram.
Puzzels