Leg aan de hand van de noties 'theoriegeladenheid van de waarneming' en 'empirische onderbepaaldheid van een theorie' uit, waarom de correspondentietheorie van de waarheid niet als adequate verwoording van het geldigheidscriterium van kennis kan fungeren.
'theoriegeladenheid van de waarneming' is het verschijnsel dat de waarneming niet los staat van de interpretatie daarvan door de waarnemer (o.a. Kuhn). Voorbeeld zie:
http://en.wikipedia.org/wiki/Image:Duck-Rabbit_illusion.jpg
'empirische onderbepaaldheid van een theorie' betekent dat er meer dan 1 theorie is die de empirische data kan verklaren. Als voorbeeld voor onderbepaaldheid kan je een grafiek door een paar meetwaarden nemen. Als ze op een lijn liggen, zul je meestal de rechte lijn als aanname doen, maar er zijn oneindig veel andere lijnen die ook door alle punten gaan. Omdat al deze lijnen de data verklaren, zou je je oordeel over welke theorie (lijn) juist is moeten uitstellen (zwakke onderbepaaldheid). Sterke onderbepaaldheid (strong underdeterminism) zegt dat je nooit kan weten welke theorie juist is. (Zie ook Duhem-Quine thesis).
correnspondentietheorie van de waarheid zegt dat een uitspraak waar is als het overeenkomt met de feiten, en dat de termen in de uitspraak overeenkomen met objecten en eigenschappen in de wereld.