Op een ochtend zit Jan thuis. Buiten regent het. Over enkele minuten moet Lolita, zijn vriendin, naar haar werk. Hij zegt tegen Lolita: 'Het regent buiten'. Lolita kijkt naar buiten en warempel, zij constateert dat het regent. Zij zegt op basis van die waarneming tegen Jan: 'Ja, dat klopt'. Het had evenzeer zo kunnen zijn dat de buurvrouw Truus haar plantjes water gaf met een tuinslang. Lolita die dat opmerkte had dan kunnen zeggen: 'Nee Jan, dat is niet waar. Het is slechts Truus die haar plantjes water geeft'.
We kunnen nu het volgende over de uitspraak 'Het regent buiten' zeggen:
-Deze uitspraak is waar (op basis van een geconstateerde correspondentie met de werkelijkheid)
-Deze uitspraak is onwaar (op basis van een niet geconstateerde correspondentie met de werkelijkheid)
In beide gevallen kan gesteld worden dat waarheid betrekking heeft op uitspraken, of om het algemener te zeggen; op taal. Wanneer een uitspraak een ware of onware bewering is dan is dat een eigenschap van deze bewering zelf en niet van de werkelijkheid. Standen van zaken binnen de werkelijkheid zijn waar noch onwaar (ze zijn simpelweg) en de werkelijkheid kan dientengevolge 'waarheid' niet als eigenschap hebben. Je kunt natuurlijk wel zeggen dat de werkelijkheid de waarheid is maar dan is er enkel sprake van een begripsverwisseling. Waarheid zoals we dat gebruiken voor uitspraken wordt in dat geval evenmin een eigenschap van standen van zaken binnen de werkelijkheid (hier: waarheid).
Mijn vraag is of we waarheid alleen als een eigenschap van taal (in de vorm van uitspraken) kunnen beschouwen? Kan bijvoorbeeld een schilderij dat iets wil uitdrukken onwaar of waar zijn?
Laat het zich argumenteren dat waarheid toch een eigenschap van de werkelijkheid is?
Puzzels