"Knip en plak"-projectje.
Benodigheden:
een vel papier.
een passer
een schaar
een lineaal
een potlood
- Teken met het potlood en de lineaal een driehoek op het papier.
- Stel de passer in op een bepaalde afstand. Zorg ervoor dat deze afstand kleiner is dan de helft van de kleinste zijde van de driehoek.
- Gebruik de ingestelde passer om elke hoek een cirkel te trekken waarbij het hoekpunt het middenpunt in van de cirkel.
- In elke cirkel zie je nu een 'taartpunt' (het gedeelte dat zowel binnen de driehoek als binnen de cirkel ligt. In het plaatje zijn dit de rode vlakken). Knip de drie taartpunten uit.
- Je kunt de drie uitgeknipte taartpunten nu zo aan elkaar leggen dat je een halve cirkel hebt.
Bonus:
- Teken met het potlood en de lineaal een driehoek op het papier.
- Leg de driehoek zo voor je dat een van de zijden zich horizontaal t.o.v. jou bevindt en dat deze zijde bovendien het dichtsbij jou ligt van alle zijden (ofwel: punt naar boven

). Gebruik je lineaal om deze zijde naar rechts te verlengen. Als het goed is heb je nu een T-splitsing gemaakt (de T is echter een beetje schuin).
- Doe de vorige stap ook voor de andere zijden. Je hebt nu dus drie splitsingen.
- Stel de passer in op een bepaalde afstand. Zorg ervoor dat deze afstand kleiner is dan de helft van de kleinste zijde van de driehoek.
- Gebruik de ingestelde passer om elke hoek een cirkel te trekken waarbij het hoekpunt het middenpunt in van de cirkel.
- Je ziet nu naast het taartpunt binnen de driehoek ook een taartpunt buiten de driehoek. In het plaatje zijn dit de groene vlakken. Knip deze uit.
- Je kunt de drie uitgeknipte taartpunten nu zo aan elkaar leggen dat je een cirkel hebt.

- Driehoek2 3038 keer bekeken