Een student moet het gemiddelde m van drie getallen x, y en z berekenen. Hij doet dit op de volgende manier. Eerst berekent hij het gemiddelde van x en y en nadien berekent hij het gemiddelde van dit resultaat met z. Als x < y < z, dan is het eindresultaat van de student?
A soms kleiner dan m, soms gelijk aan m
B altijd kleiner dan m
C altijd groter dan m
D soms groter dan m, soms gelijk aan m
Het juist antwoord moet C zijn, maar ik komt juist op B uit.
Bijv x=10, y=20 en z=30
manier van de student:
(10+20)/2 = 15
(15+30)/2 = 22,5
Gemiddelde:
10+20+30= 60/2 = 30
Waarom is het antwoord C
Puzzels