Ik sluit me volledig aan bij wat E. Desart en Wouter al aanhaalden:
1. Het is niet omdat we één ziekte nu al kunnen overwinnen of in de toekomst zullen kunnen aanpakken door gentherapie, dat het gerechtvaardigd is te denken dat er op een bepaald moment geen ziektes meer zullen voorkomen, dus dat er niets meer te moduleren zal zijn. Al was het nog maar omdat bacteriën ook muteren of omdat er nieuwe ziektes zullen ontstaan tgv. omgevingsinvloeden, of omdat we door gentherapie, mogelijks ongewild het voorkomen van 'andere' of 'nieuwe' ziektes zullen stimuleren. Vanaf dan kunnen we weer gaan uitzoeken hoe we deze nieuwe aandoening door gentherapie kunnen aanpakken. Maar ik zie in elk geval geen enkele reden om te veronderstellen dat we plots op een moment zullen komen waarop geen enkele ziekte of aandoening ons nog zal kunnen ondermijnen én dat dit vanaf dat moment
altijd zo zal zijn. Denk daarbij ook aan
psychologische stoornissen (hebben vaak ook een genetische basis!), die voor selectiedruk kunnen zorgen, ook in onze huidige maatschappij en vermoedelijk dus ook in de toekomst.
Natuurlijk, en daarna is het punt bereikt waarop er geen selectie meer mogelijk is.
Dus dat lijkt mij een nogal irreële hoop die je koestert, waarvoor tot op vandaag eigenlijk geen aanwijzingen voor zijn dat dit realistisch is.
Maar dat is weer hetzelfde als de malaria en de overerfbare aandoeningen; in het geval dat deze door technologische vooruitgang worden geelimineerd brengt de mensheid zijn eigen lichamelijke ontwikkeling tot stilstand.
Idem dito dus, een fantasiewereld zonder ziektes...
De post van Wouter geeft daar trouwens ook al een antwoord op:
Zelfs al zouden we dusdanig verre technologische vooruitgang hebben dat we alle invloeden vanuit het milieu teniet kunnen doen, dan nog zullen mensen zich blijven voortplanten en zullen er derhalve genetische variaties ontstaan. Je kan familiaire ziekten misschien uitroeien, de novo mutaties zullen altijd voor blijven komen. Het is altijd mogelijk dat een specifieke variatie (zelfs in deze geïdealiseerde wereld) een selectie voordeel heeft. Dat de mens invloed kan hebben op zijn eigen genetische lot, dat ben ik helemaal met je eens. In hoeverre je dit doortrekt daar verschillen we dus van mening.
2. Zoals E Desart het al aanhaalde, kennis = macht en kennis neemt vermoedelijk vaak de plaats in van de vroegere fysieke kracht. Nu is het wel degelijk zo dat bv. mensen die het sociaal niet zo goed stellen, vroeger sterven dan mensen die het sociaal wel goed stellen. Ook komen er, bij slechte sociale omstandigheden, vaker ziektes voor. Vermoedelijk zal ook het sterftecijfer van baby's bij die mensen iets hoger liggen, zelfs in onze Westerse maatschappij. Allemaal zaken die ervoor zorgen dat zij iets minder kans hebben om hun genen door te geven, in vergelijking met iemand die soms hoger op de sociale ladder staat. Al zullen mensen die wat lager op die ladder staan, misschien sneller en meer kinderen krijgen, dat lijkt me ook plausibel. Maar in elk geval zijn dit allemaal zaken die op zich al zorgen voor een selectiedruk.
3. Er zullen evengoed genmutaties
blijven optreden die de
voortplanting aantasten van het individu, net zoals dat nu ook het geval is bij sommige personen met kinderwens die vaststellen dat er één of andere aandoening hen belet om kinderen te krijgen:
Genmutaties zullen dan wel voorkomen, maar geen voordeel opleveren in het overleven en voortplanten, als er ook technologische hulpmiddelen zijn voor diegenen die minder goed bedeelt zijn.
Dus ook dit argument valt weg.
Dido
Ik ben niet jong genoeg om alles te weten...
-Oscar Wilde-