Hallo
De vraag:
Het antwoord is oplossing 3.
Nu lijkt dit niet zo'n moeilijke vraag, want bij oplossing 3 komt meer OH- in oplossing dan bij oplossing 2. Oplossing 1 en 4 is sowieso geen optie.
Maar als je weet dat Ca(OH)2 slecht oplosbaar is verandert deze vraag enigszins.
Nu is de concentratie onder de verzadigingsgrens dus het antwoord blijft sowieso oplossing 3.
Deze vraag werd dit jaar gesteld op het toelatingsexamen tandarts. Daarbij krijg je enkel de oplosbaarheidstabel, waar uit blijkt dat Ca(OH)2 slecht oplosbaar is. Je krijgt dus geen oplosbaarheidsproduct gegeven.
Mijn vraag is dus heel simpel:
Kan je deze vraag oplossen met deze beperkte gegevens? Want in mijn ogen kan je niet weten hoeveel OH- er exact in oplossing is bij oplossing 3.
Alvast bedankt!
Puzzels