door anusthesist » vr 19 sep 2014, 08:21
Benm schreef:
Is dat risico zo specifiek voor behandeling met antilichamen?
Wel in de zin dan de tumor gaat ontsteken natuurlijk, maar qua vrijkomen van cellen die voor uitzaaiing kunnen zorgen als gevolg van de behandeling? Ik zou denken dat een dergelijke risico ook bestaat bij excisie, tenzij je zoveel ruimte hebt dat je de tumor met ruime marges kunt wegnemen...
Klopt, dat risico is niet zo specifiek. Het probleem wat ik eerder schetste is dat je in toch een kwart van de gevallen waarbij paraneoplastische antilichamen worden aangetoond je de tumor dus níet vindt. Er valt dan niets te excideren. Zelfs je PET kan negatief zijn, helemaal als het ook nog eens sowieso een niet FDG avide tumor is.
Op basis van de antilichamen kun je ruwweg een schatting maken waar de tumor kan zitten, die organen kunnen extra gescreend worden en soms zelfs radicaal verwijderd worden (als het niet om een longtumor geassocieerd antilichaam gaat, want je kunt natuurlijk niet beide longen weghalen), maar in het geval van testiscarcinoom of borstkanker zou je wél blind kunnen excideren als de prognose van de persoon bepaald wordt door het paraneoplastische syndroom. Veelal (lees: bijna altijd) wordt hier niet voor gekozen, maar voor chemotherapie tegen de desbetreffende tumor. Hiermee hoop je dat de niet zichtbare tumor (die zo klein is gehouden dóór deze antilichamen) en eventueel reeds micro-uitzaaiingen tot een verdere halt worden geroepen. Behandel je de tumor dan zullen er minder tot geen antilichamen meer worden aangemaakt waardoor het paraneoplastisch syndroom kan verbeteren.
Bij alléén het wegvangen van de antilichamen...tsja..dan krijg je een fulminante opvlamming van de tumor. Vandaar dat plasmaferese ook geen standaardtherapie is. Ik heb het één keer meegemaakt waarbij het wel werd gedaan in het academie, omdat deze patient zóveel leed onder het paraneoplastisch syndroom (subacute zeer ernstige sensorimotorische polyneuropathie met een dramatische autonome dysfunctie zodat hij niet eens z'n hoofd 30 graden kon optillen alvorens flauw te vallen), dat kwaliteit van leven zwaarder werd afgewogen, dan het risico op deze fulminante opvlamming.
Na deze plasmaferese kon hij weer redelijk normaal functioneren (in de zin van weer enigszins in de rolstoel uit bed komen, want lopen kon hij al niet meer vanwege de spierzwakte en gevoelsstoornissen aan de benen) en is hij uiteindelijk met palliatieve zorg naar huis gegaan. De primaire tumor is nooit achterhaald. Er werd ook geen follow-up meer afgesproken omdat zijn algehele conditie gewoon te slecht was.
[quote="Benm"]
Is dat risico zo specifiek voor behandeling met antilichamen?
Wel in de zin dan de tumor gaat ontsteken natuurlijk, maar qua vrijkomen van cellen die voor uitzaaiing kunnen zorgen als gevolg van de behandeling? Ik zou denken dat een dergelijke risico ook bestaat bij excisie, tenzij je zoveel ruimte hebt dat je de tumor met ruime marges kunt wegnemen...
[/quote]
Klopt, dat risico is niet zo specifiek. Het probleem wat ik eerder schetste is dat je in toch een kwart van de gevallen waarbij paraneoplastische antilichamen worden aangetoond je de tumor dus níet vindt. Er valt dan niets te excideren. Zelfs je PET kan negatief zijn, helemaal als het ook nog eens sowieso een niet FDG avide tumor is.
Op basis van de antilichamen kun je ruwweg een schatting maken waar de tumor kan zitten, die organen kunnen extra gescreend worden en soms zelfs radicaal verwijderd worden (als het niet om een longtumor geassocieerd antilichaam gaat, want je kunt natuurlijk niet beide longen weghalen), maar in het geval van testiscarcinoom of borstkanker zou je wél blind kunnen excideren als de prognose van de persoon bepaald wordt door het paraneoplastische syndroom. Veelal (lees: bijna altijd) wordt hier niet voor gekozen, maar voor chemotherapie tegen de desbetreffende tumor. Hiermee hoop je dat de niet zichtbare tumor (die zo klein is gehouden dóór deze antilichamen) en eventueel reeds micro-uitzaaiingen tot een verdere halt worden geroepen. Behandel je de tumor dan zullen er minder tot geen antilichamen meer worden aangemaakt waardoor het paraneoplastisch syndroom kan verbeteren.
Bij alléén het wegvangen van de antilichamen...tsja..dan krijg je een fulminante opvlamming van de tumor. Vandaar dat plasmaferese ook geen standaardtherapie is. Ik heb het één keer meegemaakt waarbij het wel werd gedaan in het academie, omdat deze patient zóveel leed onder het paraneoplastisch syndroom (subacute zeer ernstige sensorimotorische polyneuropathie met een dramatische autonome dysfunctie zodat hij niet eens z'n hoofd 30 graden kon optillen alvorens flauw te vallen), dat kwaliteit van leven zwaarder werd afgewogen, dan het risico op deze fulminante opvlamming.
Na deze plasmaferese kon hij weer redelijk normaal functioneren (in de zin van weer enigszins in de rolstoel uit bed komen, want lopen kon hij al niet meer vanwege de spierzwakte en gevoelsstoornissen aan de benen) en is hij uiteindelijk met palliatieve zorg naar huis gegaan. De primaire tumor is nooit achterhaald. Er werd ook geen follow-up meer afgesproken omdat zijn algehele conditie gewoon te slecht was.