De witte vlek van Ceres
De grote witte vlek in de Occator krater van Ceres is een van de meer dan 130 heldere gebieden die inmiddels op de dwergplaneet zijn aangetroffen, en al maanden is het de vraag wat de samenstelling en oorsprong van deze vlek is.
Nu Dawn Ceres tot op 380 km genaderd is, kunnen de spectrometers aan boord van Dawn een gedetailleerder beeld van de samenstelling van het oppervlak geven. De eerste resultaten worden binnenkort verwacht. Maar nu al lijkt er een tip van de sluier te worden opgelicht in een studie van Andreas Nathues van het Max Planck Institute for Solar System Research in Duitsland.

- Occator 2473 keer bekeken
Een opname van Occator in valse kleuren. Rood komt overeen met golflengten van 0,97 µm (nabij infrarood),
groen met 0,75 µm (zichtbaar rood licht), en blauw met 0,44 µm (blauw zichtbaar licht).
De opname is gemaakt van een afstand van 4400 km. Bron Nasa. Klik voor grotere weergave.
Flyover van Ceres.
Vrijwel alle witte vlekken vallen samen met inslagkraters, en het witte materiaal komt overeen met magnesiumsulfaat hexahydraat (MgSO
4.6H
2O), een stof die lijkt op het witte poeder van Epsom zout. Volgens Nathues is dit zout achtergelaten zijn nadat inslagen van meteorieten de bodem omgewoeld hebben en het aanwezige pekelwaterijs sublimeerde (direct van ijs naar damp overging). Onder de zeer donkere asfaltkleurige toplaag van Ceres wordt dus een laag van pekelwaterijs vermoed, maar komende waarnemingen moeten dat nog bevestigen.
De Occator krater bevat de grootste hoeveelheid van dit witte zout, dat meer dan 10 keer zoveel licht reflecteert als de donkere gebieden. Met zijn scherpe randen en steile wanden en zichtbare resten van lawines moet de 90 kilometer grote Occator krater vrij jong zijn, de leeftijd wordt op ongeveer 80 miljoen jaar geschat.
In Occator werd, zo berichtte ik in
dit stukje periodiek een waas waargenomen, alsof daar een soort mistbanken ontstaan op het 'heetst' van de dag, die als het kouder wordt weer verdwijnen. Dat werd ondersteund door de
hier gemelde waarnemingen van het Herschel ruimte observatorium.
Al met al lijkt deze activiteit veel op de outgassing die we ook van kometen kennen als de temperatuur toeneemt. Mogelijk tilt verdampend waterijs minuscule stofdeeltjes op in een wolk en laat het witte zout als een dunne toplaag achter. Een zeer bescheiden vorm van cryovulkanisme.
Ammoniak hoort daar niet
Mogelijk even interessant is het ammoniak. Het oppervlak van Ceres blijkt vrij rijk te zijn aan ammoniakrijke kleimaterialen. Dat is vreemd want ammoniakijs zou bij de op Ceres heersende temperaturen vrij snel verdampen en de ruimte in verdwijnen. Mogelijk dat het ammoniak chemisch gebonden is aan mineralen, waardoor het veel langer stabiel blijft, maar dan nog is de huidige hoeveelheid niet goed verklaarbaar. De temperatuur op Ceres varieert tussen min 93 en min 33 graden Celsius aan de evenaar. Bij deze temperaturen en een nagenoeg vacuüm kan waterijs en zeker ammoniak niet erg lang blijven bestaan.
In
dit bericht speculeerde ik:
Een speculatie mijnerzijds is dat het niet ondenkbaar is dat Ceres een Kuipergordelobject is, net als Pluto. Dan zou de dwergplaneet mogelijk zeer lang in de erg koude regionen van het zonnestelsel hebben vertoefd, waardoor de kraters behouden bleven. Later is het dan door baaninstabiliteit naar de warme regionen tussen Mars en Jupiter gemigreerd, en is het 'uitwissen' van de kraters begonnen. Waarom dat dan in enkele gebieden meer en in andere minder is gebeurd, blijft dan nog wel een vraagteken. De samenstelling van Ceres en Pluto lijkt de nodige overeenkomsten te vertonen, terwijl de nogal elliptische omloopbaan die onder een hoek staat met het baanvlak van de andere planeten het minder waarschijnlijk maakt dat Ceres op de plaats waar ze nu haar baantjes trekt ontstaan is.
Ook de Neptunusmaan Triton, de komeet 67P en een aantal ijsplanetoïden lijken van origine Kuipergordelobjecten te zijn geweest, dus zo wild lijkt deze gedachte niet.
Leden van het Dawn science team spreken nu ook het vermoeden uit, dat Ceres mogelijk niet in de planetoïdengordel is ontstaan, maar ergens in de veel koudere buitengebieden van het Zonnestelsel, in de buurt van Neptunus.
"The presence of ammonia-bearing species suggests that Ceres is composed of material accreted in an environment where ammonia and nitrogen were abundant. Consequently, we think that this material originated in the outer cold solar system," said Maria Cristina De Sanctis, lead author of the study, based at the National Institute of Astrophysics, Rome.
Deze hypothese lijkt ook steun te krijgen vanuit een andere invalshoek; De samenstelling van Ceres en de haar omringende puinresten in de planetoïdengordel komen niet goed overeen. Ceres bevat meer water, en ook de chemische vingerafdruk van de kololstofrijke meteorieten wijkt op onderdelen af van die van Ceres.
Meer lezen:
klik