door Marko » zo 03 apr 2016, 10:34
Dat wat in de eerste alinea staat, het sentiment dat het meeste wel zo'n beetje ontdekt is, zijn we al een paar keer eerder tegengekomen in de geschiedenis van de wetenschap. Ook met de wetten van Maxwell bijvoorbeeld was de natuurkunde volgens veel fysici destijds voor het grootste deel af, en op zich klopt dat ook wel: De meeste bekende fenomenen waren prima te beschrijven met het gereedschap dat beschikbaar was, er was wat samenhang tussen de diverse stukken gereedschap, en de rest zou een kwestie zijn van het invullen van de details.
Niet veel later kwam er met de SRT en met kwantummechanica een compleet nieuw wereldbeeld ontdekt, werd radioactiviteit ontdekt, het bestaan van zwarte gaten, een uitdijend universum, antideeltjes en neutrino's voorspeld en ontdekt, en dat allemaal binnen een jaar of 20, en een jaar of 40 nadat de natuurkunde zogenaamd af was.
En ook nu zou dat zomaar het geval kunnen zijn. Er zijn een aantal zaken die in ieder geval nog op te lossen zijn:
1. Unificatie van relativiteit en kwantummechanica
2. Een verklaring voor de oorsprong/samenstelling van donkere materie en donkere energie, want met deeltjes uit het standaardmodel kom je er niet
Verder is er nog een hele hoop natuurkunde te bedrijven op de nanometerschaal, nanotechnologie vereist ook zijn eigen nanofysica. Oh ja, en kernfusie natuurlijk. Daar wachten we al 50 jaar op, en het ziet er naar uit dat er nog 50 jaar aan ontwikkeling nodig zal zijn om daar iets mee te kunnen; maar de oorzaak daarvan is voor een groot deel niet-natuurkundig.
Zowel abstract theoretisch als minder abstract en meer toegepast zijn er nog talloze dingen te doen, en daarmee bestrijd ik ook de uitspraak dat experimenten steeds duurder worden. We hebben het dan alleen over bepaalde experimenten om fenomenen uit de theoretische fysica te toetsen, en om dingen te doen die echt aan het onmogelijke grenzen. Maar natuurkunde is een "stukje" meer dan dat, en veel zaken zijn met redelijk recht-toe rechtaan apparatuur te onderzoeken.
Misschien ook goed om te vermelden dat een elektronenmicroscoop en een atomaire krachtmicroscoop (AFM) tegenwoordig behoorlijk gangbaar zijn, niet extreem duur in aanschaf, en iedere pummel kan er mee leren werken. Terwijl de AFM maar net iets meer dan 30 jaar geleden werd ontwikkeld en toen een godsvermogen kostte.
Natuurkundige experimenten blijven dus niet per se duur, in veel gevallen leidt zo'n experiment tot technologie die niet al te veel later veel breder beschikbaar is, en tot kennis die op allerlei andere terreinen inzetbaar is. Dat is ook een voorname meerwaarde van dat soort experimenten.
Dus: niet alle theorie is af, het wel af proberen te maken van die theorie kan allerlei nieuwe deuren openen, niet al het onderzoek vereist peperdure apparatuur, en waar dat wel het geval is leidt dat tot een hele hoop "bijvangst".
De tweede alinea is sowieso regelrechte onzin. Je moet geen universitaire opleiding doen om uiteindelijk een positie aan een universiteit te vervullen, net zomin als je naar de middelbare school gaat om middelbareschooldocent te worden. Je doet een wetenschappelijke opleiding om academische kennis op te doen en een bepaalde manier van werken aan te leren. Die kennis en kunde kun je later op allerlei terreinen inzetten, en voor diegenen die dat trekt kan dat zijn in het academische onderzoek zelf, maar het overgrote deel van de kennis en kunde komt in andere terreinen terecht, en dat is ook precies de bedoeling.
Het punt zou wat meer relevant kunnen zijn als het gaat om de keuze om wel of geen promotie te gaan doen, en in welke richting, maar zelfs dan: een promotie heeft ook zijn meerwaarde als je niet het academisch onderzoek in wil. En het punt is misschien terecht als het gaat om het aantal theoretisch fysici, dat vermoedelijk groter is dan het aantal onderzoeksplaatsen aan universiteiten, terwijl het lastig is om aan werk te komen buiten dat kader. Maar het punt is onzin als het gaat om alle andere natuurkundigen, en zeker als het gaat om technisch natuurkundigen, die bij wijze van spreken maar met hun diploma hoeven te wapperen om een baan aangeboden te krijgen.
En dat heeft te maken met wat ik eerder omschreef: de academische kennis en manier van werken. Natuurkunde is bij uitstek een opleiding waarin je een manier van werken aanleert die je in staat stelt om allerlei problemen aan te pakken, binnen de natuurkunde maar ook (ver) daarbuiten. Natuurkundigen zijn als geen ander in staat om de grote lijn van een probleem te begrijpen en er een beschrijving voor op te zetten.
Het enige zinvolle punt wat ik in de door jou genoemde tekst zie staan is dat er een grote vraag naar informatici. Dat klopt. Maar er zijn zeker niet teveel natuurkundigen, sterker nog, er is nog steeds een schreeuwend tekort aan mensen met een natuurwetenschappelijke opleiding in welke richting dan ook.
Dat wat in de eerste alinea staat, het sentiment dat het meeste wel zo'n beetje ontdekt is, zijn we al een paar keer eerder tegengekomen in de geschiedenis van de wetenschap. Ook met de wetten van Maxwell bijvoorbeeld was de natuurkunde volgens veel fysici destijds voor het grootste deel af, en op zich klopt dat ook wel: De meeste bekende fenomenen waren prima te beschrijven met het gereedschap dat beschikbaar was, er was wat samenhang tussen de diverse stukken gereedschap, en de rest zou een kwestie zijn van het invullen van de details.
Niet veel later kwam er met de SRT en met kwantummechanica een compleet nieuw wereldbeeld ontdekt, werd radioactiviteit ontdekt, het bestaan van zwarte gaten, een uitdijend universum, antideeltjes en neutrino's voorspeld en ontdekt, en dat allemaal binnen een jaar of 20, en een jaar of 40 nadat de natuurkunde zogenaamd af was.
En ook nu zou dat zomaar het geval kunnen zijn. Er zijn een aantal zaken die in ieder geval nog op te lossen zijn:
1. Unificatie van relativiteit en kwantummechanica
2. Een verklaring voor de oorsprong/samenstelling van donkere materie en donkere energie, want met deeltjes uit het standaardmodel kom je er niet
Verder is er nog een hele hoop natuurkunde te bedrijven op de nanometerschaal, nano[i]technologie[/i] vereist ook zijn eigen nanofysica. Oh ja, en kernfusie natuurlijk. Daar wachten we al 50 jaar op, en het ziet er naar uit dat er nog 50 jaar aan ontwikkeling nodig zal zijn om daar iets mee te kunnen; maar de oorzaak daarvan is voor een groot deel niet-natuurkundig.
Zowel abstract theoretisch als minder abstract en meer toegepast zijn er nog talloze dingen te doen, en daarmee bestrijd ik ook de uitspraak dat experimenten steeds duurder worden. We hebben het dan alleen over bepaalde experimenten om fenomenen uit de theoretische fysica te toetsen, en om dingen te doen die echt aan het onmogelijke grenzen. Maar natuurkunde is een "stukje" meer dan dat, en veel zaken zijn met redelijk recht-toe rechtaan apparatuur te onderzoeken.
Misschien ook goed om te vermelden dat een elektronenmicroscoop en een atomaire krachtmicroscoop (AFM) tegenwoordig behoorlijk gangbaar zijn, niet extreem duur in aanschaf, en iedere pummel kan er mee leren werken. Terwijl de AFM maar net iets meer dan 30 jaar geleden werd ontwikkeld en toen een godsvermogen kostte.
Natuurkundige experimenten blijven dus niet per se duur, in veel gevallen leidt zo'n experiment tot technologie die niet al te veel later veel breder beschikbaar is, en tot kennis die op allerlei andere terreinen inzetbaar is. Dat is ook een voorname meerwaarde van dat soort experimenten.
Dus: niet alle theorie is af, het wel af proberen te maken van die theorie kan allerlei nieuwe deuren openen, niet al het onderzoek vereist peperdure apparatuur, en waar dat wel het geval is leidt dat tot een hele hoop "bijvangst".
De tweede alinea is sowieso regelrechte onzin. Je moet geen universitaire opleiding doen om uiteindelijk een positie aan een universiteit te vervullen, net zomin als je naar de middelbare school gaat om middelbareschooldocent te worden. Je doet een wetenschappelijke opleiding om academische kennis op te doen en een bepaalde manier van werken aan te leren. Die kennis en kunde kun je later op allerlei terreinen inzetten, en voor diegenen die dat trekt kan dat zijn in het academische onderzoek zelf, maar het overgrote deel van de kennis en kunde komt in andere terreinen terecht, en dat is ook precies de bedoeling.
Het punt zou wat meer relevant kunnen zijn als het gaat om de keuze om wel of geen promotie te gaan doen, en in welke richting, maar zelfs dan: een promotie heeft ook zijn meerwaarde als je niet het academisch onderzoek in wil. En het punt is misschien terecht als het gaat om het aantal theoretisch fysici, dat vermoedelijk groter is dan het aantal onderzoeksplaatsen aan universiteiten, terwijl het lastig is om aan werk te komen buiten dat kader. Maar het punt is onzin als het gaat om alle andere natuurkundigen, en zeker als het gaat om technisch natuurkundigen, die bij wijze van spreken maar met hun diploma hoeven te wapperen om een baan aangeboden te krijgen.
En dat heeft te maken met wat ik eerder omschreef: de academische kennis en manier van werken. Natuurkunde is bij uitstek een opleiding waarin je een manier van werken aanleert die je in staat stelt om allerlei problemen aan te pakken, binnen de natuurkunde maar ook (ver) daarbuiten. Natuurkundigen zijn als geen ander in staat om de grote lijn van een probleem te begrijpen en er een beschrijving voor op te zetten.
Het enige zinvolle punt wat ik in de door jou genoemde tekst zie staan is dat er een grote vraag naar informatici. Dat klopt. Maar er zijn zeker niet teveel natuurkundigen, sterker nog, er is nog steeds een schreeuwend tekort aan mensen met een natuurwetenschappelijke opleiding in welke richting dan ook.