door Michel Uphoff » ma 02 okt 2017, 16:51
In een poging het onderste uit de kan te halen v.w.b. de nauwkeurigheid drie bepalingen gedaan:
1: Oscillatieduur. Deze is lastig precies vast te stellen omdat de laserdot pakweg 8 mm groot is en zeer traag beweegt. Een maximale fout van +/- 2 seconden bij passage van een markeringslijntje door de dot is bijna niet te vermijden. Daarom heb ik gedurende bijna 6 uur alle perioden opgemeten en het gemiddelde van 30 volledige perioden bepaald:

- Bolslinger periodemetingen 1-10-17 1174 keer bekeken
2: Draaihoek balans a.g.v. gravitatie. Een meetfout van +/- 0,005 graden is niet te vermijden. Bovendien staat de balans niet helemaal stil, zeker als het zoals de laatste dagen wat waait. Van 66 up- en 66 downswings is de uitwijkhoek zo goed als mogelijk bepaald door de oscillaties rond deze hoek te middelen. Jammer dat het met name tijdens het bepalen van de upswings nogal waaide, zichtbaar in het onrustiger patroon in deze grafiek. De metingen zijn in één grafiek ondergebracht, maar in werkelijkheid zijn eerst de downswings allemaal gemeten en daarna de upswings.

- Torsiebalans 66 up en downswings 1147 keer bekeken
3: Massa grote testmassa's. Mijn weegschaaltje gaat tot 5 kg en was niet geijkt. Met behulp van een geijkte maatcilinder van 200 cc is het gewicht van diverse hoeveelheden water van 20 graden bepaald. De dichtheid van zuiver water is bij die temperatuur 0,9982. De metingen resulteerden in een uitstekende lineariteit (< 0,1%) maar een correctie van -2,5% voor de massa's. Die was voorheen 10,325 kg gemiddeld, de nauwkeuriger bepaling komt op 10,070 kg. Er zit nog wel wat onzekerheid in deze massa, ik moest met de oplegger op 2 steunpunten (waarvan een de weegschaal was) methode het gewicht bepalen. Dat heb ik 10 keer gedaan, en telkens tussendoor de meetresultaten voor een van de testmassa's van ruim 2 kg als verificatie gebruikt. De maximale gemeten afwijking met deze methode was iets minder dan +/- 0,2% en het gemiddelde kwam dus uit op 10,070 kg.
Bovenstaande resultaten zijn verwerkt in het rekenmodel:

- Precisiemeting gravitatieconstante 1171 keer bekeken
Er zijn naast de exacte massa van de grote bollen nog wat onzekerheden:
De correctie van de meting voor de massa van het meetkastje is nogal rudimentair, daar zou nog een klein verschil (schatting: in de orde van minder dan een procent) uit kunnen voortkomen.
De test- en meetmassa's zijn niet exact bolvormig. Met een nauwkeurigheid van 1/50 mm is de diameter bepaald waarbij de bollen telkens 45 graden geroteerd werden over de 3 assen, zodat er in totaal 9 diameterbepalingen kwamen. De testmassa's hebben een diameter van gemiddeld 119,64 en 119,69 +/- 0,4 mm. De bepaling van een eventuele afwijking door deze onrondheid lijkt mij te complex, en is niet uitgevoerd. Een ruwe inschatting (stel dat het bolcentrum +/- 0,2 mm in het meetvlak verplaatst) komt uit op een fout van maximaal +/- 0,4%.
Verder zit er in de up en downswing grafiek iets interessants. In de downswing is in het midden een duidelijke dip over ongeveer 12 metingen te zien, en in de upswing een ongeveer even diepe dip rechts, maar dan over 24 metingen. Met temperatuurvariaties kan het niet te maken hebben, dat blijkt uit de meetgegevens van de thermometer. Ik vermoed dat dit wel eens regen op het platte dak naast de balans zou kunnen zijn. De afwijking heeft dezelfde richting en de balans draait inderdaad richting de hemelwaterafvoer, en het heeft geregend, alhoewel ik niet meer precies weet wanneer. Ik zal daar nog wat aan rekenen.
De foutmarge is voornamelijk een kwestie van inschatten:
- ±0,5% max. agv temperatuurinvloeden (±3 graden) op de torsiedraad,
- ±0,5% max. agv onnauwkeurigheid gravitatie meetkastje,
- ±0,4% max. agv onrondheid testmassa's
- ±0,2% max. agv onnauwkeurigheid gewicht testmassa's,
- ±1,2% max. agv meetfouten torsiehoek,
- ±0,5% max. agv tijdmeting oscillatieduur,
- ±1,0% max. agv fouten bij afstandsmeting test-meet massa,
- ±0,2% max. agv fouten bij de andere relevante maten.
±4,5% max in totaal.
Het resultaat is dus een gravitatieconstante van 6,84
±0,31.10
-11Nm
2 kg
−2
Cavendish kwam (omgerekend) op: 6,63
±0,46.10
-11.
Codata: 6,67428
± 0,00067.10
−11
Ik ben
heel tevreden met dit resultaat, en had toen ik het experiment vijf maanden geleden begon niet gedacht dat ik met eenvoudige materialen op een zolderkamer in een woonhuis tot op 3,2% van de correcte waarde had kunnen komen.
In een poging het onderste uit de kan te halen v.w.b. de nauwkeurigheid drie bepalingen gedaan:
1: Oscillatieduur. Deze is lastig precies vast te stellen omdat de laserdot pakweg 8 mm groot is en zeer traag beweegt. Een maximale fout van +/- 2 seconden bij passage van een markeringslijntje door de dot is bijna niet te vermijden. Daarom heb ik gedurende bijna 6 uur alle perioden opgemeten en het gemiddelde van 30 volledige perioden bepaald:
[attachment=2]Bolslinger periodemetingen 1-10-17.jpg[/attachment]
2: Draaihoek balans a.g.v. gravitatie. Een meetfout van +/- 0,005 graden is niet te vermijden. Bovendien staat de balans niet helemaal stil, zeker als het zoals de laatste dagen wat waait. Van 66 up- en 66 downswings is de uitwijkhoek zo goed als mogelijk bepaald door de oscillaties rond deze hoek te middelen. Jammer dat het met name tijdens het bepalen van de upswings nogal waaide, zichtbaar in het onrustiger patroon in deze grafiek. De metingen zijn in één grafiek ondergebracht, maar in werkelijkheid zijn eerst de downswings allemaal gemeten en daarna de upswings.
[attachment=0]Torsiebalans 66 up en downswings.jpg[/attachment]
3: Massa grote testmassa's. Mijn weegschaaltje gaat tot 5 kg en was niet geijkt. Met behulp van een geijkte maatcilinder van 200 cc is het gewicht van diverse hoeveelheden water van 20 graden bepaald. De dichtheid van zuiver water is bij die temperatuur 0,9982. De metingen resulteerden in een uitstekende lineariteit (< 0,1%) maar een correctie van -2,5% voor de massa's. Die was voorheen 10,325 kg gemiddeld, de nauwkeuriger bepaling komt op 10,070 kg. Er zit nog wel wat onzekerheid in deze massa, ik moest met de oplegger op 2 steunpunten (waarvan een de weegschaal was) methode het gewicht bepalen. Dat heb ik 10 keer gedaan, en telkens tussendoor de meetresultaten voor een van de testmassa's van ruim 2 kg als verificatie gebruikt. De maximale gemeten afwijking met deze methode was iets minder dan +/- 0,2% en het gemiddelde kwam dus uit op 10,070 kg.
Bovenstaande resultaten zijn verwerkt in het rekenmodel:
[attachment=1]Precisiemeting gravitatieconstante.jpg[/attachment]
Er zijn naast de exacte massa van de grote bollen nog wat onzekerheden:
De correctie van de meting voor de massa van het meetkastje is nogal rudimentair, daar zou nog een klein verschil (schatting: in de orde van minder dan een procent) uit kunnen voortkomen.
De test- en meetmassa's zijn niet exact bolvormig. Met een nauwkeurigheid van 1/50 mm is de diameter bepaald waarbij de bollen telkens 45 graden geroteerd werden over de 3 assen, zodat er in totaal 9 diameterbepalingen kwamen. De testmassa's hebben een diameter van gemiddeld 119,64 en 119,69 +/- 0,4 mm. De bepaling van een eventuele afwijking door deze onrondheid lijkt mij te complex, en is niet uitgevoerd. Een ruwe inschatting (stel dat het bolcentrum +/- 0,2 mm in het meetvlak verplaatst) komt uit op een fout van maximaal +/- 0,4%.
Verder zit er in de up en downswing grafiek iets interessants. In de downswing is in het midden een duidelijke dip over ongeveer 12 metingen te zien, en in de upswing een ongeveer even diepe dip rechts, maar dan over 24 metingen. Met temperatuurvariaties kan het niet te maken hebben, dat blijkt uit de meetgegevens van de thermometer. Ik vermoed dat dit wel eens regen op het platte dak naast de balans zou kunnen zijn. De afwijking heeft dezelfde richting en de balans draait inderdaad richting de hemelwaterafvoer, en het heeft geregend, alhoewel ik niet meer precies weet wanneer. Ik zal daar nog wat aan rekenen.
De foutmarge is voornamelijk een kwestie van inschatten:
[list][*]±0,5% max. agv temperatuurinvloeden (±3 graden) op de torsiedraad,
[*]±0,5% max. agv onnauwkeurigheid gravitatie meetkastje,
[*]±0,4% max. agv onrondheid testmassa's
[*]±0,2% max. agv onnauwkeurigheid gewicht testmassa's,
[*]±1,2% max. agv meetfouten torsiehoek,
[*]±0,5% max. agv tijdmeting oscillatieduur,
[*]±1,0% max. agv fouten bij afstandsmeting test-meet massa,
[*]±0,2% max. agv fouten bij de andere relevante maten.[/list]±4,5% max in totaal.
Het resultaat is dus een gravitatieconstante van 6,84 [sup]±0,31[/sup].10[sup]-11[/sup]Nm[sup]2[/sup] kg[sup]−2[/sup]
Cavendish kwam (omgerekend) op: 6,63 [sup]±[/sup][sup]0,46[/sup].10[sup]-11[/sup].
Codata: 6,67428 [sup]± 0,00067[/sup].10[sup]−11[/sup]
Ik ben [b]heel tevreden[/b] met dit resultaat, en had toen ik het experiment vijf maanden geleden begon niet gedacht dat ik met eenvoudige materialen op een zolderkamer in een woonhuis tot op 3,2% van de correcte waarde had kunnen komen.