door AItt » zo 25 jun 2017, 23:19
nog een paar voorbeelden:
In een artikel over het risico op cardiovasculaire ziekte bij het gebruik van de cholesterolverlager ezetimibe bovenop statine na acuut coronair syndroom staat de volgende zin: “The Kaplan–Meier event rate for the primary end point at 7 years was 32.7% in the simvastatin–ezetimibe group, as compared with 34.7% in the simvastatin-monotherapy group (absolute risk difference, 2.0 percentage points; hazard ratio, 0.936; 95% confidence interval, 0.89 to 0.99; P=0.016).” [Bron, New England Journal of Medicine, 3 juni 2015]
Hier is het antwoord ook cumulative incidence.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) rapporteerde op 31 mei 2015: “In de week van 25 tot en met 31 mei (week 22) werden 12 mensen op de 100.000 inwoners met influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) gerapporteerd door de Huisarts Peilstations participerend in NIVEL Zorgregistraties eerste lijn.”
Hier is het antwoord incidentie cijfer.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek rapporteerde in september 2013 het volgende: “In 2012 overleden 477 mannen en 316 vrouwen in Nederland door melanoom van de huid. Dit komt bij mannen neer op 2,0 procent van de totale sterfte bij kanker en bij vrouwen 1,6 procent. Melanoom van de huid is daarmee een relatief zeldzame doodsoorzaak, maar neemt wel sterk toe: van 470 overlijdens in 2000 naar 793 in 2012. Gerelateerd aan de bevolking, nam de sterfte aan deze vorm van huidkanker toe van 3,4 per honderdduizend inwoners in 2000 naar 4,7 per honderdduizend
inwoners
in 2012.” Welke frequentiemaat wordt in het onderstreepte deel van de tekst gebruikt?
Hier is het antwoord incidentie cijfer.
Het valt me op, iig uit deze twee voorbeelden, dat elke keer als ze per honderdduizend zeggen dat de antwoord incidentie cijfer is. Maar ja is het slim om daarop te vertrouwen zonder te begrijpen waarom dat dan zo is? Hopelijk ziet iemand wat ik niet zie of heeft hier meer verstand van om het te verduidelijken.
nog een paar voorbeelden:
[b]In een artikel over het risico op cardiovasculaire ziekte bij het gebruik van de cholesterolverlager ezetimibe bovenop statine na acuut coronair syndroom staat de volgende zin: “The Kaplan–Meier event rate for the primary end point at 7 years was 32.7% in the simvastatin–ezetimibe group, as compared with 34.7% in the simvastatin-monotherapy group (absolute risk difference, 2.0 percentage points; hazard ratio, 0.936; 95% confidence interval, 0.89 to 0.99; P=0.016).” [Bron, New England Journal of Medicine, 3 juni 2015][/b]
Hier is het antwoord ook cumulative incidence.
[b]Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) rapporteerde op 31 mei 2015: “In de week van 25 tot en met 31 mei (week 22) werden 12 mensen op de 100.000 inwoners met influenza-achtig ziektebeeld (IAZ) gerapporteerd door de Huisarts Peilstations participerend in NIVEL Zorgregistraties eerste lijn.”[/b]
Hier is het antwoord incidentie cijfer.
[b]Het Centraal Bureau voor de Statistiek rapporteerde in september 2013 het volgende: “In 2012 overleden 477 mannen en 316 vrouwen in Nederland door melanoom van de huid. Dit komt bij mannen neer op 2,0 procent van de totale sterfte bij kanker en bij vrouwen 1,6 procent. Melanoom van de huid is daarmee een relatief zeldzame doodsoorzaak, maar neemt wel sterk toe: van 470 overlijdens in 2000 naar 793 in 2012. Gerelateerd aan de bevolking, nam de sterfte aan deze vorm van huidkanker toe van 3,4 per honderdduizend inwoners in 2000 naar 4,7 per honderdduizend[/b]
[b] inwoners [/b]
[b]in 2012.” Welke frequentiemaat wordt in het onderstreepte deel van de tekst gebruikt?[/b]
Hier is het antwoord incidentie cijfer.
Het valt me op, iig uit deze twee voorbeelden, dat elke keer als ze [color=#ff0000]per honderdduizend[/color] zeggen dat de antwoord incidentie cijfer is. Maar ja is het slim om daarop te vertrouwen zonder te begrijpen waarom dat dan zo is? Hopelijk ziet iemand wat ik niet zie of heeft hier meer verstand van om het te verduidelijken.