door Marko » vr 18 mei 2018, 15:49
Het gaat hier niet direct om de paring van de spins van beide kernen, maar om de paring van deze spins met die van de elektronen van de tussenliggende covalente binding. Een covalente binding wordt gevormd door een elektronenpaar, dus 2 elektronen met tegengestelde spin. Voor deze verklaring is het overigens wel nodig als je je voorstelt dat 1 van de elektronen uit het paar bij het ene atoom zit, en de andere bij het andere. In dat geval heeft de ene kern een elektron met spin omhoog "bij" zich, en de andere een met spin omlaag. Door dit effect is het relatief gunstiger als 1 kernspin de andere kant op wijst dan de andere, en het is relatief minder gunstig als ze beide dezelfde kant op wijzen, omdat er dan dus altijd eentje tegen de spin van "zijn" elektron in staat.
Dat is wat er in de eerste paragraaf bedoeld wordt met "als gevolg van de kern/elektron spinparing van de tussenliggende covalente binding"
Het gaat hier niet direct om de paring van de spins van beide kernen, maar om de paring van deze spins met die van de elektronen van de tussenliggende covalente binding. Een covalente binding wordt gevormd door een elektronenpaar, dus 2 elektronen met tegengestelde spin. Voor deze verklaring is het overigens wel nodig als je je voorstelt dat 1 van de elektronen uit het paar bij het ene atoom zit, en de andere bij het andere. In dat geval heeft de ene kern een elektron met spin omhoog "bij" zich, en de andere een met spin omlaag. Door dit effect is het relatief gunstiger als 1 kernspin de andere kant op wijst dan de andere, en het is relatief minder gunstig als ze beide dezelfde kant op wijzen, omdat er dan dus altijd eentje tegen de spin van "zijn" elektron in staat.
Dat is wat er in de eerste paragraaf bedoeld wordt met "als gevolg van de kern/elektron spinparing van de tussenliggende covalente binding"