door HB46 » zo 12 mei 2019, 18:58
major_problem schreef:
Nu heb ik drie fasen en ster driehoek berekeningen vroeger nooit zo goed begrepen maar waarom nemen jullie de ster spanning (400V) en niet de driehoek spanning (690V)? Bij de tweede kom ik op 35,2 kW (zonder rendement verlies). Ook geen 21kW maar wel en hoger vermogen.
Ik zal proberen het iets duidelijker te maken. Bij de wikkelingen van een draaistroommotor horen een nominale spanning en een nominale stroom. Dit noemt men ook wel de fasespanning resp. fasestroom. De laagste spanning die men op het typeplaatje van de motor ziet, heeft betrekking op die fasespanning. Dus bij een 400/690 volt motor, die van TS, mag er niet meer dan 400 V over een wikkeling staan. Bij een lijnspanning van 690 V sluit men derhalve een dergelijke motor in ster aan. Wat de stroomwaarden op het typeplaatje betreft, heeft de laagste waarde betrekking de fasestroom. Dit is tevens de nominale stroom van een wikkeling. Het is vanzelfsprekend dat in een steraansluiting de lijnstroom gelijk is aan de fasestroom. Eveneens mag bekend worden verondersteld dat in dit geval de lijnspanning wortel-3 maal de fasespanning bedraagt. Het vermogen per wikkeling is: Ufase x Ifase x cos phi. Het totale opgenomen vermogen van de motor is dan drie maal deze uitkomst, zoals Klazon heeft berekend: Dus 3 x 400 x 21 x 0,81 =
20,412 KW.
Men kan het vermogen echter in dit geval ook berekenen vanuit ‘de lijn’ bezien. Je rekent dan met lijnspanning en lijnstroom, zijnde resp. wortel-3 maal de lijnspanning en met de fasestroom. Op die manier komt wortel-3 om de hoek kijken, wat Klazon al aangaf.
In formule form: P = wortel-3 x 690 x 21 x 0,81 = 20,329 KW
Ik kan me voorstellen dat e.e.a. nogal verwarrend is. Temeer daar het tweede resultaat een fractie lager is dan de uitkomst van de eerste berekening. Dit komt omdat er in het tweede geval wordt gerekend met de opgegeven lijnspanning van het typeplaatje, nl. 690 V. In werkelijkheid is dit, t.o.v. de in de eerste berekening gebruikte fase spanning van 400 V, wortel-3 maal 400, is 692,82 V. Niet van enige betekenis voor het functioneren van de motor maar het geeft uiteindelijk wel hetzelfde resultaat als dat van de eerste berekening.
[quote="major_problem"]
[b]Nu heb ik drie fasen en ster driehoek berekeningen vroeger nooit zo goed begrepen[/b] maar waarom nemen jullie de ster spanning (400V) en niet de driehoek spanning (690V)? Bij de tweede kom ik op 35,2 kW (zonder rendement verlies). Ook geen 21kW maar wel en hoger vermogen.
[/quote]
Ik zal proberen het iets duidelijker te maken. Bij de wikkelingen van een draaistroommotor horen een nominale spanning en een nominale stroom. Dit noemt men ook wel de fasespanning resp. fasestroom. De laagste spanning die men op het typeplaatje van de motor ziet, heeft betrekking op die fasespanning. Dus bij een 400/690 volt motor, die van TS, mag er niet meer dan 400 V over een wikkeling staan. Bij een lijnspanning van 690 V sluit men derhalve een dergelijke motor in ster aan. Wat de stroomwaarden op het typeplaatje betreft, heeft de laagste waarde betrekking de fasestroom. Dit is tevens de nominale stroom van een wikkeling. Het is vanzelfsprekend dat in een steraansluiting de lijnstroom gelijk is aan de fasestroom. Eveneens mag bekend worden verondersteld dat in dit geval de lijnspanning wortel-3 maal de fasespanning bedraagt. Het vermogen per wikkeling is: Ufase x Ifase x cos phi. Het totale opgenomen vermogen van de motor is dan drie maal deze uitkomst, zoals Klazon heeft berekend: Dus 3 x 400 x 21 x 0,81 = [u]20,412 KW[/u].
Men kan het vermogen echter in dit geval ook berekenen vanuit ‘de lijn’ bezien. Je rekent dan met lijnspanning en lijnstroom, zijnde resp. wortel-3 maal de lijnspanning en met de fasestroom. Op die manier komt wortel-3 om de hoek kijken, wat Klazon al aangaf.
In formule form: P = wortel-3 x 690 x 21 x 0,81 = 20,329 KW
Ik kan me voorstellen dat e.e.a. nogal verwarrend is. Temeer daar het tweede resultaat een fractie lager is dan de uitkomst van de eerste berekening. Dit komt omdat er in het tweede geval wordt gerekend met de opgegeven lijnspanning van het typeplaatje, nl. 690 V. In werkelijkheid is dit, t.o.v. de in de eerste berekening gebruikte fase spanning van 400 V, wortel-3 maal 400, is 692,82 V. Niet van enige betekenis voor het functioneren van de motor maar het geeft uiteindelijk wel hetzelfde resultaat als dat van de eerste berekening.