door wnvl1 » di 29 okt 2024, 00:12
Zijn ideeën over antimaterie volgen uit de Diracvergelijking. Dat is een aanpassing van de Schrödinger vergelijking om ze consistent te maken met de SRT.
De Diracvergelijking luidt als volgt:
\[
(i \gamma^{\mu} \partial_{\mu} - m) \psi = 0
\]
Hierin staat:
- \( \gamma^{\mu} \): de zogeheten gamma-matrices, die informatie bevatten over de spin en de relativistische eigenschappen van deeltjes,
- \( \partial_{\mu} \): de afgeleide operator in tijd en ruimte,
- \( m \): de massa van het deeltje,
- \( \psi \): de golffunctie of het kwantumveld van het deeltje.
Toen Dirac zijn vergelijking oploste, vond hij dat deze niet alleen oplossingen had voor positieve energiewaarden, maar ook voor negatieve energieniveaus. Volgens klassieke natuurkunde zou een elektron dat in een negatief energieniveau valt, eindeloos energie blijven verliezen, wat fysisch onmogelijk is. Dirac vond echter dat hij deze negatieve energieën niet zomaar kon negeren zonder de wiskundige consistentie van zijn theorie op het spel te zetten.
Om dit probleem op te lossen, stelde Dirac voor dat deze negatieve energietoestanden in feite overeenkomen met deeltjes die hetzelfde gedrag vertonen als elektronen, maar met een tegengestelde lading. Hij stelde voor dat er een nieuw deeltje zou bestaan dat dezelfde massa heeft als het elektron maar een positieve lading, in plaats van negatief. Dit hypothetische deeltje noemde hij het “positron”, wat we nu beschouwen als het antideeltje van het elektron.
Zijn ideeën over antimaterie volgen uit de Diracvergelijking. Dat is een aanpassing van de Schrödinger vergelijking om ze consistent te maken met de SRT.
De Diracvergelijking luidt als volgt:
\[
(i \gamma^{\mu} \partial_{\mu} - m) \psi = 0
\]
Hierin staat:
- \( \gamma^{\mu} \): de zogeheten gamma-matrices, die informatie bevatten over de spin en de relativistische eigenschappen van deeltjes,
- \( \partial_{\mu} \): de afgeleide operator in tijd en ruimte,
- \( m \): de massa van het deeltje,
- \( \psi \): de golffunctie of het kwantumveld van het deeltje.
Toen Dirac zijn vergelijking oploste, vond hij dat deze niet alleen oplossingen had voor positieve energiewaarden, maar ook voor negatieve energieniveaus. Volgens klassieke natuurkunde zou een elektron dat in een negatief energieniveau valt, eindeloos energie blijven verliezen, wat fysisch onmogelijk is. Dirac vond echter dat hij deze negatieve energieën niet zomaar kon negeren zonder de wiskundige consistentie van zijn theorie op het spel te zetten.
Om dit probleem op te lossen, stelde Dirac voor dat deze negatieve energietoestanden in feite overeenkomen met deeltjes die hetzelfde gedrag vertonen als elektronen, maar met een tegengestelde lading. Hij stelde voor dat er een nieuw deeltje zou bestaan dat dezelfde massa heeft als het elektron maar een positieve lading, in plaats van negatief. Dit hypothetische deeltje noemde hij het “positron”, wat we nu beschouwen als het antideeltje van het elektron.