door Gast » zo 28 dec 2025, 12:47
Bewijs dat X geen deler kan zijn van Y, zonder Wiles te gebruiken.
Voorwaarden
(a,b,c) paarsgewijs copriem, n is priem groter dan 3.
a en c oneven, b even.
a<c, b<c en a>(c-b)
Stel Q= (b^2-b.c+c^2)
Stel X=n.b.c.Q^m
Met m=1 als n=6voud-1, m=2 als n=6voud+1.
Stel Y=a^n-(c-b)^n
Ook weten we dat er een verband tussen a, b en c middels een p ,q en r.
Of dit verband als gcd(a.b.c,n)=1
a=(p^n+q^n-r^n)/2
b=(p^n-q^n+r^n)/2
c=(p^n+q^n+r^n)/2
Of dit verband als gcd(a.b.c,n)>1 en n deler zou zijn van c en N>1.
a=(n^(n.N-1).p^n+q^n-r^n)/2
b=(n^(n.N-1). p^n-q^n+r^n)/2
c=(n^(n.N-1). p^n+q^n+r^n)/2
Bewijs dat X geen deler kan zijn van Y, zonder Wiles te gebruiken.
Voorwaarden
(a,b,c) paarsgewijs copriem, n is priem groter dan 3.
a en c oneven, b even.
a<c, b<c en a>(c-b)
Stel Q= (b^2-b.c+c^2)
Stel X=n.b.c.Q^m
Met m=1 als n=6voud-1, m=2 als n=6voud+1.
Stel Y=a^n-(c-b)^n
Ook weten we dat er een verband tussen a, b en c middels een p ,q en r.
Of dit verband als gcd(a.b.c,n)=1
a=(p^n+q^n-r^n)/2
b=(p^n-q^n+r^n)/2
c=(p^n+q^n+r^n)/2
Of dit verband als gcd(a.b.c,n)>1 en n deler zou zijn van c en N>1.
a=(n^(n.N-1).p^n+q^n-r^n)/2
b=(n^(n.N-1). p^n-q^n+r^n)/2
c=(n^(n.N-1). p^n+q^n+r^n)/2