door de grijze muis » do 02 mar 2006, 22:55
"Wat brengt een zoon van overlevenden van de Sjoa ertoe niet alleen de revisionist David Irving als serieus historicus te prijzen, maar zelfs twee van diens stellingen over te nemen? Als er ergens sprake is van antisemitisme, dan moet je je afvragen of de joden dat niet zelf hebben opgeroepen ('The Holocaust framework [...] precluded the possibility that animus toward Jews might be grounded in a real conflict of interests'). En: het door de joodse organisaties die claims indienen genoemde aantal overlevenden van de Sjoa is zo hoog, dat als dit aantal klopt, er nooit zes miljoen joden kunnen zijn vermoord. Net als de revisionisten die dit argument gebruiken, negeert Finkelstein in die berekeningen het feit dat het begrip 'overlevende', dat vlak na de oorlog alleen betrekking had op de mensen die uit de kampen werden bevrijd, later alle joden aanduidde die de Sjoa hadden overleefd, of dit nu was in een kamp, in de onderduik of als vluchteling
.
Bij de ouders van Finkelstein lijkt ook hun politieke achtergrond een rol te spelen. Uit zijn beschrijvingen komt het beeld naar voren van een dogmatisch socialistisch gezin. Zoals religieuze joden na de oorlog vaak worstelden met de vraag hoe God dit had kunnen toestaan, zo moesten socialisten zich wel afvragen, hoe het nu zat met die solidariteit en met de goedheid van de mens. Wie wilde vasthouden aan de letter van het religieuze of socialistische geloof, ontkwam er soms niet aan de schuld voor een deel bij de joden zelf te leggen. Voor zulke mensen, die alles wat hun lief was, waren kwijtgeraakt, was het opgeven van ideologische of religieuze zekerheden een te hoge prijs. Dat zou kunnen verklaren waarom de woede van Finkelstein, die zich volkomen identificeert met zijn ouders, zich in zijn schotschrift nergens richt tegen de daders, maar des te meer tegen de slachtoffers en hun belangenorganisaties.
.
.Finkelsteins betoog riekt naar complot-theorie. Hij verdraait bovendien feiten of verzwijgt ze als ze niet van pas komen. Zo verwijt hij de Holocaust-musea dat ze het leed van de Sjoa voor de joden monopoliseren, door andere vervolgde groepen uit te sluiten. De programma's van de twee bekendste musea, het Holocaust Memorial Museum in Washington en het Museum of Tolerance (Simon Wiesenthal Center) in Los Angeles laten iets heel anders zien. Men doet juist moeite om de 'boodschap' van de Sjoa zo universeel mogelijk te maken door alle vormen van racisme er onderdeel van te maken.
. Het museum is officieel gewijd aan de nagedachtenis van de zes miljoen vermoorde joden en de miljoenen andere slachtoffers van het nazisme. Zigeuners, gehandicapten, Jehova's getuigen, homoseksuelen, Polen, politieke dissidenten en Russische krijgsgevangenen worden expliciet genoemd.
Bij zijn bespreking van de 'chantage' en 'afpersing' van Duitsland en de Zwitserse banken gaan alle registers bij Finkelstein open: 'In recent years, the Holocaust industry has become an outright extortion racket'. Het World Jewish Congress en daarvoor, in de jaren vijftig, de Claims Conference, verrijken zich volgens hem ten koste van de 'echte' overlevenden, waarbij het de vraag is wie daarmee worden bedoeld: behalve zijn ouders is er niemand, maar dan ook niemand die deugt....
Uit
www.nrc.nl/W2/Nieuws/2000
"Wat brengt een zoon van overlevenden van de Sjoa ertoe niet alleen de revisionist David Irving als serieus historicus te prijzen, maar zelfs twee van diens stellingen over te nemen? Als er ergens sprake is van antisemitisme, dan moet je je afvragen of de joden dat niet zelf hebben opgeroepen ('The Holocaust framework [...] precluded the possibility that animus toward Jews might be grounded in a real conflict of interests'). En: het door de joodse organisaties die claims indienen genoemde aantal overlevenden van de Sjoa is zo hoog, dat als dit aantal klopt, er nooit zes miljoen joden kunnen zijn vermoord. Net als de revisionisten die dit argument gebruiken, negeert Finkelstein in die berekeningen het feit dat het begrip 'overlevende', dat vlak na de oorlog alleen betrekking had op de mensen die uit de kampen werden bevrijd, later alle joden aanduidde die de Sjoa hadden overleefd, of dit nu was in een kamp, in de onderduik of als vluchteling
.
Bij de ouders van Finkelstein lijkt ook hun politieke achtergrond een rol te spelen. Uit zijn beschrijvingen komt het beeld naar voren van een dogmatisch socialistisch gezin. Zoals religieuze joden na de oorlog vaak worstelden met de vraag hoe God dit had kunnen toestaan, zo moesten socialisten zich wel afvragen, hoe het nu zat met die solidariteit en met de goedheid van de mens. Wie wilde vasthouden aan de letter van het religieuze of socialistische geloof, ontkwam er soms niet aan de schuld voor een deel bij de joden zelf te leggen. Voor zulke mensen, die alles wat hun lief was, waren kwijtgeraakt, was het opgeven van ideologische of religieuze zekerheden een te hoge prijs. Dat zou kunnen verklaren waarom de woede van Finkelstein, die zich volkomen identificeert met zijn ouders, zich in zijn schotschrift nergens richt tegen de daders, maar des te meer tegen de slachtoffers en hun belangenorganisaties.
.
.Finkelsteins betoog riekt naar complot-theorie. Hij verdraait bovendien feiten of verzwijgt ze als ze niet van pas komen. Zo verwijt hij de Holocaust-musea dat ze het leed van de Sjoa voor de joden monopoliseren, door andere vervolgde groepen uit te sluiten. De programma's van de twee bekendste musea, het Holocaust Memorial Museum in Washington en het Museum of Tolerance (Simon Wiesenthal Center) in Los Angeles laten iets heel anders zien. Men doet juist moeite om de 'boodschap' van de Sjoa zo universeel mogelijk te maken door alle vormen van racisme er onderdeel van te maken.
. Het museum is officieel gewijd aan de nagedachtenis van de zes miljoen vermoorde joden en de miljoenen andere slachtoffers van het nazisme. Zigeuners, gehandicapten, Jehova's getuigen, homoseksuelen, Polen, politieke dissidenten en Russische krijgsgevangenen worden expliciet genoemd.
Bij zijn bespreking van de 'chantage' en 'afpersing' van Duitsland en de Zwitserse banken gaan alle registers bij Finkelstein open: 'In recent years, the Holocaust industry has become an outright extortion racket'. Het World Jewish Congress en daarvoor, in de jaren vijftig, de Claims Conference, verrijken zich volgens hem ten koste van de 'echte' overlevenden, waarbij het de vraag is wie daarmee worden bedoeld: behalve zijn ouders is er niemand, maar dan ook niemand die deugt....
Uit www.nrc.nl/W2/Nieuws/2000