Op verzoek van de redactie, hier een korte uitleg in het Nederlands.
Het systeem dat wij bestudeerd hebben heet GRO J1655-40 en is een dubbelster, waarin de twee sterren iedere 2.6 dagen on elkaar heen draaien. Een van de twee sterren in deze dubbelster is een vrij normale ster, iets zwaarder dan de zon, en de andere ster is een zwart gat met een massa van ongeveer 6 a 7 keer die van de zon. Omdat de twee sterren zo dicht om elkaar heen draaien wordt de 'normale' ster door de sterke zwaartekracht van het zwart gat vervormd. In dit geval is de vervorming zo sterk dat gas van de normale ster naar het zwart gat begint te stromen. Het gas valt niet direct het zwart gat in, maar vormt een grote schijf, een zogenaamde accretie schijf. Hieronder kan je een 'artistieke impressie' van GRO J1655-40 zien:
rechts de (vervormde) ster en links de accretie schijf met het zwart gat in het centrum. De twee rode 'stralen' onder en boven de schijf zijn stromen van supersnel gas die bij het zwart gat vandaan geschoten worden.
Het gas in zo'n schijf doet er een paar weken over om het zwart gat te bereiken, waar het dan vervolgens in valt. Tijdens die paar weken wordt het gas geleidelijk warmer, ten gevolge van interne wrijving. Dicht bij het zwart gat is de temperatuur van het gas een paar miljoen graden, heet genoeg om Rontgen straling uit te zenden. Deze Rontgen stralen kunnen we waarnemen met satellieten (Rontgen straling komt niet door de dampkring heen). De satelliet waarmee we GRO J1655-40 hebben bekeken is de "Rossi X-ray Timing Explorer" (RXTE) van de NASA. Deze satelliet is gespecialiseerd in het detecteren van hele snelle veranderingen (sneller dan 1/1000e van een seconde) in de hoeveelheid Rontgen straling van sterren zoals GRO J1655-40.
Waarom zouden we zulke snelle veranderingen willen bestuderen? De zeer snelle veranderingen die wij bestuderen zijn waarschijnlijk het gevolg van zeer snel bewegend gas dat heel erg dicht (minder dan 100 km) bij het zwart gat rond draait. Zo dicht bij het zwart gat is de zwaartekracht zo sterk, dat het de vorm van ruimte en tijd verandert, zoals voorspeld door Einstein relativiteits theorie. Deze vervorming hangt af van hoe zwaar het zwart gat is en hoe snel het draait.
De manier waarop ruimte/tijd vervormd wordt, zorgt ervoor dat het gas in de accretie schijf niet alleen om het zwart gat heen draait, maar min of meer geforceerd wordt ook een klein beetje in en uit het vlak van de accretie schijf te bewegen. Er zijn modellen die voorspellen dat wanneer de frequenties van het om-het-zwart-gat draaien en het in-en-uit de schijf bewegen een 'mooie' verhouding hebben (zoals bv. 3:2), die bewegingen versterkt worden. In GRO J1655-40 nemen we zo'n paar van veranderingen waar, met 300 Hz en 450 Hz.
Waarom denken we dat dit het gevolg is van de vervorming van de ruimte/tijd? De hoeveel Rontgenstraling die we van dit soort systemen zien verandert over het algemeen vrij chaotisch. Af en toe zien we wel veranderingen met een duidelijke frequentie, maar deze verandert vaak van dag tot dag, waarschijnlijk als gevolg van veranderingen in de hoeveelheid gas die door de schijf stroomt. Wat de detectie van de 300 Hz and 450 Hz veranderingen zo speciaal maakt is dat ze negen jaar na hun oorspronkelijke ontdekkingen nog steeds de zelfde frequentie hebben (GRO J1655-40 is niet altijd helder genoeg om waarneembaar te zijn - de laatste keer was in 1996/97). Zoiets verwacht je niet van een 'chaotische' accretie schijf. Daar komt bij dat een zwart gat geen vast oppervlak heeft en daarom onmogelijk direct interactie kan hebben met de schijf (en zo frequenties kan vast leggen), zoals dat bij neutronen sterren wel is bijvoorbeeld. Hieruit concluderen we dat de waargenomen frequenties indirect worden vast gelegd door het zwart gat, namelijk door de manier waarop de massa en rotatie de ruimte/tijd vervormen.
Alhoewel de precieze interpretatie van de twee snelle veranderingen nog niet helemaal duidelijk zijn, kunnen we in de toekomst dit soort metingen waarschijnlijk gebruiken om de rotatie van zwarte gaten (en het effect op de ruimte/tijd) beter te bepalen.
Ik zal deze pagina de komende tijd in de gaten houden, voor het geval dat er nog meer vragen zijn.
Groeten,
Jeroen
Op verzoek van de redactie, hier een korte uitleg in het Nederlands.
Het systeem dat wij bestudeerd hebben heet GRO J1655-40 en is een dubbelster, waarin de twee sterren iedere 2.6 dagen on elkaar heen draaien. Een van de twee sterren in deze dubbelster is een vrij normale ster, iets zwaarder dan de zon, en de andere ster is een zwart gat met een massa van ongeveer 6 a 7 keer die van de zon. Omdat de twee sterren zo dicht om elkaar heen draaien wordt de 'normale' ster door de sterke zwaartekracht van het zwart gat vervormd. In dit geval is de vervorming zo sterk dat gas van de normale ster naar het zwart gat begint te stromen. Het gas valt niet direct het zwart gat in, maar vormt een grote schijf, een zogenaamde accretie schijf. Hieronder kan je een 'artistieke impressie' van GRO J1655-40 zien:
rechts de (vervormde) ster en links de accretie schijf met het zwart gat in het centrum. De twee rode 'stralen' onder en boven de schijf zijn stromen van supersnel gas die bij het zwart gat vandaan geschoten worden.
[img]http://tahti.mit.edu/blackhole/page1/files/page1_1.jpg[/img]
Het gas in zo'n schijf doet er een paar weken over om het zwart gat te bereiken, waar het dan vervolgens in valt. Tijdens die paar weken wordt het gas geleidelijk warmer, ten gevolge van interne wrijving. Dicht bij het zwart gat is de temperatuur van het gas een paar miljoen graden, heet genoeg om Rontgen straling uit te zenden. Deze Rontgen stralen kunnen we waarnemen met satellieten (Rontgen straling komt niet door de dampkring heen). De satelliet waarmee we GRO J1655-40 hebben bekeken is de "Rossi X-ray Timing Explorer" (RXTE) van de NASA. Deze satelliet is gespecialiseerd in het detecteren van hele snelle veranderingen (sneller dan 1/1000e van een seconde) in de hoeveelheid Rontgen straling van sterren zoals GRO J1655-40.
Waarom zouden we zulke snelle veranderingen willen bestuderen? De zeer snelle veranderingen die wij bestuderen zijn waarschijnlijk het gevolg van zeer snel bewegend gas dat heel erg dicht (minder dan 100 km) bij het zwart gat rond draait. Zo dicht bij het zwart gat is de zwaartekracht zo sterk, dat het de vorm van ruimte en tijd verandert, zoals voorspeld door Einstein relativiteits theorie. Deze vervorming hangt af van hoe zwaar het zwart gat is en hoe snel het draait.
De manier waarop ruimte/tijd vervormd wordt, zorgt ervoor dat het gas in de accretie schijf niet alleen om het zwart gat heen draait, maar min of meer geforceerd wordt ook een klein beetje in en uit het vlak van de accretie schijf te bewegen. Er zijn modellen die voorspellen dat wanneer de frequenties van het om-het-zwart-gat draaien en het in-en-uit de schijf bewegen een 'mooie' verhouding hebben (zoals bv. 3:2), die bewegingen versterkt worden. In GRO J1655-40 nemen we zo'n paar van veranderingen waar, met 300 Hz en 450 Hz.
Waarom denken we dat dit het gevolg is van de vervorming van de ruimte/tijd? De hoeveel Rontgenstraling die we van dit soort systemen zien verandert over het algemeen vrij chaotisch. Af en toe zien we wel veranderingen met een duidelijke frequentie, maar deze verandert vaak van dag tot dag, waarschijnlijk als gevolg van veranderingen in de hoeveelheid gas die door de schijf stroomt. Wat de detectie van de 300 Hz and 450 Hz veranderingen zo speciaal maakt is dat ze negen jaar na hun oorspronkelijke ontdekkingen nog steeds de zelfde frequentie hebben (GRO J1655-40 is niet altijd helder genoeg om waarneembaar te zijn - de laatste keer was in 1996/97). Zoiets verwacht je niet van een 'chaotische' accretie schijf. Daar komt bij dat een zwart gat geen vast oppervlak heeft en daarom onmogelijk direct interactie kan hebben met de schijf (en zo frequenties kan vast leggen), zoals dat bij neutronen sterren wel is bijvoorbeeld. Hieruit concluderen we dat de waargenomen frequenties indirect worden vast gelegd door het zwart gat, namelijk door de manier waarop de massa en rotatie de ruimte/tijd vervormen.
Alhoewel de precieze interpretatie van de twee snelle veranderingen nog niet helemaal duidelijk zijn, kunnen we in de toekomst dit soort metingen waarschijnlijk gebruiken om de rotatie van zwarte gaten (en het effect op de ruimte/tijd) beter te bepalen.
Ik zal deze pagina de komende tijd in de gaten houden, voor het geval dat er nog meer vragen zijn.
Groeten,
Jeroen