door Veertje » di 04 apr 2006, 12:19
Sorry voor deze lange post, maar ik kon het niet korter formuleren, hoezeer ik ook mijn best deed:
De redenering dat God volmaakt moet zijn is denk ik terug te voeren op het gedachtengoed van Aristoteles, de manier waarop hij (volgens mij) de wereld probeerde te verklaren:
Volgens Aristoteles voltrekken alle natuurlijke veranderingen zich doelgericht. Het beginstadium is steeds een nog-niet van iets (de uiteindelijke bestemming is er nog niet), het eindstadium markeert het bereiken van het doel. (het begin is de toestand van de mogelijkheid, het einde is de werkelijkheid). Elk doel kan dan weer een onderdeel zijn van een "groter" doel, dat nog bereikt moet worden (tussendoelen). Met die doelgerichtheid probeert Aristoteles het wezen der dingen te verklaren. Dat wezen ligt in de dingen zelf, namelijk in het vermogen om datgene, wat een ding in aanleg is, te realiseren.
Om dit te proberen te illustreren (bescheiden poging van mijn kant, je kunt je niet voorstellen hoe moeilijk ik dit vind):
Het wezen van een tafel (wat is een tafel, m.a.w. hoe weet je dat iets een tafel is?).
De tafel is er gekomen met een bepaald doel. Om te bepalen wat nu precies een tafel is, moet je volgens Aristoteles verklaren waarom die tafel er is, wat het doel van die tafel is. Je zou je kunnen voorstellen dat een tafel is verzonnen, gemaakt, er is gekomen omdat mensen hun voedsel niet meer op de vieze grond wilden plaatsen alvorens het op te eten. Als je dat als enig doel van die tafel ziet, dan is een tafel dus iets waarop je voedsel plaatst zonder dat het direct in aanraking komt met de vieze grond, en waarvanaf mensen voedsel kunnen pakken om het vervolgens de eten. Een tafel is dan in wezen niet meer en niet minder dan dat. Dus een houten plank op de grond zou een tafel zijn.
Maar, stel nu dat het doel nog verder ging dan dat. Het doel was eigenlijk: het voedsel mag niet meer in aanraking komen met de grond of vuil dat zich op de grond bevindt, ook in de vorm van (opwaaiend) stof. Dus het wezen van een tafel is een verhoogd oppervlak waarvan gegeten wordt. Hiermee heb ik natuurlijk niet het wezen van een tafel bepaald. Want: het oppervlak moet niet te schuin zijn (anders valt het eten eraf), een tafel kan ook gebruikt worden voor iets anders dan eten, etc. etc.
Maar, je kunt je voorstellen dat je door het doel van iets te bepalen, diep en vergaand, dat je dan tot de essentie van dat iets doordringt, het wezen ervan kunt bepalen (in ieder geval volgens Aristoteles). Soms zijn er ook (of lijkt het zo te zijn) meerdere doelen, en dus meerdere essenties van iets, waarbij je je kunt afvragen of je die niet, als je een oneindige woordenschat en denkvermogen had, ook die verschillende essenties tot 1 essentie zou kunnen formuleren.
Kanttekening: Hoe moeilijk is het niet om een goede definitie voor iets op te stellen? En denken we niet, net zoals Aristoteles, vaak bij het formuleren van een definitie aan het doel van iets? Veel definities zijn functie gerelateerd, dus feitelijk zijn we dan bezig de wereld te verklaren hoe Aristoteles hem heeft geprobeerd te verklaren.
Je kunt je zo ook voorstellen dat er meningsverschillen ontstaan. Als je een tafel bij IKEA koopt die nog niet in elkaar is gezet dan zullen de meesten zeggen: ik heb een tafel gekocht. Sommigen zullen zeggen: nee, het is geen tafel. Je hebt een plank en vier palen gekocht. Pas als je het in elkaar gezet hebt is het ook daadwerkelijk een tafel. Daarover kun je eindeloos doorfilosoferen en kom je uiteindelijk ook bij Plato terecht, bij wie er een verschil is tussen het idee van een ding en het reële voorwerp (platonisch dualisme). Maar dat is voer voor een andere discussie.
Als je alles vanuit die doelgerichtheid gaat verklaren loop je er op een gegeven moment tegenaan dat je een doel tegenkomt dat je niet kunt formuleren omdat het niet verklaard kan worden zonder in circels te gaan redeneren (eindeloze regressie). Om dat te vermijden postuleert Aristoteles het bestaan van een wezen dat de oorzaak van al het andere, behalve zichzelf is: de "onbewogen beweger". Deze onbewogen beweger is eeuwig, onveranderlijk, onbewogen, oorzaak van het streven (en daardoor de beweging veroorzakend), volmaakt. Voor Aristoteles is het begrip "God" dus uiteindelijk noodzakelijk geweest als filosofisch basisprincipe, overigens niet in de christelijke zin van het woord (schepper van de wereld, of iets dat invloed uitoefent op de wereld).
In die Aristotelische zin is het logisch (vind ik) dat die God, dat wezen, volmaakt moet zijn. Als hij niet volmaakt zou zijn dan zou ook hijzelf verandering moeten ondergaan om een doel te verwezenlijken (ongeacht wat dat doel is) en daarmee zou hij dan niet onbewogen zijn. Als hij niet onbewogen is kan hij niet de oer-oorzaak van het streven zijn (en daarmee alle andere beweging veroorzaken).
Zoiets (pffff!!!!, ik snap het zelf nog maar net!)
Bron m.b.t. Aristoteles: Boek Geschiedenis van de filosofie van de klassieke oudheid tot heden door Christoph Delius en Matthias Gatzemeier, Deniz Sertcan, Kathleen Wünscher, uitgeverij Könemann.
Sorry voor deze lange post, maar ik kon het niet korter formuleren, hoezeer ik ook mijn best deed:
De redenering dat God volmaakt moet zijn is denk ik terug te voeren op het gedachtengoed van Aristoteles, de manier waarop hij (volgens mij) de wereld probeerde te verklaren:
Volgens Aristoteles voltrekken alle natuurlijke veranderingen zich doelgericht. Het beginstadium is steeds een nog-niet van iets (de uiteindelijke bestemming is er nog niet), het eindstadium markeert het bereiken van het doel. (het begin is de toestand van de mogelijkheid, het einde is de werkelijkheid). Elk doel kan dan weer een onderdeel zijn van een "groter" doel, dat nog bereikt moet worden (tussendoelen). Met die doelgerichtheid probeert Aristoteles het wezen der dingen te verklaren. Dat wezen ligt in de dingen zelf, namelijk in het vermogen om datgene, wat een ding in aanleg is, te realiseren.
Om dit te proberen te illustreren (bescheiden poging van mijn kant, je kunt je niet voorstellen hoe moeilijk ik dit vind):
Het wezen van een tafel (wat is een tafel, m.a.w. hoe weet je dat iets een tafel is?).
De tafel is er gekomen met een bepaald doel. Om te bepalen wat nu precies een tafel is, moet je volgens Aristoteles verklaren waarom die tafel er is, wat het doel van die tafel is. Je zou je kunnen voorstellen dat een tafel is verzonnen, gemaakt, er is gekomen omdat mensen hun voedsel niet meer op de vieze grond wilden plaatsen alvorens het op te eten. Als je dat als enig doel van die tafel ziet, dan is een tafel dus iets waarop je voedsel plaatst zonder dat het direct in aanraking komt met de vieze grond, en waarvanaf mensen voedsel kunnen pakken om het vervolgens de eten. Een tafel is dan in wezen niet meer en niet minder dan dat. Dus een houten plank op de grond zou een tafel zijn.
Maar, stel nu dat het doel nog verder ging dan dat. Het doel was eigenlijk: het voedsel mag niet meer in aanraking komen met de grond of vuil dat zich op de grond bevindt, ook in de vorm van (opwaaiend) stof. Dus het wezen van een tafel is een verhoogd oppervlak waarvan gegeten wordt. Hiermee heb ik natuurlijk niet het wezen van een tafel bepaald. Want: het oppervlak moet niet te schuin zijn (anders valt het eten eraf), een tafel kan ook gebruikt worden voor iets anders dan eten, etc. etc.
Maar, je kunt je voorstellen dat je door het doel van iets te bepalen, diep en vergaand, dat je dan tot de essentie van dat iets doordringt, het wezen ervan kunt bepalen (in ieder geval volgens Aristoteles). Soms zijn er ook (of lijkt het zo te zijn) meerdere doelen, en dus meerdere essenties van iets, waarbij je je kunt afvragen of je die niet, als je een oneindige woordenschat en denkvermogen had, ook die verschillende essenties tot 1 essentie zou kunnen formuleren.
Kanttekening: Hoe moeilijk is het niet om een goede definitie voor iets op te stellen? En denken we niet, net zoals Aristoteles, vaak bij het formuleren van een definitie aan het doel van iets? Veel definities zijn functie gerelateerd, dus feitelijk zijn we dan bezig de wereld te verklaren hoe Aristoteles hem heeft geprobeerd te verklaren.
Je kunt je zo ook voorstellen dat er meningsverschillen ontstaan. Als je een tafel bij IKEA koopt die nog niet in elkaar is gezet dan zullen de meesten zeggen: ik heb een tafel gekocht. Sommigen zullen zeggen: nee, het is geen tafel. Je hebt een plank en vier palen gekocht. Pas als je het in elkaar gezet hebt is het ook daadwerkelijk een tafel. Daarover kun je eindeloos doorfilosoferen en kom je uiteindelijk ook bij Plato terecht, bij wie er een verschil is tussen het idee van een ding en het reële voorwerp (platonisch dualisme). Maar dat is voer voor een andere discussie.
Als je alles vanuit die doelgerichtheid gaat verklaren loop je er op een gegeven moment tegenaan dat je een doel tegenkomt dat je niet kunt formuleren omdat het niet verklaard kan worden zonder in circels te gaan redeneren (eindeloze regressie). Om dat te vermijden postuleert Aristoteles het bestaan van een wezen dat de oorzaak van al het andere, behalve zichzelf is: de "onbewogen beweger". Deze onbewogen beweger is eeuwig, onveranderlijk, onbewogen, oorzaak van het streven (en daardoor de beweging veroorzakend), volmaakt. [b]Voor Aristoteles is het begrip "God" dus uiteindelijk noodzakelijk geweest als filosofisch basisprincipe[/b], overigens niet in de christelijke zin van het woord (schepper van de wereld, of iets dat invloed uitoefent op de wereld).
[b]In die Aristotelische zin is het logisch (vind ik) dat die God, dat wezen, volmaakt moet zijn[/b]. Als hij niet volmaakt zou zijn dan zou ook hijzelf verandering moeten ondergaan om een doel te verwezenlijken (ongeacht wat dat doel is) en daarmee zou hij dan niet onbewogen zijn. Als hij niet onbewogen is kan hij niet de oer-oorzaak van het streven zijn (en daarmee alle andere beweging veroorzaken).
Zoiets (pffff!!!!, ik snap het zelf nog maar net!)
Bron m.b.t. Aristoteles: Boek Geschiedenis van de filosofie van de klassieke oudheid tot heden door Christoph Delius en Matthias Gatzemeier, Deniz Sertcan, Kathleen Wünscher, uitgeverij Könemann.