door GS750E » di 29 aug 2006, 23:16
Wouter, je wil graag een dubbelblind onderzoek op cholesterol, die heb ik niet maar wel van voedingsmiddelen bij hartritmestoornissen.
Deze had ik nog op mijn computer staan.
De positieve effecten van voedingsstoffen bij hartritmestoornissen.
Het hart van een gezonde volwassene klopt ongeveer 60 tot 70 keer per minuut...
Van geboorte tot overlijden bedraagt het aantal hartslagen van een mens ongeveer 2,6 miljard.
1. Wetenswaardigheden over de hartslag en over aritmie.
Hartritmestoornissen (aritmieën) uiten zich onder andere door hartkloppingen, versnelde hartslag, duizeligheid en kortademigheid. Wereldwijd hebben miljoenen mensen hier last van, vooral mensen tussen de 50 en 70 jaar.
A. Hoe de hartslag wordt geregeld.
Het menselijk hart heeft een specifieke, elektrisch systeem dat is opgebouwd uit cellen. Dit systeem zorgt voor de elektrische impuls die verantwoordelijk is voor de hartslag. De hartslag zorgt ervoor dat het bloed onder verschillende fysiologische condities regelmatig door het lichaam wordt gepompt, of we nu slapen of lichamelijk actief zijn.
Iedere hartslag is een opmerkelijke, gecoördineerde actie van miljoenen cellen. Door de samenwerking van deze cellen wordt de gelijkmatige en chronologisch exact bepaalde samentrekking en ontspanning van alle hartspieren in stand gehouden.
Er zijn specifieke groepen hartcellen die de bio-elektrische impulsen voor een gelijkmatige hartslag opwekken en doorsturen. Deze cellen vormen twee knopen (de sinusknoop en de AV-knoop) die als bio-logische batterijen werken. In deze knopen ontstaat de energie voor de hartslag die er voor zorgt dat de contracties ritmisch verlopen.
Bij volwassenen klopt het hart ongeveer 60 à 70 keer per minuut. Bij kinderen en jongeren is het aantal hartslagen per minuut hoger, gemiddeld 85 à 90. Door het voelen van de pols kunt u de frequentie van de hartslag meten. Bij patiënten met hartziekten wordt door de arts een nauwkeurig onderzoek gedaan in de vorm van een elektrocardiogram (ECG). Hiermee wordt het verloop van de contracties van het hart vastgelegd en kunnen bepaalde vormen van onregelmatige hartslag worden gedocumenteerd.
Tachycardie: abnormaal versnelde hartslag (meer dan 100 slagen per minuut).
Brachycardie: te langzame hartslag (minder dan 60 slagen per minuut).
Aritmie: onregelmatige hartslag.
B. Adequate oplossing voor aritmie.
Tot op heden kan men vanuit de geneeskunde zelden verklaren waarom er aritmie optreedt. Daarom werd de diagnostische term 'paroxysmale aritmie' geïntroduceerd, waarmee niets anders wordt gezegd dan dat de oorzaken van een onregelmatige hartslag onbekend zijn. Omdat de reguliere geneeskunde het tekort aan bio-energie in de hartspier niet herkent als de primaire oorzaak, kan zij slechts op symptomen gerichte therapieën voorstellen. Deze therapieën bestaan uit pacemakers (geïmplanteerde, metalen apparaten die elektrische impulsen afgeven) en cauterisatie-behandelingen (elektrisch verbranden van een deel van de hartspier om storende elektrische impulsen uit te schakelen). Bijna altijd worden anti-aritmische geneesmiddelen toegediend die de symptomen alleen maar verdoezelen. Helaas hebben praktisch al deze geneesmiddelen ernstige bijwerkingen. De belangrijkste en meest voorkomende is een nog onregelmatigere hartslag en niet zelden heeft dit een hartstilstand tot gevolg, de zogenaamde 'plotselinge dood als gevolg van een hartaandoening'.
C. Doorbraak van deze geneeskunde bij het begrijpen van de oorzaken van aritmie.
Het uitgangspunt van deze geneeskunde bij het behandelen van aritmie verschilt principieel van de aanpak van de reguliere geneeskunde. Dit nieuwe, ontwikkelde inzicht in de grondbeginselen van ziekten en gezondheid, verklaart de oorzaken van ziekten en de functies van de cellen met betrekking tot hun afhankelijkheid van 'energievoorziening'. Om biologische elektriciteit te kunnen produceren, hebben de 'elektrische' hartcellen grote hoeveelheden bio-energie nodig. Daarom moeten zij onophoudelijk worden voorzien van een specifieke combinatie van voedingsstoffen (biokataysatoren), die onontbeerlijk zijn voor het omzetten van voedingsstoffen in bio-energie. De belangrijkste cellulaire voedingsstoffen daarvoor zijn co-enzym Q10, carnitine, B-vitaminen, lysine, vitamine C, magnesium, calcium en kalium.
Om de celstofwisseling optimaal te laten verlopen, moeten de voedingsstoffen elkaar synergetisch aanvullen en ondersteunen. Zij zorgen voor het goed functioneren van alle cellen. Dit geldt natuurlijk in het bijzonder voor de 'elektrische' cellen van het hart, die buitengewoon veel biokatalysatoren (voedingsstoffen) nodig hebben. Wanneer ons lichaam niet de juiste hoeveelheden van deze voedingsstoffen krijgt, kunnen de hartcellen niet voldoende elektrische impulsen produceren en doorsturen. Aritmie is het gevolg.
Het valt nauwelijks te verklaren waarom de geneeskunde dit simpele feit over het hoofd heeft gezien. In plaats van ervoor te zorgen dat het hart optimaal wordt voorzien van voedingsstoffen die bio-energie leveren, vertrouwt de geneeskunde op mechanische apparaten en geneesmiddelen die ernstige bijwerkingen hebben. Zelfs een kind van 10 jaar begrijpt dat een zaklantaarn niet werkt zonder de elektriciteit van een batterij. Evenzo moeten doktoren en patiënten het feit accepteren dat een onophoudelijke verzorging met 'biologische' energie voorwaarde is voor het opwekken van elektrische impulsen, die noodzakelijk zijn voor de hartslag. Dit logische principe wordt toegepast bij onze geneeskunde. Een juiste combinatie van hooggedoseerde voedingsstoffen heeft al voor duizenden patiënten het probleem van een onregelmatige verminderd. Om ondubbelzinnige, wetenschappelijke bewijzen voor de werking van dit programma te verkrijgen, hebben wij een klinisch onderzoek gedaan. Dit met als doel significant bewijs te leveren voor de werkzaamheid van de voedingsstoffen benadering bij patiënten die lijden aan aritmie.
Kalium is een belangrijke voedingsstof voor de produktie van bio-energie en voor de coördinatie van het hartritme. Voorwaarde voor een regelmatige hartslag is een evenwicht tussen de hoeveelheden kalium, natrium en andere mineralen.
2. Het belang van klinische onderzoek.
Om te bewijzen dat het principe van voedingsstoffen als geneesmiddelen juist is, hebben wij met deze voedingsstoffen een uitgebreid klinisch onderzoek uitgevoerd.
A. Wat is een gerandomiseerd, dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoek?
De hoogste standaard voor het klinisch bewijs van de werking van een therapie is een gerandomiseerd, dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoek. De afzonderlijke termen betekenen het volgende:
Gerandomiseerd: bij dit soort onderzoeken worden de deelnemers volgens het principe van het toeval in twee groepen (de onderzoeksgroep en de controlegroep) verdeeld, die wat betreft leeftijd, fysieke toestand en andere factoren met elkaar overeenkomen.
Dubbelblind: om mogelijke invloeden uit te sluiten, weet noch de deelnemer noch de onderzoeker in welke groep wie zit. Tevens is onbekend welk tablet de actieve stof bevat en welk tabled de placebo is. De verpakking van de tabletten zijn gecodeerd en alle tabletten zien er hetzelfde uit. De code wordt pas bekend gemaakt na de evaluatie aan het einde van het onderzoek.
Placebo-gecontroleerd: De onderzoeksgroep neemt het te onderzoeken middel in, de controlegroep krijgt een placebo (een niet-werkzaam controlemiddel).
B. Hoe wordt het effect van de behandeling bepaald (p-waarde)?
Het effect van de behandeling (in dit geval de door ons geteste voedingsstoffen) wordt volgens statische methode
onderzocht. Dit is het bewijs voor de geldigheid van de resultaten die worden behaald in de onderzoeksgroep en in de controlegroep. De waarschijnlijkheid dat de resultaten overeenkomen met de feiten wordt uitgedrukt in de zogenaamde 'p-waarde' (Engels: probability), Een p-waarde die lager is dan 0.05 (p-<0.05) bevestigt dat de onderzochte feiten overeenkomen met de stand van zaken, waardoor een vergissing onwaarschijnlijk of zo goed als uitgesloten is. In principe betekent dit dat de bewijskracht van de resultaten groter is naar mate de p-waarde lager is.
C. Waarom is het van belang hierbij veel onderzoekscentra te betrekken?
Ieder van ons is anders en veel verschillende factoren kunnen van invloed zijn op het resultaat van een behandeling. Doordat het cellulaire voedingsstoffenprogramma op verschillende groepen patiënten en in verschillende onderzoekscentra is getest, konden wij de bewijskracht van de resultaten versterken.
Co-enzym Q10 is een belangrijk molecuul voor de optimale produktie van bio-energie en moet naast vitamine B2, B3 en andere specifieke cellulaire voedingsstoffen worden ingenomen. Cellulaire geneeskunde is gebaseerd op de synergie van cellulaire voedingsstoffen, waardoor een optimaal voordeel voor de gezondheid wordt bereikt.
Vitamine C en Lysine zijn essentiële voedingsstoffen voor de produktie van carnitine, een stof die betrokken is bij de energievoorziening.
Een tekort aan deze voedingsstoffen kan leiden tot storingen in de produktie of de geleiding van de elektrische impulsen die de hartslag regelen, hetgeen leidt tot aritmie.
3. Doel van het onderzoek.
Het doel van het onderzoek was te onderzoeken of langdurig gebruik van vitamine en andere cel- voedingsstoffen, als aanvulling op basistherapieën, zou leiden tot een vermindering van het aantal aritmie-aanvallen.
De elektrische impulsen die de ritmische contracties van het hart opwekken, worden met een snelheid van 1.6 meter per seconde door de vezels van de hartspier gestuurd.
4. Beschrijving van de patiënten betrokken bij wie aritmie was vastgesteld (de medische vakterm hiervoor is paroxysmale atriale tachycardie).
Onderzoeksgroep Controlegroep
(69 patiënten) (71 patiënten)
Gemiddelde leeftijd
58 jaar 56 jaar
Mannen
38 % 42 %
Vrouwen
62 % 58 %
Gewicht
78 kg 76 %
Behandeld met bètablokkers 64 % 66 %
Behandeld met calciumkanaal blokkers 20 % 20 %
Harttherapie
20 % 21 %
De patiënten werden ad random (volgens het principe van toeval) in twee groepen verdeeld. De onderzoeksgroep (69 patiënten) nam het cellulaire voedingsstoffenprogramma in, de controlegroep (71 patiënten) kreeg een placebo toegediend. In de groepen was er geen statistische significant verschil tussen de verdeling van mannen en vrouwen. De gemiddelde leeftijd van de patiënten in de onderzoeksgroep 58 jaar, in de placebogroep 56 jaar. In beide groepen werd de aritmie bij 2/3 van de patiënten behandeld met bètablokkers en bij 20 % met calciumkanaalblokkers (calciummantagonisten).
De evaluatie van het onderzoek toonde aan dat 90 van de deelnemende patiënten zich strikt aan het onderzoeksprotocol hadden gehouden.
Zij kwamen naar alle afspraken en volgden gedurende zes maanden het cellulaire voedingsstoffenprogramma. 44 patiënten van de onderzoeksgroep en 46 van de placebogroep voldeden exact aan deze criteria.
Om er volkomen zeker van te zijn dat de geconstateerde effecten op de gezondheid inderdaad veroorzaakt werden door het innemen van het voedingsstoffenprogramma en niet door andere factoren, werden alleen de resultaten van deze patiënten geëvalueerd.
A. De behandeling.
De behandeling bestond uit het gedurende 6 maanden innemen van een voedingsstoffenprogramma
Basis voedingsstoffenprogramma Co-enzymen en andere
Vitaminen Mineralen Aminozuren werkzame stoffen
Bètacaroteen 952mcg Calcium 35mg L-lysine 110mg Co-enzym Q10 7mg
Vitamine C 600mg Fosfor 15mg L-proline 110mg Pycnogenol 7mg
Vitamine D3 3.3mcg Magnesium 40mg L-arginine 40mg Inositol 35mg
Vitamine E 87mg Zink 7 mg L-cysteïne 35mg Citrus-bio-
Vitamine B1 7mg Seleen 20mcg L-carnitine 35mg flavonoïde 100mg
Vitamine B2 7mg Koper 330mcg
Vitamine B3 45mg Chroom 10mcg
Vitamine B6 10mg Molybdeen 4mcg
Vitamine B12 20mcg Kalium 20mg
Aanvullend voedingsstoffenprogramma
Vitamine C 700mg Calcium 13mg Taurine 200mg Co-enzym Q10 20mg
Vitamine E 15mg Magnesium 110mg L-carnitine 160mg
Vitamine B1 15mg
Vitamine B2 15mg
Vitamine B3 40mg
Vitamine B5 4mg
Vitamine B12 7mcg
Biotine 130mcg
De 'knoop' van elektrische cellen versturen om de 830 milliseconden een elektrische impuls die de hartslag opwekt. Om deze functie op peil te houden, moeten deze cellen constant voorzien worden van voedingsstoffen.
5. Resultaten.
A. Het voedingsstoffenprogramma vermindert het aantal aritmie-aanvallen.
Patiënten met aritmie ( in %) Controlegroep 73.9 % p<0.01 Onderzoeksgroep 47.8 %
De belangrijkste vraag bij het onderzoek was of het voedingsstoffenprogramma effectief zou kunnen zijn bij patiënten die lijden aan ernstige aritmie. Alhoewel de ernst van de hartritmestoornis varieerde bij de patiënten die aan het onderzoek deelnamen, leden de meeste van hen aan frequent voorkomende aritmie (zeven of meer aanvallen gedurende de studieperiode). Aan het einde van het onderzoek werd het aantal aritmie-aanvallen geanalyseerd bij de patiënten die placebo's hadden gekregen en bij degenen die de voedingsstoffen hadden ingenomen.
De resultaten tonen aan dat het merendeel van de patiënten die het placeboprogramma hadden ingenomen (ca. 73,9%) nog steeds aan aritmie leed. Het aantal patiënten in de onderzoeksgroep dat aritmie-aanvallen ervoer wasaanmerkelijk minder (47,8%). Dit betekent dat bij meer dan de helft van de patiënten die het voedingsstoffenprogramma volgden de hartritmestoornissen duidelijk minder waren geworden. Dat is 26 procent meer dan in de controlegroep. Dit resultaat was
statistisch significant (p-waarde = 0.01), hetgeen wil zeggen dat een vergissing kan worden uitgesloten.
Conclusie: Het onderzoek toont aan dat voedingsstoffenprogramma freqyentvoorkomende aritmie met een kwart kan verminderen in een periode van slechts zes maanden.
B. Het voedingsstoffenprogramma helpt patiënten de frequentie van aritmie-aanvallen te verminderen.
De resultaten tonen aan dat 93.5% van de patiënten uit de controlegroep na zes maanden nog steeds last had van aritmie, ondanks het feit dat deze patiënten tijdens deze periode antiaritmatische middelen hadden ingenomen. Dit wijst erop dat de farmaceutische middelen bij de meerderheid van de patiënten die last hebben van dit gezondheidsprobleem, niet effectief zijn. In de onderzoeksgroep ervoer aanmerkelijk minder patiënten (84.1%) een onregelmatige hartslag.
De kans om volledig vrij te zijn van aritmie werd door het innemen van het specifieke voedingsstoffenprogramma verdubbeld (15.9%) in de onderzoeksgroep tegenover 6.5% in de controlegroep). De resultaten waren statistisch significant (p-waarde <0.01).
Conclucie: De resultaten tonen duidelijk aan dat de kans om arritmie te overwinnen met het voedingsstoffenprogramma meer dan twee keer zo groot is.
C.Verbetering van de gezondheid bij langdurig gebruik van het voedingsstoffenprogramma.
De juiste combinatie van cel-voedingsstoffen heeft een gunstige werking op het lichaam, doordat de cellen optimaal worden voorzien van voedingsstoffen. Op lange termijn verbetert hierdoor de celfunctie. Deze benadering bestrijdt de oorzaak van het gebrekkig functioneren van de cellen en draagt bij tot een langdurige verbetering van de gezondheid. Daar is echter wel tijd voor nodig. De aanvoer van voeddingsstoffen aan de cellen heeft slechts zelden een onmiddellijk effect op de gezondheid. De meeste patiënten vertelden dat de gunstige effecten van de cel-voedingsstoffen pas na een paar weken te merken waren, maar dat na langdurige inname de verbetering van de gezondheid verder toenam.
De frequentie van de aritmieaanvallen neemt af naarmate het voedingsstoffenprogramma langer wordt gevolgd.
Tijdens de eerste drie maanden van het onderzoek had bijna de helft van de patiënten (45.5%) zeven of meer aritmie-aanvallen. Tijdens de tweede helft van het onderzoek nam het aantal patiënten dat last had van frequente aritmie aanmerkelijk af. Slechts 27.3% van de patiënten vertelde dat de ritmestoornissen onverminderd aanhielden.
Conclusie: De constante vermindering van de frequentie van aritmie-aanvallen wijst erop dat door langdurig gebruik van het cellulaire voedingsstoffenprogramma (langer dan 6 maanden) er een verbetering van de hartfunctie verwacht kan worden, zelfs bij patiënten waar de ziekte zich in een vergevorderd stadium bevindt.
Veel patiënten hebben geen last meer van aritmie bij langdurige toepassing van specifieke cel- voedingsstoffen.
Tijdens de eerste drie maanden van het onderzoek had 77.3% van de patiënten die cellulaire voedingsstoffen innamen aritmie-aanvallen, tegen 90% van de controlegroep. De patiënten in de onderzoeksgroep profiteerden dus al tijdens de eerste drie maanden van het innemen van het voedingsstoffenprogramma.
Tijdens de tweede helft van het onderzoek (4 tot 6 maanden ) ervoeren veel minder patiënten in de onderzoeksgroep aritmie-aanvallen. De resultaten tonen aan dat de continue inname van deze voedingsstoffen de kans op aritmie-aanvallen halveert. Ongeveer de helft van de patiënten in de onderzoeksgroep had na langdurige inname van het voedingsstoffenprogramma (4 tot 6 maanden helemaal geen last meer van een onregelmatige hartslag.
Conclusie: De resultaten bevestigen dat hoe langer de voedingsstoffen worden ingenomen, des te beter de gezondheid wordt.
D. Het voedingsstoffenprogramma heeft een gunstig effect op de kwaliteit van leven.
Patiënten die lijden aan aritmie zijn niet alleen bang voor een storing van hun hartfunctie, maar ook voor het continu achteruitgaan van de kwaliteit van hun leven. Dit heeft grotendeels te maken met de bijwerkingen van medicamenten en de overtuiging dat een genezing van hun gezondheidsproblemen niet mogelijk is.
Dit onderzoek hield rekening met deze belangrijke factor en onder zocht hoe de inname van het voedingsstoffenprogramma invloed had op het algemeen welbevinden en op de levenskwaliteit van de patiënten. De resultaten zijn afkomstig uit gestandaardiseerde vragenlijst waarmee de levenskwaliteit van patiënten kon worden gemeten. Deze lijst wordt meestal gebruikt bij klinische onderzoek; de vragen zijn gericht op het persoonlijk welbevinden van de patiënten. De in het kader van ons onderzoek gebruikte vragenlijst werd op 36 verschillende criteria - met betrekking tot de lichamelijke gesteldheid, de mentale gezondheid, de vitaliteit en andere aspecten - beoordeeld.
De antwoorden op deze vragen werden verwerkt met behulp van een computerprogramma, zodat de resultaten ook met elkaar konden worden vergeleken. Het was zeer hoopgevend hoe patiënten die aan ons onderzoek deelnamen hun levenskwaliteit beoordeelden. De patiënten die het voedingsstoffenprogramma volgden, beoordeelden hun levenskwaliteit met twee keer zo hoge waarden als de patiënten uit de controlegroep, die slechts een placebo namen.
Wat betreft een aantal aspecten, bijvoorbeeld het algemeen welbevinden en de mentale gezondheid, traden bij het einde van het onderzoek duidelijk verbeteringen op. Tegelijk vertelden de patiënten uit de controlegroep dat zij zich aan het einde van het onderzoek slechter voelden dan aan het begin.
Bij de patiënten die voedingsstoffen innamen, waren in de eindfase van het onderzoek de waarden die zij behaalden voor vitaliteit vier maal hoger dan de controlegroep. Ook wat betreft de mentale gezondheid traden aanzienlijk verbeteringen op.
Patiënten die antidepressiva, sommige antibiotica, medicijnen voor hartziekten, tamoxifen (anti-oestrogenen) en bepaalde andere farmaceutische middelen gebruiken, hebben een verhoogd risico op aritmie en zelfs op een hartstilstand.
6. Conclusies: De resultaten van dit gerandomiseerd, dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoek leveren een overtuigend bewijs voor de doeltreffende werking van voedingsstoffen bij een preventieve en ondersteunende behandeling van aritmie. Dit is des te opmerkelijker, omdat de reguliere geneeskunde hiervoor geen oplossing heeft.
Deze medische vooruitgang werd bereikt door de primaire oorzaken van aritmie te verklaren, namelijk het tekort aan bio-energie in de spiercellen van het hart. Het voedingsstoffenprogramma dat gedurende dit onderzoek werd gebruikt, leverde voedingsstoffen in de juiste hoeveelheden en samenstellingen. Binnen zes maanden hielpen dit de volgende verbeteringen te bereiken:
Statistisch significant vermindering van de frequentie van klinische meetbare aritmie-aanvallen.
Statistisch significant toename van het aantal patiënten zonder aritmie.
Statistisch significant verlenging van de periodes tussen de aritmie-aanvallen.
Toegenomen gezondheidsverbeteringen bij gebruik van dit voedingsstoffenprogramma tijdens een periode langer dan zes maanden.
Sterke toename van het algemeen welbevinden, de vitaliteit en de mentale gezondheid bij gebruik van dit voedingsstoffenprogramma tijdens een periode langer dan zes maanden.
Dit voedingsstoffenprogramma verbetert de gezondheid en levenskwaliteit van patiënten die aan aritmie lijden zonder dat er bijwerkingen optraden, hetgeen bij het gebruik van farmaceutische middelen doorgaans haast onvermijdelijk is.
Dit resultaat is zeer belangrijk, te meer omdat recente, klinische onderzoeken hebben bevestigt dat aritmie-geneesmiddelen - die door meer dan 1.5 miljoen mensen in Noord-Amerika en Europa worden gebruikt - de gezondheid op geen enkele manier verbeteren. Deze geneesmiddelen vergroten zelfs het risico van ernstige complicaties, met in veel gevallen zelfs de dood tot gevolg. Reeds in 1989 werd een klinisch onderzoek waarbij, patiënten aritmie-geneesmiddelen kregen, vroegtijdig afgebroken, omdat uit de eerste resultaten bleek dat na de inname van het geneesmiddel het risico van een hartstilstand bij deze patiënten met een factor 2.5 was toegenomen.
Twee uitgebreide onderzoeken vanuit 2002, waarvan er één in Canada en één in Nederland werd uitgevoerd, bracht vergelijkbare resultaten aan het licht. Uit het onderzoek dat zes jaar duurde en waarbij meer dan 4000 patiënten waren betrokken, bleek dat er bij patiënten die met aritmie-geneesmiddelen werden behandeld sprake was van meer ziekenhuisopnames en een verhoogd sterftecijfer. Bij deze onderzoeken ging het om medicijnen die de hartfrequentie beïnvloeden, bijvoorbeeld digoxine, bètablokkers en calciumkanaalblokkers. Het Europese onderzoek kwam tot dezelfde conclusies.
Het hier beschreven onderzoek toont aan dat aritmie-aanvallen op een natuurlijke wijze kunnen worden verminderd en vermeden door de oorzaken ervan op het niveau van de cellen weg te nemen.
Dit voedingsstoffenprogramma kan worden beschouwd als een affectieve natuurgeneeswijze, waarvan de doeltreffendheid bij de preventie en ondersteunende behandeling van aritmie klinisch werd bewezen.
Dankwoord
Dit onderzoek werd uitgevoerd bij 35 Duitse gezondheidszorginstellingen.
Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door de hulp van de vele duizenden patiënten die met behulp van deze natuurgeneeskunde hun ziekten hebben overwonnen. Graag willen wij al deze mensen bedanken voor hun hulp bij het verspreiden van de inzichten op het gebied van dit voedingsstoffenonderzoek.
Wouter, je wil graag een dubbelblind onderzoek op cholesterol, die heb ik niet maar wel van voedingsmiddelen bij hartritmestoornissen.
Deze had ik nog op mijn computer staan.
De positieve effecten van voedingsstoffen bij hartritmestoornissen.
Het hart van een gezonde volwassene klopt ongeveer 60 tot 70 keer per minuut...
Van geboorte tot overlijden bedraagt het aantal hartslagen van een mens ongeveer 2,6 miljard.
1. Wetenswaardigheden over de hartslag en over aritmie.
Hartritmestoornissen (aritmieën) uiten zich onder andere door hartkloppingen, versnelde hartslag, duizeligheid en kortademigheid. Wereldwijd hebben miljoenen mensen hier last van, vooral mensen tussen de 50 en 70 jaar.
A. Hoe de hartslag wordt geregeld.
Het menselijk hart heeft een specifieke, elektrisch systeem dat is opgebouwd uit cellen. Dit systeem zorgt voor de elektrische impuls die verantwoordelijk is voor de hartslag. De hartslag zorgt ervoor dat het bloed onder verschillende fysiologische condities regelmatig door het lichaam wordt gepompt, of we nu slapen of lichamelijk actief zijn.
Iedere hartslag is een opmerkelijke, gecoördineerde actie van miljoenen cellen. Door de samenwerking van deze cellen wordt de gelijkmatige en chronologisch exact bepaalde samentrekking en ontspanning van alle hartspieren in stand gehouden.
Er zijn specifieke groepen hartcellen die de bio-elektrische impulsen voor een gelijkmatige hartslag opwekken en doorsturen. Deze cellen vormen twee knopen (de sinusknoop en de AV-knoop) die als bio-logische batterijen werken. In deze knopen ontstaat de energie voor de hartslag die er voor zorgt dat de contracties ritmisch verlopen.
Bij volwassenen klopt het hart ongeveer 60 à 70 keer per minuut. Bij kinderen en jongeren is het aantal hartslagen per minuut hoger, gemiddeld 85 à 90. Door het voelen van de pols kunt u de frequentie van de hartslag meten. Bij patiënten met hartziekten wordt door de arts een nauwkeurig onderzoek gedaan in de vorm van een elektrocardiogram (ECG). Hiermee wordt het verloop van de contracties van het hart vastgelegd en kunnen bepaalde vormen van onregelmatige hartslag worden gedocumenteerd.
Tachycardie: abnormaal versnelde hartslag (meer dan 100 slagen per minuut).
Brachycardie: te langzame hartslag (minder dan 60 slagen per minuut).
Aritmie: onregelmatige hartslag.
B. Adequate oplossing voor aritmie.
Tot op heden kan men vanuit de geneeskunde zelden verklaren waarom er aritmie optreedt. Daarom werd de diagnostische term 'paroxysmale aritmie' geïntroduceerd, waarmee niets anders wordt gezegd dan dat de oorzaken van een onregelmatige hartslag onbekend zijn. Omdat de reguliere geneeskunde het tekort aan bio-energie in de hartspier niet herkent als de primaire oorzaak, kan zij slechts op symptomen gerichte therapieën voorstellen. Deze therapieën bestaan uit pacemakers (geïmplanteerde, metalen apparaten die elektrische impulsen afgeven) en cauterisatie-behandelingen (elektrisch verbranden van een deel van de hartspier om storende elektrische impulsen uit te schakelen). Bijna altijd worden anti-aritmische geneesmiddelen toegediend die de symptomen alleen maar verdoezelen. Helaas hebben praktisch al deze geneesmiddelen ernstige bijwerkingen. De belangrijkste en meest voorkomende is een nog onregelmatigere hartslag en niet zelden heeft dit een hartstilstand tot gevolg, de zogenaamde 'plotselinge dood als gevolg van een hartaandoening'.
C. Doorbraak van deze geneeskunde bij het begrijpen van de oorzaken van aritmie.
Het uitgangspunt van deze geneeskunde bij het behandelen van aritmie verschilt principieel van de aanpak van de reguliere geneeskunde. Dit nieuwe, ontwikkelde inzicht in de grondbeginselen van ziekten en gezondheid, verklaart de oorzaken van ziekten en de functies van de cellen met betrekking tot hun afhankelijkheid van 'energievoorziening'. Om biologische elektriciteit te kunnen produceren, hebben de 'elektrische' hartcellen grote hoeveelheden bio-energie nodig. Daarom moeten zij onophoudelijk worden voorzien van een specifieke combinatie van voedingsstoffen (biokataysatoren), die onontbeerlijk zijn voor het omzetten van voedingsstoffen in bio-energie. De belangrijkste cellulaire voedingsstoffen daarvoor zijn co-enzym Q10, carnitine, B-vitaminen, lysine, vitamine C, magnesium, calcium en kalium.
Om de celstofwisseling optimaal te laten verlopen, moeten de voedingsstoffen elkaar synergetisch aanvullen en ondersteunen. Zij zorgen voor het goed functioneren van alle cellen. Dit geldt natuurlijk in het bijzonder voor de 'elektrische' cellen van het hart, die buitengewoon veel biokatalysatoren (voedingsstoffen) nodig hebben. Wanneer ons lichaam niet de juiste hoeveelheden van deze voedingsstoffen krijgt, kunnen de hartcellen niet voldoende elektrische impulsen produceren en doorsturen. Aritmie is het gevolg.
Het valt nauwelijks te verklaren waarom de geneeskunde dit simpele feit over het hoofd heeft gezien. In plaats van ervoor te zorgen dat het hart optimaal wordt voorzien van voedingsstoffen die bio-energie leveren, vertrouwt de geneeskunde op mechanische apparaten en geneesmiddelen die ernstige bijwerkingen hebben. Zelfs een kind van 10 jaar begrijpt dat een zaklantaarn niet werkt zonder de elektriciteit van een batterij. Evenzo moeten doktoren en patiënten het feit accepteren dat een onophoudelijke verzorging met 'biologische' energie voorwaarde is voor het opwekken van elektrische impulsen, die noodzakelijk zijn voor de hartslag. Dit logische principe wordt toegepast bij onze geneeskunde. Een juiste combinatie van hooggedoseerde voedingsstoffen heeft al voor duizenden patiënten het probleem van een onregelmatige verminderd. Om ondubbelzinnige, wetenschappelijke bewijzen voor de werking van dit programma te verkrijgen, hebben wij een klinisch onderzoek gedaan. Dit met als doel significant bewijs te leveren voor de werkzaamheid van de voedingsstoffen benadering bij patiënten die lijden aan aritmie.
Kalium is een belangrijke voedingsstof voor de produktie van bio-energie en voor de coördinatie van het hartritme. Voorwaarde voor een regelmatige hartslag is een evenwicht tussen de hoeveelheden kalium, natrium en andere mineralen.
2. Het belang van klinische onderzoek.
Om te bewijzen dat het principe van voedingsstoffen als geneesmiddelen juist is, hebben wij met deze voedingsstoffen een uitgebreid klinisch onderzoek uitgevoerd.
A. Wat is een gerandomiseerd, dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoek?
De hoogste standaard voor het klinisch bewijs van de werking van een therapie is een gerandomiseerd, dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoek. De afzonderlijke termen betekenen het volgende:
Gerandomiseerd: bij dit soort onderzoeken worden de deelnemers volgens het principe van het toeval in twee groepen (de onderzoeksgroep en de controlegroep) verdeeld, die wat betreft leeftijd, fysieke toestand en andere factoren met elkaar overeenkomen.
Dubbelblind: om mogelijke invloeden uit te sluiten, weet noch de deelnemer noch de onderzoeker in welke groep wie zit. Tevens is onbekend welk tablet de actieve stof bevat en welk tabled de placebo is. De verpakking van de tabletten zijn gecodeerd en alle tabletten zien er hetzelfde uit. De code wordt pas bekend gemaakt na de evaluatie aan het einde van het onderzoek.
Placebo-gecontroleerd: De onderzoeksgroep neemt het te onderzoeken middel in, de controlegroep krijgt een placebo (een niet-werkzaam controlemiddel).
B. Hoe wordt het effect van de behandeling bepaald (p-waarde)?
Het effect van de behandeling (in dit geval de door ons geteste voedingsstoffen) wordt volgens statische methode
onderzocht. Dit is het bewijs voor de geldigheid van de resultaten die worden behaald in de onderzoeksgroep en in de controlegroep. De waarschijnlijkheid dat de resultaten overeenkomen met de feiten wordt uitgedrukt in de zogenaamde 'p-waarde' (Engels: probability), Een p-waarde die lager is dan 0.05 (p-<0.05) bevestigt dat de onderzochte feiten overeenkomen met de stand van zaken, waardoor een vergissing onwaarschijnlijk of zo goed als uitgesloten is. In principe betekent dit dat de bewijskracht van de resultaten groter is naar mate de p-waarde lager is.
C. Waarom is het van belang hierbij veel onderzoekscentra te betrekken?
Ieder van ons is anders en veel verschillende factoren kunnen van invloed zijn op het resultaat van een behandeling. Doordat het cellulaire voedingsstoffenprogramma op verschillende groepen patiënten en in verschillende onderzoekscentra is getest, konden wij de bewijskracht van de resultaten versterken.
Co-enzym Q10 is een belangrijk molecuul voor de optimale produktie van bio-energie en moet naast vitamine B2, B3 en andere specifieke cellulaire voedingsstoffen worden ingenomen. Cellulaire geneeskunde is gebaseerd op de synergie van cellulaire voedingsstoffen, waardoor een optimaal voordeel voor de gezondheid wordt bereikt.
Vitamine C en Lysine zijn essentiële voedingsstoffen voor de produktie van carnitine, een stof die betrokken is bij de energievoorziening.
Een tekort aan deze voedingsstoffen kan leiden tot storingen in de produktie of de geleiding van de elektrische impulsen die de hartslag regelen, hetgeen leidt tot aritmie.
3. Doel van het onderzoek.
Het doel van het onderzoek was te onderzoeken of langdurig gebruik van vitamine en andere cel- voedingsstoffen, als aanvulling op basistherapieën, zou leiden tot een vermindering van het aantal aritmie-aanvallen.
De elektrische impulsen die de ritmische contracties van het hart opwekken, worden met een snelheid van 1.6 meter per seconde door de vezels van de hartspier gestuurd.
4. Beschrijving van de patiënten betrokken bij wie aritmie was vastgesteld (de medische vakterm hiervoor is paroxysmale atriale tachycardie).
Onderzoeksgroep Controlegroep
(69 patiënten) (71 patiënten)
Gemiddelde leeftijd
58 jaar 56 jaar
Mannen
38 % 42 %
Vrouwen
62 % 58 %
Gewicht
78 kg 76 %
Behandeld met bètablokkers 64 % 66 %
Behandeld met calciumkanaal blokkers 20 % 20 %
Harttherapie
20 % 21 %
De patiënten werden ad random (volgens het principe van toeval) in twee groepen verdeeld. De onderzoeksgroep (69 patiënten) nam het cellulaire voedingsstoffenprogramma in, de controlegroep (71 patiënten) kreeg een placebo toegediend. In de groepen was er geen statistische significant verschil tussen de verdeling van mannen en vrouwen. De gemiddelde leeftijd van de patiënten in de onderzoeksgroep 58 jaar, in de placebogroep 56 jaar. In beide groepen werd de aritmie bij 2/3 van de patiënten behandeld met bètablokkers en bij 20 % met calciumkanaalblokkers (calciummantagonisten).
De evaluatie van het onderzoek toonde aan dat 90 van de deelnemende patiënten zich strikt aan het onderzoeksprotocol hadden gehouden.
Zij kwamen naar alle afspraken en volgden gedurende zes maanden het cellulaire voedingsstoffenprogramma. 44 patiënten van de onderzoeksgroep en 46 van de placebogroep voldeden exact aan deze criteria.
Om er volkomen zeker van te zijn dat de geconstateerde effecten op de gezondheid inderdaad veroorzaakt werden door het innemen van het voedingsstoffenprogramma en niet door andere factoren, werden alleen de resultaten van deze patiënten geëvalueerd.
A. De behandeling.
De behandeling bestond uit het gedurende 6 maanden innemen van een voedingsstoffenprogramma
Basis voedingsstoffenprogramma Co-enzymen en andere
Vitaminen Mineralen Aminozuren werkzame stoffen
Bètacaroteen 952mcg Calcium 35mg L-lysine 110mg Co-enzym Q10 7mg
Vitamine C 600mg Fosfor 15mg L-proline 110mg Pycnogenol 7mg
Vitamine D3 3.3mcg Magnesium 40mg L-arginine 40mg Inositol 35mg
Vitamine E 87mg Zink 7 mg L-cysteïne 35mg Citrus-bio-
Vitamine B1 7mg Seleen 20mcg L-carnitine 35mg flavonoïde 100mg
Vitamine B2 7mg Koper 330mcg
Vitamine B3 45mg Chroom 10mcg
Vitamine B6 10mg Molybdeen 4mcg
Vitamine B12 20mcg Kalium 20mg
Aanvullend voedingsstoffenprogramma
Vitamine C 700mg Calcium 13mg Taurine 200mg Co-enzym Q10 20mg
Vitamine E 15mg Magnesium 110mg L-carnitine 160mg
Vitamine B1 15mg
Vitamine B2 15mg
Vitamine B3 40mg
Vitamine B5 4mg
Vitamine B12 7mcg
Biotine 130mcg
De 'knoop' van elektrische cellen versturen om de 830 milliseconden een elektrische impuls die de hartslag opwekt. Om deze functie op peil te houden, moeten deze cellen constant voorzien worden van voedingsstoffen.
5. Resultaten.
A. Het voedingsstoffenprogramma vermindert het aantal aritmie-aanvallen.
Patiënten met aritmie ( in %) Controlegroep 73.9 % p<0.01 Onderzoeksgroep 47.8 %
De belangrijkste vraag bij het onderzoek was of het voedingsstoffenprogramma effectief zou kunnen zijn bij patiënten die lijden aan ernstige aritmie. Alhoewel de ernst van de hartritmestoornis varieerde bij de patiënten die aan het onderzoek deelnamen, leden de meeste van hen aan frequent voorkomende aritmie (zeven of meer aanvallen gedurende de studieperiode). Aan het einde van het onderzoek werd het aantal aritmie-aanvallen geanalyseerd bij de patiënten die placebo's hadden gekregen en bij degenen die de voedingsstoffen hadden ingenomen.
De resultaten tonen aan dat het merendeel van de patiënten die het placeboprogramma hadden ingenomen (ca. 73,9%) nog steeds aan aritmie leed. Het aantal patiënten in de onderzoeksgroep dat aritmie-aanvallen ervoer wasaanmerkelijk minder (47,8%). Dit betekent dat bij meer dan de helft van de patiënten die het voedingsstoffenprogramma volgden de hartritmestoornissen duidelijk minder waren geworden. Dat is 26 procent meer dan in de controlegroep. Dit resultaat was
statistisch significant (p-waarde = 0.01), hetgeen wil zeggen dat een vergissing kan worden uitgesloten.
Conclusie: Het onderzoek toont aan dat voedingsstoffenprogramma freqyentvoorkomende aritmie met een kwart kan verminderen in een periode van slechts zes maanden.
B. Het voedingsstoffenprogramma helpt patiënten de frequentie van aritmie-aanvallen te verminderen.
De resultaten tonen aan dat 93.5% van de patiënten uit de controlegroep na zes maanden nog steeds last had van aritmie, ondanks het feit dat deze patiënten tijdens deze periode antiaritmatische middelen hadden ingenomen. Dit wijst erop dat de farmaceutische middelen bij de meerderheid van de patiënten die last hebben van dit gezondheidsprobleem, niet effectief zijn. In de onderzoeksgroep ervoer aanmerkelijk minder patiënten (84.1%) een onregelmatige hartslag.
De kans om volledig vrij te zijn van aritmie werd door het innemen van het specifieke voedingsstoffenprogramma verdubbeld (15.9%) in de onderzoeksgroep tegenover 6.5% in de controlegroep). De resultaten waren statistisch significant (p-waarde <0.01).
Conclucie: De resultaten tonen duidelijk aan dat de kans om arritmie te overwinnen met het voedingsstoffenprogramma meer dan twee keer zo groot is.
C.Verbetering van de gezondheid bij langdurig gebruik van het voedingsstoffenprogramma.
De juiste combinatie van cel-voedingsstoffen heeft een gunstige werking op het lichaam, doordat de cellen optimaal worden voorzien van voedingsstoffen. Op lange termijn verbetert hierdoor de celfunctie. Deze benadering bestrijdt de oorzaak van het gebrekkig functioneren van de cellen en draagt bij tot een langdurige verbetering van de gezondheid. Daar is echter wel tijd voor nodig. De aanvoer van voeddingsstoffen aan de cellen heeft slechts zelden een onmiddellijk effect op de gezondheid. De meeste patiënten vertelden dat de gunstige effecten van de cel-voedingsstoffen pas na een paar weken te merken waren, maar dat na langdurige inname de verbetering van de gezondheid verder toenam.
De frequentie van de aritmieaanvallen neemt af naarmate het voedingsstoffenprogramma langer wordt gevolgd.
Tijdens de eerste drie maanden van het onderzoek had bijna de helft van de patiënten (45.5%) zeven of meer aritmie-aanvallen. Tijdens de tweede helft van het onderzoek nam het aantal patiënten dat last had van frequente aritmie aanmerkelijk af. Slechts 27.3% van de patiënten vertelde dat de ritmestoornissen onverminderd aanhielden.
Conclusie: De constante vermindering van de frequentie van aritmie-aanvallen wijst erop dat door langdurig gebruik van het cellulaire voedingsstoffenprogramma (langer dan 6 maanden) er een verbetering van de hartfunctie verwacht kan worden, zelfs bij patiënten waar de ziekte zich in een vergevorderd stadium bevindt.
Veel patiënten hebben geen last meer van aritmie bij langdurige toepassing van specifieke cel- voedingsstoffen.
Tijdens de eerste drie maanden van het onderzoek had 77.3% van de patiënten die cellulaire voedingsstoffen innamen aritmie-aanvallen, tegen 90% van de controlegroep. De patiënten in de onderzoeksgroep profiteerden dus al tijdens de eerste drie maanden van het innemen van het voedingsstoffenprogramma.
Tijdens de tweede helft van het onderzoek (4 tot 6 maanden ) ervoeren veel minder patiënten in de onderzoeksgroep aritmie-aanvallen. De resultaten tonen aan dat de continue inname van deze voedingsstoffen de kans op aritmie-aanvallen halveert. Ongeveer de helft van de patiënten in de onderzoeksgroep had na langdurige inname van het voedingsstoffenprogramma (4 tot 6 maanden helemaal geen last meer van een onregelmatige hartslag.
Conclusie: De resultaten bevestigen dat hoe langer de voedingsstoffen worden ingenomen, des te beter de gezondheid wordt.
D. Het voedingsstoffenprogramma heeft een gunstig effect op de kwaliteit van leven.
Patiënten die lijden aan aritmie zijn niet alleen bang voor een storing van hun hartfunctie, maar ook voor het continu achteruitgaan van de kwaliteit van hun leven. Dit heeft grotendeels te maken met de bijwerkingen van medicamenten en de overtuiging dat een genezing van hun gezondheidsproblemen niet mogelijk is.
Dit onderzoek hield rekening met deze belangrijke factor en onder zocht hoe de inname van het voedingsstoffenprogramma invloed had op het algemeen welbevinden en op de levenskwaliteit van de patiënten. De resultaten zijn afkomstig uit gestandaardiseerde vragenlijst waarmee de levenskwaliteit van patiënten kon worden gemeten. Deze lijst wordt meestal gebruikt bij klinische onderzoek; de vragen zijn gericht op het persoonlijk welbevinden van de patiënten. De in het kader van ons onderzoek gebruikte vragenlijst werd op 36 verschillende criteria - met betrekking tot de lichamelijke gesteldheid, de mentale gezondheid, de vitaliteit en andere aspecten - beoordeeld.
De antwoorden op deze vragen werden verwerkt met behulp van een computerprogramma, zodat de resultaten ook met elkaar konden worden vergeleken. Het was zeer hoopgevend hoe patiënten die aan ons onderzoek deelnamen hun levenskwaliteit beoordeelden. De patiënten die het voedingsstoffenprogramma volgden, beoordeelden hun levenskwaliteit met twee keer zo hoge waarden als de patiënten uit de controlegroep, die slechts een placebo namen.
Wat betreft een aantal aspecten, bijvoorbeeld het algemeen welbevinden en de mentale gezondheid, traden bij het einde van het onderzoek duidelijk verbeteringen op. Tegelijk vertelden de patiënten uit de controlegroep dat zij zich aan het einde van het onderzoek slechter voelden dan aan het begin.
Bij de patiënten die voedingsstoffen innamen, waren in de eindfase van het onderzoek de waarden die zij behaalden voor vitaliteit vier maal hoger dan de controlegroep. Ook wat betreft de mentale gezondheid traden aanzienlijk verbeteringen op.
Patiënten die antidepressiva, sommige antibiotica, medicijnen voor hartziekten, tamoxifen (anti-oestrogenen) en bepaalde andere farmaceutische middelen gebruiken, hebben een verhoogd risico op aritmie en zelfs op een hartstilstand.
6. Conclusies: De resultaten van dit gerandomiseerd, dubbelblind, placebo-gecontroleerd onderzoek leveren een overtuigend bewijs voor de doeltreffende werking van voedingsstoffen bij een preventieve en ondersteunende behandeling van aritmie. Dit is des te opmerkelijker, omdat de reguliere geneeskunde hiervoor geen oplossing heeft.
Deze medische vooruitgang werd bereikt door de primaire oorzaken van aritmie te verklaren, namelijk het tekort aan bio-energie in de spiercellen van het hart. Het voedingsstoffenprogramma dat gedurende dit onderzoek werd gebruikt, leverde voedingsstoffen in de juiste hoeveelheden en samenstellingen. Binnen zes maanden hielpen dit de volgende verbeteringen te bereiken:
Statistisch significant vermindering van de frequentie van klinische meetbare aritmie-aanvallen.
Statistisch significant toename van het aantal patiënten zonder aritmie.
Statistisch significant verlenging van de periodes tussen de aritmie-aanvallen.
Toegenomen gezondheidsverbeteringen bij gebruik van dit voedingsstoffenprogramma tijdens een periode langer dan zes maanden.
Sterke toename van het algemeen welbevinden, de vitaliteit en de mentale gezondheid bij gebruik van dit voedingsstoffenprogramma tijdens een periode langer dan zes maanden.
Dit voedingsstoffenprogramma verbetert de gezondheid en levenskwaliteit van patiënten die aan aritmie lijden zonder dat er bijwerkingen optraden, hetgeen bij het gebruik van farmaceutische middelen doorgaans haast onvermijdelijk is.
Dit resultaat is zeer belangrijk, te meer omdat recente, klinische onderzoeken hebben bevestigt dat aritmie-geneesmiddelen - die door meer dan 1.5 miljoen mensen in Noord-Amerika en Europa worden gebruikt - de gezondheid op geen enkele manier verbeteren. Deze geneesmiddelen vergroten zelfs het risico van ernstige complicaties, met in veel gevallen zelfs de dood tot gevolg. Reeds in 1989 werd een klinisch onderzoek waarbij, patiënten aritmie-geneesmiddelen kregen, vroegtijdig afgebroken, omdat uit de eerste resultaten bleek dat na de inname van het geneesmiddel het risico van een hartstilstand bij deze patiënten met een factor 2.5 was toegenomen.
Twee uitgebreide onderzoeken vanuit 2002, waarvan er één in Canada en één in Nederland werd uitgevoerd, bracht vergelijkbare resultaten aan het licht. Uit het onderzoek dat zes jaar duurde en waarbij meer dan 4000 patiënten waren betrokken, bleek dat er bij patiënten die met aritmie-geneesmiddelen werden behandeld sprake was van meer ziekenhuisopnames en een verhoogd sterftecijfer. Bij deze onderzoeken ging het om medicijnen die de hartfrequentie beïnvloeden, bijvoorbeeld digoxine, bètablokkers en calciumkanaalblokkers. Het Europese onderzoek kwam tot dezelfde conclusies.
Het hier beschreven onderzoek toont aan dat aritmie-aanvallen op een natuurlijke wijze kunnen worden verminderd en vermeden door de oorzaken ervan op het niveau van de cellen weg te nemen.
Dit voedingsstoffenprogramma kan worden beschouwd als een affectieve natuurgeneeswijze, waarvan de doeltreffendheid bij de preventie en ondersteunende behandeling van aritmie klinisch werd bewezen.
Dankwoord
Dit onderzoek werd uitgevoerd bij 35 Duitse gezondheidszorginstellingen.
Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door de hulp van de vele duizenden patiënten die met behulp van deze natuurgeneeskunde hun ziekten hebben overwonnen. Graag willen wij al deze mensen bedanken voor hun hulp bij het verspreiden van de inzichten op het gebied van dit voedingsstoffenonderzoek.