Een functie is slechts dan inverteerbaar als deze bijectief (zowel injectief als surjectief) is.
Een functie is gedefinieerd op zijn domein (beetje flauw natuurlijk, maar voor het bepalen van het domein zijn er niet echt regels, dat zie je vaak heel snel). Voor alle
\(x\in dom(f)\)
bestaat er een functiewaarde.
Een functie is inderdaad differentieerbaar als de limiet die EvilBro geeft bestaat, maar in jouw voorbeeld lukt dat niet zo makkelijk. Volgens mij is het het makkelijkst om eerst de afgeleide te bepalen met behulp van de ketting- en productregel:
\(\frac{\left(\frac{1}{(7+7x^2)}\right)}{\cos^2{\left(\frac{\arctan(x)}{7}\right)}}\)
.
Je ziet nu een breuk, deze is niet gedefinieerd voor x-waarden die een noemer gelijk aan nul opleveren.
\(\cos^2(y)\)
levert nul op voor y-waarden
\(\frac{\pi}{2},\frac{3}{2}\pi \)
enz. Je ziet al gauw dat dat hier nooit lukt, dus is zowel de functie als zijn afgeleide gedefinieerd op de hele R.
Een functie is slechts dan inverteerbaar als deze bijectief (zowel injectief als surjectief) is.
Een functie is gedefinieerd op zijn domein (beetje flauw natuurlijk, maar voor het bepalen van het domein zijn er niet echt regels, dat zie je vaak heel snel). Voor alle [tex]x\in dom(f)[/tex] bestaat er een functiewaarde.
Een functie is inderdaad differentieerbaar als de limiet die EvilBro geeft bestaat, maar in jouw voorbeeld lukt dat niet zo makkelijk. Volgens mij is het het makkelijkst om eerst de afgeleide te bepalen met behulp van de ketting- en productregel:
[tex]\frac{\left(\frac{1}{(7+7x^2)}\right)}{\cos^2{\left(\frac{\arctan(x)}{7}\right)}}[/tex].
Je ziet nu een breuk, deze is niet gedefinieerd voor x-waarden die een noemer gelijk aan nul opleveren. [tex]\cos^2(y)[/tex] levert nul op voor y-waarden [tex]\frac{\pi}{2},\frac{3}{2}\pi [/tex] enz. Je ziet al gauw dat dat hier nooit lukt, dus is zowel de functie als zijn afgeleide gedefinieerd op de hele R.