door John Nash » do 25 jan 2007, 17:35
Bedankt.
Ik heb zelf al wat meer info gevonden, vooral de allerlaatse zin is wel interessant:
Tijdens de voortstuwingsfase zijn met name de volgende spieren (concentrisch) actief:
m. serratus anterior
m. subscapularis
m. latissimus dorsi
m. pectoralis major
m. teres major
m. teres minor
m. triceps brachii
m. biceps brachii
Spieren die met name tijdens de herstelfase (concentrisch) actief zijn:
m. deltoideus
m. supraspinatus
m. infraspinatus
m. serratus anterior
(...)
De prestatie die door de zwemmer geleverd wordt is met name afhankelijk van het vermogen dat het bovenlichaam kan leveren.
(...)
Het sprintvermogen van een zwemmer is in eerste instantie afhankelijk van zijn kracht en zijn maximale snelheid. Daarnaast is het sprintvermogen afhankelijk van coördinatiepatronen. (3,7,12). Wanneer een zwemmer goed getraind is en voldoende spiervermogen bezit, kunnen betere prestaties geleverd worden door de coördinatiepatronen te optimaliseren. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld de timing van de body roll (schouder- en heuprol), het kicken van de benen en de insteek van de hand (1,2,9).In principe is ook de lenigheid in het schoudergewricht een belangrijke motorische eigenschap voor sprinten (8). Echter, deze lenigheid resulteert vaak in instabiliteit van het schoudergewricht en kan daardoor blessures veroorzaken. De zwemmer zou daarom, ter voorkoming van dit soort blessures, krachttraining in het trainingsprogramma op kunnen nemen om de stabiliteit van het schoudergewricht te verbeteren (...)
Krachttraining is erg specifiek. Dit wil zeggen, dat de oefeningen die gedaan worden zo veel mogelijk overeen moeten komen met de bewegingen zoals die tijdens de wedstrijd gemaakt worden. Alleen wanneer er specifiek getraind wordt, treden trainingseffecten op in de spieren die van belang zijn voor het verbeteren van de prestaties (4,15). De grootste winst in zwemsnelheid is dan ook te halen door te zwemmen (14). Door de weerstand tijdens het zwemmen te vergroten, bijvoorbeeld door het dragen van een t-shirt of het gebruik van handpaddles, wordt het vermogen van de zwemmer getraind bij de meest specifieke beweging die gemaakt kan worden.De beweging van de vrije slag is zeer specifiek door de combinatie van de body roll met de voortstuwing (en de ademhaling) en het vinden van een evenwicht in een medium zoals water.
Prestatieverbetering door middel van krachttraining op het droge is, door het ontbreken van de specifieke coördinatiepatronen en balans, iets wat niet verwacht hoeft te worden.
Literatuur
1. Capelli, C., Pendergast, D.R. & Termin, B. (1998). Energetics of swimming at maximal speeds in humans. European Journal of Applied Physiology, 78 (5), 385-393.
2. Cappaert, J.M., Pease, D.L. & Troup, J.P. (1996). Biomechanical highlights of world champion swimmers. In: J.P. Troup, A.P. Hollander, D. Strasse, S.W. Trappe, J.M. Cappaert & T.A. Trappe (eds.), Biomechanics and Medicine in Swimming VII, pp. 76-80. London: E & FN Spon.
3. Costill, D. L. (1998). Training adaptations for optimal performance. Invited lecture at the Biomechanics and Medicine in Swimming VIII Conference, Jyvaskulla, Finland.4. Giullo, J. V. & Stevens, G. G. (1989). The prevention and treatment of injuries to the shoulder in swimming. Sports Medicine, 7, 182-204.
5. Grimston, S.K. & Hay, J.G. (1986). Relationships among anthropometric and stroking characteristics of college swimmers. Medicine and Science in Sports and Exercise, 18, 60-68.
6. Hawley, J.A. & Williams, M.M. (1991). Relationship between upper body anaerobic power and freestyle swimming performance. International Journal of Sports Medicine, 12, 1-5.
7. Hawley, J.A., Williams, M.M., Vickovic, M.M. & Handcock, P.J. (1992). Muscle power redicts freestyle swimming performance. British Jounal of Sports Medicine, 26, 151-155.
8. Kenal, K. A. F. & Knapp, L. D. (1996). Rehabilitation of injuries in competitive swimmers. Sports Medicine, 22 (5), 337-347.
9. Keppenham, B.C. & Yanai, T. (1995). Limb motion and body roll in skilled and unskilled front crawl swimmers. Medicine and Science in Sports and Exercise, 27 (5), Supplement abstract 1299.
10. Kucera, M. (1980). Algemene oefentherapie. Paramedische bibliotheek, De Tijdstroom.
11. Minteil, K.M., Rouard, A. H., Dufour, A. B., Cappaert, J. M. & Troup, J. P. (1996). Swimmers shoulder: EMG of the rotators during a flume test. In: J.P. Troup, A.P. Hollander, D. Strasse, S.W. Trappe, J.M. Cappaert & T.A. Trappe (eds.), Biomechanics and medicine in swimming VII , pp. 90-95. London: E & FN Spon.
12. Sharp, R.L. (1993). Prescribing and evaluating interval training sets in swimming: a proposed model. Journal of Swimming Research, 9, 36-40.
13. Stocker, D., Pink, M. & Jobe, F.W. (1996). Comparision of shoulder injury in collegiate and masters level swimmers. In: J.P. Troup, A.P. Hollander, D. Strasse, S.W. Trappe, J.M. Cappaert & T.A. Trappe (eds.), Biomechanics and medicine in swimming VII, pp. 90-95. London: E & FN Spon.
14. Tanaka, H., Costill, D.L., Thomas, R., Flink, W.J. & Widrick, J.J. (1993). Dry-land restistance training for competitive swimming. Medicine and Science in Sports and Exercise, 25, 952-959.
15. Baechle, T.R. (1994). Essentials of strength training and conditioning. Human Kinetics / National Strength and Conditioning Association.
16. Yanai, T. & Hay, J.G. (2000). Shoulder impingment in front-crawl swimming (II): Analysis of stroking technique. Medicine and Science in Sports and Exercise, 32 (1), 30-40.
URL
Bedankt.
Ik heb zelf al wat meer info gevonden, vooral de allerlaatse zin is wel interessant:
[i]Tijdens de voortstuwingsfase zijn met name de volgende spieren (concentrisch) actief:
m. serratus anterior
m. subscapularis
m. latissimus dorsi
m. pectoralis major
m. teres major
m. teres minor
m. triceps brachii
m. biceps brachii
Spieren die met name tijdens de herstelfase (concentrisch) actief zijn:
m. deltoideus
m. supraspinatus
m. infraspinatus
m. serratus anterior
(...)
De prestatie die door de zwemmer geleverd wordt is met name afhankelijk van het vermogen dat het bovenlichaam kan leveren.
(...)
Het sprintvermogen van een zwemmer is in eerste instantie afhankelijk van zijn kracht en zijn maximale snelheid. Daarnaast is het sprintvermogen afhankelijk van coördinatiepatronen. (3,7,12). Wanneer een zwemmer goed getraind is en voldoende spiervermogen bezit, kunnen betere prestaties geleverd worden door de coördinatiepatronen te optimaliseren. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld de timing van de body roll (schouder- en heuprol), het kicken van de benen en de insteek van de hand (1,2,9).In principe is ook de lenigheid in het schoudergewricht een belangrijke motorische eigenschap voor sprinten (8). Echter, deze lenigheid resulteert vaak in instabiliteit van het schoudergewricht en kan daardoor blessures veroorzaken. De zwemmer zou daarom, ter voorkoming van dit soort blessures, krachttraining in het trainingsprogramma op kunnen nemen om de stabiliteit van het schoudergewricht te verbeteren (...)
Krachttraining is erg specifiek. Dit wil zeggen, dat de oefeningen die gedaan worden zo veel mogelijk overeen moeten komen met de bewegingen zoals die tijdens de wedstrijd gemaakt worden. Alleen wanneer er specifiek getraind wordt, treden trainingseffecten op in de spieren die van belang zijn voor het verbeteren van de prestaties (4,15). De grootste winst in zwemsnelheid is dan ook te halen door te zwemmen (14). Door de weerstand tijdens het zwemmen te vergroten, bijvoorbeeld door het dragen van een t-shirt of het gebruik van handpaddles, wordt het vermogen van de zwemmer getraind bij de meest specifieke beweging die gemaakt kan worden.De beweging van de vrije slag is zeer specifiek door de combinatie van de body roll met de voortstuwing (en de ademhaling) en het vinden van een evenwicht in een medium zoals water.
[b][u]Prestatieverbetering door middel van krachttraining op het droge is, door het ontbreken van de specifieke coördinatiepatronen en balans, iets wat niet verwacht hoeft te worden. [/b][/u][/i]
Literatuur
1. Capelli, C., Pendergast, D.R. & Termin, B. (1998). Energetics of swimming at maximal speeds in humans. European Journal of Applied Physiology, 78 (5), 385-393.
2. Cappaert, J.M., Pease, D.L. & Troup, J.P. (1996). Biomechanical highlights of world champion swimmers. In: J.P. Troup, A.P. Hollander, D. Strasse, S.W. Trappe, J.M. Cappaert & T.A. Trappe (eds.), Biomechanics and Medicine in Swimming VII, pp. 76-80. London: E & FN Spon.
3. Costill, D. L. (1998). Training adaptations for optimal performance. Invited lecture at the Biomechanics and Medicine in Swimming VIII Conference, Jyvaskulla, Finland.4. Giullo, J. V. & Stevens, G. G. (1989). The prevention and treatment of injuries to the shoulder in swimming. Sports Medicine, 7, 182-204.
5. Grimston, S.K. & Hay, J.G. (1986). Relationships among anthropometric and stroking characteristics of college swimmers. Medicine and Science in Sports and Exercise, 18, 60-68.
6. Hawley, J.A. & Williams, M.M. (1991). Relationship between upper body anaerobic power and freestyle swimming performance. International Journal of Sports Medicine, 12, 1-5.
7. Hawley, J.A., Williams, M.M., Vickovic, M.M. & Handcock, P.J. (1992). Muscle power redicts freestyle swimming performance. British Jounal of Sports Medicine, 26, 151-155.
8. Kenal, K. A. F. & Knapp, L. D. (1996). Rehabilitation of injuries in competitive swimmers. Sports Medicine, 22 (5), 337-347.
9. Keppenham, B.C. & Yanai, T. (1995). Limb motion and body roll in skilled and unskilled front crawl swimmers. Medicine and Science in Sports and Exercise, 27 (5), Supplement abstract 1299.
10. Kucera, M. (1980). Algemene oefentherapie. Paramedische bibliotheek, De Tijdstroom.
11. Minteil, K.M., Rouard, A. H., Dufour, A. B., Cappaert, J. M. & Troup, J. P. (1996). Swimmers shoulder: EMG of the rotators during a flume test. In: J.P. Troup, A.P. Hollander, D. Strasse, S.W. Trappe, J.M. Cappaert & T.A. Trappe (eds.), Biomechanics and medicine in swimming VII , pp. 90-95. London: E & FN Spon.
12. Sharp, R.L. (1993). Prescribing and evaluating interval training sets in swimming: a proposed model. Journal of Swimming Research, 9, 36-40.
13. Stocker, D., Pink, M. & Jobe, F.W. (1996). Comparision of shoulder injury in collegiate and masters level swimmers. In: J.P. Troup, A.P. Hollander, D. Strasse, S.W. Trappe, J.M. Cappaert & T.A. Trappe (eds.), Biomechanics and medicine in swimming VII, pp. 90-95. London: E & FN Spon.
14. Tanaka, H., Costill, D.L., Thomas, R., Flink, W.J. & Widrick, J.J. (1993). Dry-land restistance training for competitive swimming. Medicine and Science in Sports and Exercise, 25, 952-959.
15. Baechle, T.R. (1994). Essentials of strength training and conditioning. Human Kinetics / National Strength and Conditioning Association.
16. Yanai, T. & Hay, J.G. (2000). Shoulder impingment in front-crawl swimming (II): Analysis of stroking technique. Medicine and Science in Sports and Exercise, 32 (1), 30-40.
[url=http://64.233.183.104/search?q=cache:3CX1B8Nwl-MJ:www.proralph.nl/pdf/zwemmen_ProRalph.pdf+spieren+borstcrawl&hl=nl&gl=nl&ct=clnk&cd=7]URL[/url]