Quote van RR uit een eerder topic dat er door de verhuizing nogal warrig uit is komen te zien:
Dat blijft een interessante link (answ isl dgm), maar houdt naar mijn gevoelen te veel gebaseerd op de officiële exegese van de Mohammedaanse oelema, die inderdaad vol tegenstrijdigheden zit.
Niettegenstaande het feit dat het meeste materiaal door de eerste Mohammedanen werd vernietigd, slagen hedendaagse wetenschappers er toch in wat meer licht te werpen op de ontstaansgeschiedenis van de koran.
Zeker lezenswaardig is: Ibn WARRAQ (Editor), The Origins of the Koran. Classic Essays on Islams Holy Book, Amherst, NY, 1998, ISBN 1-57392-198-X dat een overzicht geeft van de stand van zaken rond het onderzoek naar het ontstaan van de koran.
Je zal snel merken dat verschillende Duitse wetenschappers met de problematiek bezig zijn. Dit is niet verwonderlijk: reeds voor WW2 hadden de Duitsers de studie van de koran grondig aangepakt, maar de oorlog heeft hun werk onderbroken.
Eveneens interessant, maar wat moeilijk toegankelijker voor leken is: Christoph LUXENBERG, Die Syro-Aramaeische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschluesselung der Koransprache, Berlin, 2000, ISBN 3-86093-274-8; op
http://syrcom.cua.edu/Hugoye/Vol6No1/HV6N1...PhenixHorn.html
vindt je een interessante review in het Engels. Ik denk dat het boek zelf (nog) niet vertaald is. Nog een belangrijk document, dat ik in pdf op m'n harde schijf staan heb is: Neue Wege der Koranforschung von Hans-Caspar Graf von Bothmer, Karl-Heinz Ohlig und Gerd-Rüdiger Puin. Ik hoop dat dit document nog op het WWW te vinden is.
Op
http://www.forum-online.lu/textarchiv/2004...der%20Koran.htm
een lezenswaardig artikel: Der Koran ein christliches Lektionar? Schriftfunde rütteln an den Fundamenten des heutigen Koranverständnisses van Wilhelm Maria Maas, met volgende literatuurlijst:
Christoph Luxenberg: Die syro-aramäische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschlüsselung der Koransprache. Berlin 2000.
Robert R. Phenix/Cornelia B. Horn: Rezension Christoph Luxenberg (s.o.), in: Hugoye Journal of Syriac Studies 6 (2003) Heft 1.
Alfons Mingana: Syriac Influence on the Style of the Kuran, in: Bulletins of John Rylands Library, Manchester 1927, 77-98.
Salwa Ba-l-Hagg Salish al-Ayub: Das arabische Christentum und dessen Entwicklung seit seiner Entstehung bis zum 10. christlichen Jahrhundert. Beirut 1997 (in arabischer Sprache)
Patricia Crone / Michael Cook: Hagarism. The Making of the Islamic World. Princeton 1977.
Günter Lüling: Über den Urkoran. Erlangen 1993._Toby Lester: What is the Koran?, in: The Atlantic Monthly, vol. 283, 1/1999, 43-56.
Karl-Heinz Ohlig/Gerd-Rüdiger Puin/Hans Caspar Graf von Bothmer: Neue Wege der Koranforschung, in: magazin forschung 1/1999, 33-46.
Stefan Wild (Hg.): The Quran as Text. Leiden-New York-Köln 1996.
Gerd-Rüdiger Puin: Observations on Early Quran Manuscripts in Sanaa, in: Stefan Wild, op.cit., 107-111.
Jörg Lau: Keine Huris im Paradies, in: Die Zeit Nr. 21(2003)._UNESCO: Memory of The World: Sana Manuscripts, CD-ROM Presentation (mit über 40 Koran-Manuskripten, auch aus dem 1. Jhdt. Hidschra = 7. Jhdt. n. Chr.).
Ik heb al heel wat uit dit boek geciteerd, en geef hieronder een tamelijk lange passage die te maken heeft met de ontstaansgeschiedenis van de islam en van de koran.
Henk DRIESSEN (Redactie), In het huis van de islam. Geografie, geschiedenis, geloofsleer, cultuur, economie, politiek, SUN-Kritak, Nijmegen 1997. ISBN 90 6168 606 7. 1
Ontstaan en verbreiding / Wim RAVEN:
Een valse profeet is opgestaan onder de Saracenen [...]. Ze zeggen dat de profeet is verschenen met de Saracenen en de komst aankondigt van de gezalfde, de Christus die komen zou [...].
Dit staat in een anti-joods traktaat dat vóór 640 in het Grieks is geschreven, vermoedelijk in Palestina. De uitspraak is in de mond gelegd van een jood en heeft betrekking op de verovering van Palestina door de Arabieren in 634.
Sinds mensengeheugenis hebben nomadische Arabieren rondgetrokken in de woestijnen van Syrië, Irak en het Arabische schiereiland, van waaruit zij rooftochten ondernamen naar de welvarender landbouwgebieden. Gewoonlijk werd hun dreiging afgekocht. Zowel het Romeinse als het Perzische Rijk hadden het met deze nomadenstammen op een akkoordje gegooid, waardoor er aan de grenzen van de beide wereldrijken Arabische bufferstaatjes waren ontstaan. In de jaren dertig van de zevende eeuw kwamen deze bedoeïenen met nomadenstammen van verder weg tot een gemeenschappelijk doel. Zij drongen gezamenlijk, massaler dan ooit tevoren, de gedecentraliseerde wereld binnen en ditmaal zouden hun veroveringen blijvend zijn. Het Romeinse rijk halveerden zij door het te beroven van zijn belangrijkste provincies: Syrië, Palestina en Egypte. In het oosten vaagden zij het enorme Perzische rijk grotendeels weg. Dit alles voltrok zich in een verbluffend korte tijd, tussen 633 en 651.
Was de Arabische expansiebeweging inderdaad joods-messianistisch, zoals het citaat hierboven suggereert? Heeft zij zich misschien uit opportunisme zo gepresenteerd? Of hebben joden en/of christenen haar zo begrepen? Het blijft onduidelijk. Hoe dan ook, de Arabische veroveraar Umar had de bijnaam Fârûq, wat teruggaat op het Aramese paroeka, verlosser. Was hij de zoveelste bezetter die zich bevrijder noemde?
De volksverhuizers die het Midden-Oosten overspoelden hadden zeker een ideologie die verwant was aan het jodendom, al hebben zij zich daarvan later afgekeerd. De Griekse christenen noemden de Arabieren vanouds Hagarenen, naar hun versmade stammoeder Hagar, de vrouw die de aartsvader Abraham zijn zoon Ismaël schonk. De Arabische veroveraars schaamden zich niet voor deze herkomst en ontleenden zelfs een deel van hun identiteit aan het verhaal van Hagar en Ismaël. Zelf noemden zij zich muhâjirûn, wat emigranten betekent maar waarin voor Arabische oren ook de naam Hagar doorklinkt. In het Syrisch, de christelijke volkstaal van die tijd, heetten zij vanaf 640 mehagraye, wat eveneens emigranten betekent. In een Griekse tekst van 642 werden zij, met een vergriekste vorm van hetzelfde woord, magaritai genoemd.
Omstreeks het jaar 700 begint de Arabische beweging, onder de naam islam, geleidelijk een ons meer vertrouwde vorm aan te nemen. Het woord wordt, toegepast als benaming voor het nieuwe geloof, voor het eerst aangetroffen in 691, in de mozaïekinscriptie aan de zuilengalerij van de Rotskoepel in Jeruzalem, dus zon zestig jaar nadat de Arabische veroveringen waren begonnen. Het centrum van oriëntatie wordt echter niet Jeruzalem, maar het diep in Arabië gelegen Mekka. De geschiedenis van de beweging wordt zodanig herzien dat Mekka daarin een prominente rol gaat spelen, evenals de oase Yathrib, die voortaan Medina, voluit madînat al-nabî, stad van de Profeet genoemd wordt. p. 32
Een centrale plaats in het nieuwe geloof wordt ingenomen door een aantal teksten die te samen Koran heten, wat reciet betekent. Het is aanvankelijk een open collectie losse teksten, die tegen het eind van de zevende eeuw stolt tot een boek. Veel koranteksten zijn kennelijk een commentaar op een niet nader aangeduide heilige schrift; andere zijn van bezwerende of wetgevende aard. Bepaalde varianten van jodendom en christendom, maar ook van de dualistische gnostische sekte der Manicheeërs, hebben er duidelijke sporen in nagelaten.
Deze schriftuur had iets te maken met een profeet die Mohammed heette, een persoon die vanuit historisch oogpunt in nevelen gehuld blijft.
[...] "
Quote van RR uit een eerder topic dat er door de verhuizing nogal warrig uit is komen te zien:
Dat blijft een interessante link (answ isl dgm), maar houdt naar mijn gevoelen te veel gebaseerd op de officiële exegese van de Mohammedaanse oelema, die inderdaad vol tegenstrijdigheden zit.
Niettegenstaande het feit dat het meeste materiaal door de eerste Mohammedanen werd vernietigd, slagen hedendaagse wetenschappers er toch in wat meer licht te werpen op de ontstaansgeschiedenis van de koran.
Zeker lezenswaardig is: Ibn WARRAQ (Editor), The Origins of the Koran. Classic Essays on Islams Holy Book, Amherst, NY, 1998, ISBN 1-57392-198-X dat een overzicht geeft van de stand van zaken rond het onderzoek naar het ontstaan van de koran.
Je zal snel merken dat verschillende Duitse wetenschappers met de problematiek bezig zijn. Dit is niet verwonderlijk: reeds voor WW2 hadden de Duitsers de studie van de koran grondig aangepakt, maar de oorlog heeft hun werk onderbroken.
Eveneens interessant, maar wat moeilijk toegankelijker voor leken is: Christoph LUXENBERG, Die Syro-Aramaeische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschluesselung der Koransprache, Berlin, 2000, ISBN 3-86093-274-8; op
[url=http://syrcom.cua.edu/Hugoye/Vol6No1/HV6N1...PhenixHorn.html]http://syrcom.cua.edu/Hugoye/Vol6No1/HV6N1...PhenixHorn.html[/url]
vindt je een interessante review in het Engels. Ik denk dat het boek zelf (nog) niet vertaald is. Nog een belangrijk document, dat ik in pdf op m'n harde schijf staan heb is: Neue Wege der Koranforschung von Hans-Caspar Graf von Bothmer, Karl-Heinz Ohlig und Gerd-Rüdiger Puin. Ik hoop dat dit document nog op het WWW te vinden is.
Op
[url=http://www.forum-online.lu/textarchiv/2004...der%20Koran.htm]http://www.forum-online.lu/textarchiv/2004...der%20Koran.htm[/url]
een lezenswaardig artikel: Der Koran ein christliches Lektionar? Schriftfunde rütteln an den Fundamenten des heutigen Koranverständnisses van Wilhelm Maria Maas, met volgende literatuurlijst:
Christoph Luxenberg: Die syro-aramäische Lesart des Koran. Ein Beitrag zur Entschlüsselung der Koransprache. Berlin 2000.
Robert R. Phenix/Cornelia B. Horn: Rezension Christoph Luxenberg (s.o.), in: Hugoye Journal of Syriac Studies 6 (2003) Heft 1.
Alfons Mingana: Syriac Influence on the Style of the Kuran, in: Bulletins of John Rylands Library, Manchester 1927, 77-98.
Salwa Ba-l-Hagg Salish al-Ayub: Das arabische Christentum und dessen Entwicklung seit seiner Entstehung bis zum 10. christlichen Jahrhundert. Beirut 1997 (in arabischer Sprache)
Patricia Crone / Michael Cook: Hagarism. The Making of the Islamic World. Princeton 1977.
Günter Lüling: Über den Urkoran. Erlangen 1993._Toby Lester: What is the Koran?, in: The Atlantic Monthly, vol. 283, 1/1999, 43-56.
Karl-Heinz Ohlig/Gerd-Rüdiger Puin/Hans Caspar Graf von Bothmer: Neue Wege der Koranforschung, in: magazin forschung 1/1999, 33-46.
Stefan Wild (Hg.): The Quran as Text. Leiden-New York-Köln 1996.
Gerd-Rüdiger Puin: Observations on Early Quran Manuscripts in Sanaa, in: Stefan Wild, op.cit., 107-111.
Jörg Lau: Keine Huris im Paradies, in: Die Zeit Nr. 21(2003)._UNESCO: Memory of The World: Sana Manuscripts, CD-ROM Presentation (mit über 40 Koran-Manuskripten, auch aus dem 1. Jhdt. Hidschra = 7. Jhdt. n. Chr.).
Ik heb al heel wat uit dit boek geciteerd, en geef hieronder een tamelijk lange passage die te maken heeft met de ontstaansgeschiedenis van de islam en van de koran.
Henk DRIESSEN (Redactie), In het huis van de islam. Geografie, geschiedenis, geloofsleer, cultuur, economie, politiek, SUN-Kritak, Nijmegen 1997. ISBN 90 6168 606 7. 1
Ontstaan en verbreiding / Wim RAVEN:
Een valse profeet is opgestaan onder de Saracenen [...]. Ze zeggen dat de profeet is verschenen met de Saracenen en de komst aankondigt van de gezalfde, de Christus die komen zou [...].
Dit staat in een anti-joods traktaat dat vóór 640 in het Grieks is geschreven, vermoedelijk in Palestina. De uitspraak is in de mond gelegd van een jood en heeft betrekking op de verovering van Palestina door de Arabieren in 634.
Sinds mensengeheugenis hebben nomadische Arabieren rondgetrokken in de woestijnen van Syrië, Irak en het Arabische schiereiland, van waaruit zij rooftochten ondernamen naar de welvarender landbouwgebieden. Gewoonlijk werd hun dreiging afgekocht. Zowel het Romeinse als het Perzische Rijk hadden het met deze nomadenstammen op een akkoordje gegooid, waardoor er aan de grenzen van de beide wereldrijken Arabische bufferstaatjes waren ontstaan. In de jaren dertig van de zevende eeuw kwamen deze bedoeïenen met nomadenstammen van verder weg tot een gemeenschappelijk doel. Zij drongen gezamenlijk, massaler dan ooit tevoren, de gedecentraliseerde wereld binnen en ditmaal zouden hun veroveringen blijvend zijn. Het Romeinse rijk halveerden zij door het te beroven van zijn belangrijkste provincies: Syrië, Palestina en Egypte. In het oosten vaagden zij het enorme Perzische rijk grotendeels weg. Dit alles voltrok zich in een verbluffend korte tijd, tussen 633 en 651.
Was de Arabische expansiebeweging inderdaad joods-messianistisch, zoals het citaat hierboven suggereert? Heeft zij zich misschien uit opportunisme zo gepresenteerd? Of hebben joden en/of christenen haar zo begrepen? Het blijft onduidelijk. Hoe dan ook, de Arabische veroveraar Umar had de bijnaam Fârûq, wat teruggaat op het Aramese paroeka, verlosser. Was hij de zoveelste bezetter die zich bevrijder noemde?
De volksverhuizers die het Midden-Oosten overspoelden hadden zeker een ideologie die verwant was aan het jodendom, al hebben zij zich daarvan later afgekeerd. De Griekse christenen noemden de Arabieren vanouds Hagarenen, naar hun versmade stammoeder Hagar, de vrouw die de aartsvader Abraham zijn zoon Ismaël schonk. De Arabische veroveraars schaamden zich niet voor deze herkomst en ontleenden zelfs een deel van hun identiteit aan het verhaal van Hagar en Ismaël. Zelf noemden zij zich muhâjirûn, wat emigranten betekent maar waarin voor Arabische oren ook de naam Hagar doorklinkt. In het Syrisch, de christelijke volkstaal van die tijd, heetten zij vanaf 640 mehagraye, wat eveneens emigranten betekent. In een Griekse tekst van 642 werden zij, met een vergriekste vorm van hetzelfde woord, magaritai genoemd.
Omstreeks het jaar 700 begint de Arabische beweging, onder de naam islam, geleidelijk een ons meer vertrouwde vorm aan te nemen. Het woord wordt, toegepast als benaming voor het nieuwe geloof, voor het eerst aangetroffen in 691, in de mozaïekinscriptie aan de zuilengalerij van de Rotskoepel in Jeruzalem, dus zon zestig jaar nadat de Arabische veroveringen waren begonnen. Het centrum van oriëntatie wordt echter niet Jeruzalem, maar het diep in Arabië gelegen Mekka. De geschiedenis van de beweging wordt zodanig herzien dat Mekka daarin een prominente rol gaat spelen, evenals de oase Yathrib, die voortaan Medina, voluit madînat al-nabî, stad van de Profeet genoemd wordt. p. 32
Een centrale plaats in het nieuwe geloof wordt ingenomen door een aantal teksten die te samen Koran heten, wat reciet betekent. Het is aanvankelijk een open collectie losse teksten, die tegen het eind van de zevende eeuw stolt tot een boek. Veel koranteksten zijn kennelijk een commentaar op een niet nader aangeduide heilige schrift; andere zijn van bezwerende of wetgevende aard. Bepaalde varianten van jodendom en christendom, maar ook van de dualistische gnostische sekte der Manicheeërs, hebben er duidelijke sporen in nagelaten.
Deze schriftuur had iets te maken met een profeet die Mohammed heette, een persoon die vanuit historisch oogpunt in nevelen gehuld blijft.
[...] "