Laten we aannemen dat alleen de grondtoon van de snaar optreedt. Dit is de laagste frequentie f1. De uiteinden van de snaar zijn knopen ,en alleen in het midden treedt een buik op. De totale lengte van de snaar is dan een halve golflengte.
\(\frac{1}{2}.\lambda_{1}=81\ cm\ \ \ \lambda_{1}=162\ cm\)
\(\frac{1}{2}.\lambda_{2}=90\ cm\ \ \ \lambda_{2}=180\ cm\)
\(f_{1}=\frac{c_{1}}{\lambda_{1}}\)
\(f_{2}=\frac{c_{2}}{\lambda_{2}}\)
c1 en c2 zijn de voortplantingssnelheden van de golf in de snaar.
\(c=\sqrt{\frac{F}{\rho_{L}}}\)
met F =spankracht in koord, en rho(L) =massa per lengteeenheid van het koord.
f(1)=f(2)
\(\frac{c_{1}}{\lambda_{1}}=\frac{c_{2}}{\lambda_{2}}\)
Laten we aannemen dat alleen de grondtoon van de snaar optreedt. Dit is de laagste frequentie f1. De uiteinden van de snaar zijn knopen ,en alleen in het midden treedt een buik op. De totale lengte van de snaar is dan een halve golflengte.
[tex]\frac{1}{2}.\lambda_{1}=81\ cm\ \ \ \lambda_{1}=162\ cm[/tex]
[tex]\frac{1}{2}.\lambda_{2}=90\ cm\ \ \ \lambda_{2}=180\ cm[/tex]
[tex]f_{1}=\frac{c_{1}}{\lambda_{1}}[/tex]
[tex]f_{2}=\frac{c_{2}}{\lambda_{2}}[/tex]
c1 en c2 zijn de voortplantingssnelheden van de golf in de snaar.
[tex]c=\sqrt{\frac{F}{\rho_{L}}}[/tex]
met F =spankracht in koord, en rho(L) =massa per lengteeenheid van het koord.
f(1)=f(2)
[tex]\frac{c_{1}}{\lambda_{1}}=\frac{c_{2}}{\lambda_{2}}[/tex]