klopt je vult nu je punt (0,0,0) in krijgt dan nul als ct waarde.
Vergelijk het met het volgende, stel ik heb
\(y=x^2\)
integreer dan krijg ik
\(Y=\frac{1}{3}x^3\)
ik wil nu de oppervlakten kennen voor elke pos x waarden, de oppervlaktes begrensd door
\(y=x^2\)
dan vul ik analoog mijn ondergrens in dus x=0 ==>>geeft nul en daarom zal deze
\(Y=\frac{1}{3}x^3\)
functie mij de gevraagde oppervlaktes geven voor elke x waarden.
In jouw geval zal de potentiele energie per coulomb gegeven worden door:
\(V® = -k (y^2x + xy^2 + z^2y + yz^2)\)
als je hier (0,0,0) invult bekom je natuurlijk nul maar als je (1,1,1) invult dan heb je
\( v(1,1,1)=-k(1+1+1+1)\)
Begrijp je de analogie met het voorbeeldje?
klopt je vult nu je punt (0,0,0) in krijgt dan nul als ct waarde.
Vergelijk het met het volgende, stel ik heb [tex]y=x^2[/tex] integreer dan krijg ik [tex]Y=\frac{1}{3}x^3[/tex] ik wil nu de oppervlakten kennen voor elke pos x waarden, de oppervlaktes begrensd door [tex]y=x^2[/tex] dan vul ik analoog mijn ondergrens in dus x=0 ==>>geeft nul en daarom zal deze [tex]Y=\frac{1}{3}x^3[/tex] functie mij de gevraagde oppervlaktes geven voor elke x waarden.
In jouw geval zal de potentiele energie per coulomb gegeven worden door: [tex]V® = -k (y^2x + xy^2 + z^2y + yz^2)[/tex] als je hier (0,0,0) invult bekom je natuurlijk nul maar als je (1,1,1) invult dan heb je [tex] v(1,1,1)=-k(1+1+1+1)[/tex]
Begrijp je de analogie met het voorbeeldje?