door Pointer » vr 14 sep 2007, 02:35
In het jaar 0 spraken alle intellectuelen in het Midden-Oosten Grieks.
Kunnen jullie daar wel goed aan blijven denken?
Reeds in het Oude Testament zijn sterke Griekse invloeden aanwijsbaar die van eeuwen eerder dateren.
De bijbels Jezus is een mythe, maar dat wil niet zeggen dat het Jezusverhaal geheel uit de lucht gegrepen is, want een eeuw eerder leefde de stichter en leraar van de Kerk van God, beter bekend of te onderscheiden als de Esseense kerk. De leer van deze proto-christelijke stroming was doorgedrongen tot de joden in verstrooiing van Egypte tot over geheel Klein-Azië en overal hadden zich groepjes volgelingen gevormd, welke zich nog niet losgemaakt hadden van het jodendom. Onze kennis daarover is zeer toegenomen door de vondst van geschiften bij Qumran.
Nu heeft elk levend taalgebruik in iedere tijd een eigen idioom en dat is een heel goede leidraad om teksten te dateren. Ook kunnen we veel afleiden uit de massale toepassing van plagiaat, terwijl de opgegeven namen van auteurs nietszeggend zijn. Er werd vaker onder een valse, maar gezaghebbende, naam geschreven, dan onder de authentieke naam van de schrijver. Ook werd er veel veranderd en/of toegevoegd door latere editors. Voordat het neoplatonische denken gemeengoed geworden was in de Levant, kon er van een samenhangend joods, noch christelijk geloof sprake zijn en vandaar dat de joodse canon ook pas in het midden van de eerste eeuw gesloten werd. Tot 300 v.o.j. Was Jahwè, de God des Hemels, volgens de meeste Israëlieten en Judeeërs gehuwd met Asteroth, de moedergodin in de religie en matriachale cultuur der Kanaänieten en omringende volkeren. De hebreeuwse priesterkaste der Levieten verzette zich daartegen, wat de doorslag heeft gegeven bij de 'uitvinding' van de monotheïstische religie, die we gemakshalve de Abrahamitische religies noemen, jodendom, christendom en islam. In de tijd van Pontius Pilatus was Jahwè als enige god nog geen 500 jaar oud, zoals hij in de psalmen nog zit in de raad der goden. De Jahwè van Mozes is ook een volkomen andere entiteit dan 'God de Vader' wat de vroegchristelijke kerkvaders ertoe bracht de Mozaïsche wetgeving af te schaffen. Dit was een nieuwe knieval voor het Griekse denken.
Welnu, door het begin van de christianisering 100 jaar vóór het begin van onze jaartelling te plaatsen, kunnen we het bestaan van de vroegchistelijke gemeentes 150 jaar later, in gehele gebied dat onder invloed van de Romeinen stond, verklaren en toen pas werden de Evangeliën geschreven. In het oudere Evangelie van Thomas gaat Salome nog met Jezus naar bed, althans ze refereert eraan, dat ze zijn 'sponde beklommen heeft' en ik neem aan dat ze dat niet deed om een asperientje te vragen. In die tijd waren de Grieks georiënteerde slimmerikken afgrijslijk kuis en die zouden dat zeker niet vermeld hebben. Alles is dus doordrenkt van allegorische verhalen uit het volk die door de zeef van een geïdealiseerd en vergeestelijkt wereldbeeld werden gehaald. Je hoeft geen Jan Wolkers te zijn, om je voor te stellen, dat een niet masturberende vrijgezel als de bijbelse Jezus vaak verrast werd door een spontane zaadlozing en anders was hij geen waarachtig mens. Dat waarachtig mens zijn, moest van bisschop Ignatius van Antiochië sterk benadrukt worden om de docetische gnostici te bestrijden. Lezen we daar iets over? Was er wel eens een sanitaire stop tijdens al dat prediken? Het neerzetten van Jezus als waarachtig mens vond dus plaats onder Grieks-ethische zelfcensuur, want joden waren niet zo kinderachtig, wat blijkt uit het verhaal dat David een stuk van koning Sauls kleding afsneed terwijl deze zat te poepen in een grot. Met het Griekse denken en literaire traditie kwamen de evangelische wonderverhalen in de wereld en de notie van een (imaginair) leven na de dood door een geestelijke opstanding. Daar hebben de oude Israëlieten geen idee van gehad en evenmin hun alwetende god.
In het jaar 0 spraken alle intellectuelen in het Midden-Oosten Grieks.
Kunnen jullie daar wel goed aan blijven denken?
Reeds in het Oude Testament zijn sterke Griekse invloeden aanwijsbaar die van eeuwen eerder dateren.
De bijbels Jezus is een mythe, maar dat wil niet zeggen dat het Jezusverhaal geheel uit de lucht gegrepen is, want een eeuw eerder leefde de stichter en leraar van de Kerk van God, beter bekend of te onderscheiden als de Esseense kerk. De leer van deze proto-christelijke stroming was doorgedrongen tot de joden in verstrooiing van Egypte tot over geheel Klein-Azië en overal hadden zich groepjes volgelingen gevormd, welke zich nog niet losgemaakt hadden van het jodendom. Onze kennis daarover is zeer toegenomen door de vondst van geschiften bij Qumran.
Nu heeft elk levend taalgebruik in iedere tijd een eigen idioom en dat is een heel goede leidraad om teksten te dateren. Ook kunnen we veel afleiden uit de massale toepassing van plagiaat, terwijl de opgegeven namen van auteurs nietszeggend zijn. Er werd vaker onder een valse, maar gezaghebbende, naam geschreven, dan onder de authentieke naam van de schrijver. Ook werd er veel veranderd en/of toegevoegd door latere editors. Voordat het neoplatonische denken gemeengoed geworden was in de Levant, kon er van een samenhangend joods, noch christelijk geloof sprake zijn en vandaar dat de joodse canon ook pas in het midden van de eerste eeuw gesloten werd. Tot 300 v.o.j. Was Jahwè, de God des Hemels, volgens de meeste Israëlieten en Judeeërs gehuwd met Asteroth, de moedergodin in de religie en matriachale cultuur der Kanaänieten en omringende volkeren. De hebreeuwse priesterkaste der Levieten verzette zich daartegen, wat de doorslag heeft gegeven bij de 'uitvinding' van de monotheïstische religie, die we gemakshalve de Abrahamitische religies noemen, jodendom, christendom en islam. In de tijd van Pontius Pilatus was Jahwè als enige god nog geen 500 jaar oud, zoals hij in de psalmen nog zit in de raad der goden. De Jahwè van Mozes is ook een volkomen andere entiteit dan 'God de Vader' wat de vroegchristelijke kerkvaders ertoe bracht de Mozaïsche wetgeving af te schaffen. Dit was een nieuwe knieval voor het Griekse denken.
Welnu, door het begin van de christianisering 100 jaar vóór het begin van onze jaartelling te plaatsen, kunnen we het bestaan van de vroegchistelijke gemeentes 150 jaar later, in gehele gebied dat onder invloed van de Romeinen stond, verklaren en toen pas werden de Evangeliën geschreven. In het oudere Evangelie van Thomas gaat Salome nog met Jezus naar bed, althans ze refereert eraan, dat ze zijn 'sponde beklommen heeft' en ik neem aan dat ze dat niet deed om een asperientje te vragen. In die tijd waren de Grieks georiënteerde slimmerikken afgrijslijk kuis en die zouden dat zeker niet vermeld hebben. Alles is dus doordrenkt van allegorische verhalen uit het volk die door de zeef van een geïdealiseerd en vergeestelijkt wereldbeeld werden gehaald. Je hoeft geen Jan Wolkers te zijn, om je voor te stellen, dat een niet masturberende vrijgezel als de bijbelse Jezus vaak verrast werd door een spontane zaadlozing en anders was hij geen waarachtig mens. Dat waarachtig mens zijn, moest van bisschop Ignatius van Antiochië sterk benadrukt worden om de docetische gnostici te bestrijden. Lezen we daar iets over? Was er wel eens een sanitaire stop tijdens al dat prediken? Het neerzetten van Jezus als waarachtig mens vond dus plaats onder Grieks-ethische zelfcensuur, want joden waren niet zo kinderachtig, wat blijkt uit het verhaal dat David een stuk van koning Sauls kleding afsneed terwijl deze zat te poepen in een grot. Met het Griekse denken en literaire traditie kwamen de evangelische wonderverhalen in de wereld en de notie van een (imaginair) leven na de dood door een geestelijke opstanding. Daar hebben de oude Israëlieten geen idee van gehad en evenmin hun alwetende god.