Poging tot een compromis in de discussie tussen Esera en nabob.
Is het mogelijk om het als volgt te zien? Een dier bezit, net als de mens, cognitie. In de meest basale vorm een non-representerende schakel tussen een omgevingsprikkel en gedrag. Instructies (niet noodzakelijkerwijs psychologisch of mentaal) die bijvoorbeeld een bacterie laten navigeren naar bepaalde chemicaliën, maar er bijvoorbeeld ook voor zorgen dat een zebra vlucht voor een leeuw. Er is, ook in het dierenrijk, altijd een interne functie die informatie verwerkt over een bepaalde stand van zaken in de werkelijkheid.
Sommige dieren zijn staat hun waarnemingen en adviezen te communiceren met soortgenoten. Deze communicatie kan imo wel of niet waar zijn. Een aap kan ten onrechte de groep waarschuwen voor gevaar. Een koe die denkt dat die de boer ziet en begint te loeien. Ook kunnen dieren, zonder communicatie een beeld hebben dat klopt met de werkelijkheid. Een konijn dat bv net op tijd een arend ziet en vlucht. Deze cognitie kan ook niet overeen komen met de werkelijkheid. Een buffel die krokodil even over het hoofd had gezien.
Dierlijke cognities kunnen in deze zin dus weer waar en onwaar zijn. Dat geldt ook voor de communicatie tussen de dieren die dit kunnen.
(Wie hier aan twijfelt moet maar eens met een biefstuk in de hand gaan uitzoeken hoe vatbaar voor bedrog de zintuigen van een leeuw zijn.

)
Het is voor deze discussie denk ik een vruchteloze weg om te onderzoeken hoezeer een mens zich kan verplaatsen in een dier.
Als toevoeging lijkt mij dit wel een aardige richting voor een discussie. In de evolutie hebben de zintuigen zich gevormd als resultante van de
fit tussen zintuig en omgeving. Door het objectieve bestaan van o.a. alle fysieke, noodzakelijke voorwaarden voor geluid, heeft de vleermuis een zintuig kunnen ontwikkelen die levenskansen biedt. De wetenschap is in staat om (ultrasoon) geluid juist te theoretiseren, zij is tegelijkertijd in staat om het zintuig van de vleermuis te theoretiseren. Uit het bestaan van een vleesmuis mag men imo dus zelfs afleiden dat het alles wat noodzakelijk is voor het functioneren van de vleermuis,
onbetwistbaar bestaat. Vergelijkbare redeneringen zijn mogelijk voor alle zintuigen van alle dieren, waarmee het kenbare/gekende deel van de werkelijkheid zeer groot is. En ook de mens kan daar kennelijk, met of zonder hulp van de wetenschap, kennis over ontwikkelen.
Hieruit volgen een aantal waarheden, die -wat mij betreft- uitdrukking geeft aan een zeer, zeer diepe soort waarheid

:
- De werkelijkheid bestaat en is, zeker deels, kenbaar voor de mens;
- De mens, als kennend dier, is zelf een onderdeel van deze werkelijkheid en is zintuiglijk, mentaal en gedragsmatig gevormd door deze reële werkelijkheid;
- Dit sluit uit dat kennis metafysieke, a-prioristische, zielgeladen, mystieke, esoterische, God-gegeven of andere anti-realistische gronden heeft.
- En onderstreept dat cognitie of kennis 'waar' moeten
kunnen zijn om evolutionair voordelig te kunnen zijn.
-
Waarheid bestaat in cognitieve, communicatieve, selecterende en dus in zeer reële zin.
Poging tot een compromis in de discussie tussen Esera en nabob.
Is het mogelijk om het als volgt te zien? Een dier bezit, net als de mens, cognitie. In de meest basale vorm een non-representerende schakel tussen een omgevingsprikkel en gedrag. Instructies (niet noodzakelijkerwijs psychologisch of mentaal) die bijvoorbeeld een bacterie laten navigeren naar bepaalde chemicaliën, maar er bijvoorbeeld ook voor zorgen dat een zebra vlucht voor een leeuw. Er is, ook in het dierenrijk, altijd een interne functie die informatie verwerkt over een bepaalde stand van zaken in de werkelijkheid.
Sommige dieren zijn staat hun waarnemingen en adviezen te communiceren met soortgenoten. Deze communicatie kan imo wel of niet waar zijn. Een aap kan ten onrechte de groep waarschuwen voor gevaar. Een koe die denkt dat die de boer ziet en begint te loeien. Ook kunnen dieren, zonder communicatie een beeld hebben dat klopt met de werkelijkheid. Een konijn dat bv net op tijd een arend ziet en vlucht. Deze cognitie kan ook niet overeen komen met de werkelijkheid. Een buffel die krokodil even over het hoofd had gezien.
Dierlijke cognities kunnen in deze zin dus weer waar en onwaar zijn. Dat geldt ook voor de communicatie tussen de dieren die dit kunnen.
(Wie hier aan twijfelt moet maar eens met een biefstuk in de hand gaan uitzoeken hoe vatbaar voor bedrog de zintuigen van een leeuw zijn. :D )
Het is voor deze discussie denk ik een vruchteloze weg om te onderzoeken hoezeer een mens zich kan verplaatsen in een dier.
Als toevoeging lijkt mij dit wel een aardige richting voor een discussie. In de evolutie hebben de zintuigen zich gevormd als resultante van de [i]fit[/i] tussen zintuig en omgeving. Door het objectieve bestaan van o.a. alle fysieke, noodzakelijke voorwaarden voor geluid, heeft de vleermuis een zintuig kunnen ontwikkelen die levenskansen biedt. De wetenschap is in staat om (ultrasoon) geluid juist te theoretiseren, zij is tegelijkertijd in staat om het zintuig van de vleermuis te theoretiseren. Uit het bestaan van een vleesmuis mag men imo dus zelfs afleiden dat het alles wat noodzakelijk is voor het functioneren van de vleermuis, [b]onbetwistbaar[/b] bestaat. Vergelijkbare redeneringen zijn mogelijk voor alle zintuigen van alle dieren, waarmee het kenbare/gekende deel van de werkelijkheid zeer groot is. En ook de mens kan daar kennelijk, met of zonder hulp van de wetenschap, kennis over ontwikkelen.
Hieruit volgen een aantal waarheden, die -wat mij betreft- uitdrukking geeft aan een zeer, zeer diepe soort waarheid ;) ;) :
- De werkelijkheid bestaat en is, zeker deels, kenbaar voor de mens;
- De mens, als kennend dier, is zelf een onderdeel van deze werkelijkheid en is zintuiglijk, mentaal en gedragsmatig gevormd door deze reële werkelijkheid;
- Dit sluit uit dat kennis metafysieke, a-prioristische, zielgeladen, mystieke, esoterische, God-gegeven of andere anti-realistische gronden heeft.
- En onderstreept dat cognitie of kennis 'waar' moeten [b]kunnen[/b] zijn om evolutionair voordelig te kunnen zijn.
- [b]Waarheid bestaat in cognitieve, communicatieve, selecterende en dus in zeer reële zin.[/b]