door bkwb » di 30 okt 2007, 11:11
Het schooljaar is nog maar net bezig en toch heb ik als student IW al een heel pak informatie naar binnen gekregen. Bohr en Sommerfeld en al de rest zijn reeds de revue gepaseerd. Waaronder (gelukkig voor jou) ook de 4 kwantumgetallen. Eerst even kort overlopen van groot naar klein.. dan wordt spin direct duidelijk.
n= hoofdkwantum getal
1,2,3,4,5,6,7 zijn de mogelijke hoofdkwantum getallen ze komen overeen met de schillen
k,l,m,n,o,p,q deze geven aan hoever de elektronen van de kern verwijderd zijn.. k het dichts en q het verst
l= nevenkwantum getal
dit geeft de subniveau's weer deze gaan van
0,1,...(tot n-1) Het aantal subniveaus per schil of per energieniveau is dus gelijk aan de waarde van n. om verwarring tussen de getallen te vermijden worden ook hier letters mee gelijk gesteld
de 4 eerste zijn de belangrijkste en worden het vaakst gebruikt van klein naar groot: s,p,d,f
Een s subniveau kan 2 elektronen bevatten een p 6 een d 10 en een f 14
De combinatie van het nevenkwantum getal en het hoofdkwantum getal geert de energiewaarde aan van een elektron op deze schillen.
het is vrij ingewikkeld zo is bevoorbeeld een 3d schil hoger in energie waarde dan een 4s schil. (volgorde van de kwantum getallen is n,l) toch is dit met het diagonaal schema makkelijk te onthouden. (zoek mr eens op google je komt vast iets tegen)
ml= magnetisch kwantumgetal
varieert van -L tot +L deze heeft geen letter geasocieerd met het getal en is in het leven geroepen omdat er per subniveau nog verschillende "banen" zijn iedere baan kan slechts 2 elektronen bevatten.
(vandaar heeft een s subniveau (l=0) slechts 1 baan ml is dan ook 0)
(een p subniveau (l=1) 3 banen ml= -1,0,+1)
etc.
ms= het spinkwantumgetal
dit kan 2 waarden hebben: +1/2(spin up) of -1/2(spin down)
een elektron heeft altijd een negatieve lading. hierdoor zou het onmogelijk zijn om een doublet of een elektronenpaar te vormen(gelijke ladingen stoten af). toch komen in bindingen bevoorbeeld gepaarde elektronen voor. als het ene elektron spin up heeft en het andere spin down hebben ze een verschillende elektrische waarde (kan niet op z'n naam komen maar denk maar aan de persoon die met een geleider door een magneet bewoog, draai de polen om en de stroom zal van zin veranderen) hierdoor kunnen ze wel een doublet vormen.
simpelweg kunnen we zeggen: (verbodsregel van pauli)
in eenzelfde atoom kunnen nooit 2 elektronen voorkomen met dezelfde waarde voor de 4 kwantumgetallen.
als 2 elektronen dus op identiek dezelfde baan bevinden (max 2 elektronen per baan (zie ml)) dan zullen n,l en ml gelijk zijn maar dan zal ms verschillend zijn. waardoor hun elektrische lading verschilt en ze toch kunnen paren.
k hoop dat je er iets aan heby
Het schooljaar is nog maar net bezig en toch heb ik als student IW al een heel pak informatie naar binnen gekregen. Bohr en Sommerfeld en al de rest zijn reeds de revue gepaseerd. Waaronder (gelukkig voor jou) ook de 4 kwantumgetallen. Eerst even kort overlopen van groot naar klein.. dan wordt spin direct duidelijk.
n= hoofdkwantum getal
1,2,3,4,5,6,7 zijn de mogelijke hoofdkwantum getallen ze komen overeen met de schillen
k,l,m,n,o,p,q deze geven aan hoever de elektronen van de kern verwijderd zijn.. k het dichts en q het verst
l= nevenkwantum getal
dit geeft de subniveau's weer deze gaan van
0,1,...(tot n-1) Het aantal subniveaus per schil of per energieniveau is dus gelijk aan de waarde van n. om verwarring tussen de getallen te vermijden worden ook hier letters mee gelijk gesteld
de 4 eerste zijn de belangrijkste en worden het vaakst gebruikt van klein naar groot: s,p,d,f
Een s subniveau kan 2 elektronen bevatten een p 6 een d 10 en een f 14
De combinatie van het nevenkwantum getal en het hoofdkwantum getal geert de energiewaarde aan van een elektron op deze schillen.
het is vrij ingewikkeld zo is bevoorbeeld een 3d schil hoger in energie waarde dan een 4s schil. (volgorde van de kwantum getallen is n,l) toch is dit met het diagonaal schema makkelijk te onthouden. (zoek mr eens op google je komt vast iets tegen)
ml= magnetisch kwantumgetal
varieert van -L tot +L deze heeft geen letter geasocieerd met het getal en is in het leven geroepen omdat er per subniveau nog verschillende "banen" zijn iedere baan kan slechts 2 elektronen bevatten.
(vandaar heeft een s subniveau (l=0) slechts 1 baan ml is dan ook 0)
(een p subniveau (l=1) 3 banen ml= -1,0,+1)
etc.
ms= het spinkwantumgetal
dit kan 2 waarden hebben: +1/2(spin up) of -1/2(spin down)
een elektron heeft altijd een negatieve lading. hierdoor zou het onmogelijk zijn om een doublet of een elektronenpaar te vormen(gelijke ladingen stoten af). toch komen in bindingen bevoorbeeld gepaarde elektronen voor. als het ene elektron spin up heeft en het andere spin down hebben ze een verschillende elektrische waarde (kan niet op z'n naam komen maar denk maar aan de persoon die met een geleider door een magneet bewoog, draai de polen om en de stroom zal van zin veranderen) hierdoor kunnen ze wel een doublet vormen.
simpelweg kunnen we zeggen: (verbodsregel van pauli)
in eenzelfde atoom kunnen nooit 2 elektronen voorkomen met dezelfde waarde voor de 4 kwantumgetallen.
als 2 elektronen dus op identiek dezelfde baan bevinden (max 2 elektronen per baan (zie ml)) dan zullen n,l en ml gelijk zijn maar dan zal ms verschillend zijn. waardoor hun elektrische lading verschilt en ze toch kunnen paren.
k hoop dat je er iets aan heby