Doordat er VOOR (ervoor is vereiste) de klachten er een feit heeft voorgedaan, en dezelfde klachten (zonder fysiek letsel maar alleen een gevoel. gevoel is een ervaring) bij diverse mensen zijn geanalyseerd, en dat de analyse door geschoolde/daarvoor gekwalificeerde mensen zijn uitgevoerd en in kaart is gebracht en er is een hypothese over (met zijn eigen evidenties en eigen experimenten die het mogelijk onderuit kunnen halen), mag er worden aangenomen dat er voldoende evidentie is (dit is dus de evidentie over het ziektebeeld en dus niet de evidentie die de hypothese bekrachtigd) om de klacht als zodanig serieus te nemen dat er naar een behandeling gezocht moet gaan worden? En dit alles heeft ook nog weer zijn eigen experimenten die het ziektebeeld onderuit kunnen halen.
Ik heb het gevoel dat je het werkelijk probeert te vatten. Misschien is het gemakkelijker als we een voorbeeld behandelen. We nemen bijvoorbeeld CVS als illustratie. Let op, ik geef hier niet gedetailleerd weer hoe onderzoek gebeurt.
Het begint met de indicatie dat er mensen zijn die zich zeer snel moe voelen, mensen met een bepaalde ervaring dus. Hier dient zich echter al een eerste verschil aan met - laat ons bij het voorbeeld blijven dat aanleiding gaf tot je vraag - ESP: er is geen reden om aan het bestaan van vermoeidheid te twijfelen.
We blijven echter achterdochtig. Ze kunnen wel zeggen dat ze zich zeer snel moe voelen, maar daar zijn we niks mee. We gaan dus de familie bevragen: "Is papa snel moe?", "Is uw man snel vermoeid?",... Daarmee hebben we ook enkele indicaties voor het gedrag van degene die zegt snel moe te zijn. Er wordt na minieme inspanningen inderdaad gedrag gesteld dat iemand die moe is ook stelt. Hier dient zich nog een belangrijk punt aan: de observatie kan gedaan worden door verschillende (liefst onafhankelijke) waarnemers.
We zijn nóg niet tevreden, want mensen kunnen best andere mensen misleiden. Gelukkig hebben we een batterij eenvoudige tests waaruit we kunnen afleiden of deze mensen echt snel vermoeid raken.
We hebben dus een duidelijk ziektebeeld. We gaan nu op zoek naar oorzaken. Verscheidene elementen zouden bijvoorbeeld kunnen passen in het ziektebeeld van depressie, van slaapstoornissen,... We sluiten deze uit. We zorgen ervoor dat we ook alle mogelijke en gekende somatische (m.a.w. fysieke) oorzaken kunnen uitsluiten. We hebben een differentiaaldiagnose. Het ziektebeeld blijkt op zichzelf te staan. We gaan het dan ook zo benoemen en we blijven zoeken naar de oorzaken.
Je ziet dat de ervaring op zich ons niets wijzer maakt. We moeten wetenschappelijk onderzoek verrichten.
[quote]Doordat er VOOR (ervoor is vereiste) de klachten er een feit heeft voorgedaan, en dezelfde klachten (zonder fysiek letsel maar alleen een gevoel. gevoel is een ervaring) bij diverse mensen zijn geanalyseerd, en dat de analyse door geschoolde/daarvoor gekwalificeerde mensen zijn uitgevoerd en in kaart is gebracht en er is een hypothese over (met zijn eigen evidenties en eigen experimenten die het mogelijk onderuit kunnen halen), mag er worden aangenomen dat er voldoende evidentie is (dit is dus de evidentie over het ziektebeeld en dus niet de evidentie die de hypothese bekrachtigd) om de klacht als zodanig serieus te nemen dat er naar een behandeling gezocht moet gaan worden? En dit alles heeft ook nog weer zijn eigen experimenten die het ziektebeeld onderuit kunnen halen.[/quote]
Ik heb het gevoel dat je het werkelijk probeert te vatten. Misschien is het gemakkelijker als we een voorbeeld behandelen. We nemen bijvoorbeeld CVS als illustratie. Let op, ik geef hier niet gedetailleerd weer hoe onderzoek gebeurt.
Het begint met de indicatie dat er mensen zijn die zich zeer snel moe voelen, mensen met een bepaalde ervaring dus. Hier dient zich echter al een eerste verschil aan met - laat ons bij het voorbeeld blijven dat aanleiding gaf tot je vraag - ESP: er is geen reden om aan het bestaan van vermoeidheid te twijfelen.
We blijven echter achterdochtig. Ze kunnen wel zeggen dat ze zich zeer snel moe voelen, maar daar zijn we niks mee. We gaan dus de familie bevragen: "Is papa snel moe?", "Is uw man snel vermoeid?",... Daarmee hebben we ook enkele indicaties voor het gedrag van degene die zegt snel moe te zijn. Er wordt na minieme inspanningen inderdaad gedrag gesteld dat iemand die moe is ook stelt. Hier dient zich nog een belangrijk punt aan: de observatie kan gedaan worden door verschillende (liefst onafhankelijke) waarnemers.
We zijn nóg niet tevreden, want mensen kunnen best andere mensen misleiden. Gelukkig hebben we een batterij eenvoudige tests waaruit we kunnen afleiden of deze mensen echt snel vermoeid raken.
We hebben dus een duidelijk ziektebeeld. We gaan nu op zoek naar oorzaken. Verscheidene elementen zouden bijvoorbeeld kunnen passen in het ziektebeeld van depressie, van slaapstoornissen,... We sluiten deze uit. We zorgen ervoor dat we ook alle mogelijke en gekende somatische (m.a.w. fysieke) oorzaken kunnen uitsluiten. We hebben een differentiaaldiagnose. Het ziektebeeld blijkt op zichzelf te staan. We gaan het dan ook zo benoemen en we blijven zoeken naar de oorzaken.
Je ziet dat de ervaring op zich ons niets wijzer maakt. We moeten wetenschappelijk onderzoek verrichten.