door physicalattraction » di 01 jul 2008, 17:32
De rustmassa van een atoomkern is gedefinieerd als de rustmassa van de individuele deeltjes (protonen en neutronen) plus de bindingsenergie, omgerekend naar een massa middels Einsteins formule. De bindingsenergie is echter negatief, dus hoe groter de bindingsenergie, hoe lager de rustmassa van een atoomkern.
Beschouw eens een heliumkern die zich wil opsplitsen in twee (zwaar) waterstofkernen. Ze zitten echter gebonden, dus het kost energie om ze los van elkaar te trekken. Dit betekent dat de bindingsenergie van de heliumkern groter is dan de bindingsenergieën van de twee waterstofkernen samen. Conclusie: de rustmassa van een heliumkern (oftewel de rustmassa van twee protonen, twee neutronen plus de (negatieve) bindingsenergie) is kleiner dan de rustmassa van twee watersofkernen (oftewel de rustmassa van twee protonen, twee neutronen plus twee keer de (negatieve, kleinere) bindingsenergie). Bij fusie van waterstof naar helium is dus massa omgezet in energie.
Bij splijting werkt dit in principe idem dito. Stel dat een telluriumkern splitst in twee ijzerkernen (dit is niet mogelijk, maar om het uit te leggen is het een goed voorbeeld). Zoals gezegd hebben ijzerkernen de grootste bindingsenergie, dus de massa van twee ijzerkernen (oftewel de massa van twee keer 26 protonen, twee keer een hoop neutronen plus twee keer de (negatieve, grote) bindingsenergie) is kleiner dan de massa van een telluriumkern (oftewel de massa van 52 protonen, evenveel neutronen plus de (negatieve, kleinere) bindingsenergie). Bij splijting van tellurium naar ijzer is dus wederom massa omgezet in energie.
De rustmassa van een atoomkern is gedefinieerd als de rustmassa van de individuele deeltjes (protonen en neutronen) plus de bindingsenergie, omgerekend naar een massa middels Einsteins formule. De bindingsenergie is echter negatief, dus hoe groter de bindingsenergie, hoe lager de rustmassa van een atoomkern.
Beschouw eens een heliumkern die zich wil opsplitsen in twee (zwaar) waterstofkernen. Ze zitten echter gebonden, dus het kost energie om ze los van elkaar te trekken. Dit betekent dat de bindingsenergie van de heliumkern groter is dan de bindingsenergieën van de twee waterstofkernen samen. Conclusie: de rustmassa van een heliumkern (oftewel de rustmassa van twee protonen, twee neutronen plus de (negatieve) bindingsenergie) is kleiner dan de rustmassa van twee watersofkernen (oftewel de rustmassa van twee protonen, twee neutronen plus twee keer de (negatieve, kleinere) bindingsenergie). Bij fusie van waterstof naar helium is dus massa omgezet in energie.
Bij splijting werkt dit in principe idem dito. Stel dat een telluriumkern splitst in twee ijzerkernen (dit is niet mogelijk, maar om het uit te leggen is het een goed voorbeeld). Zoals gezegd hebben ijzerkernen de grootste bindingsenergie, dus de massa van twee ijzerkernen (oftewel de massa van twee keer 26 protonen, twee keer een hoop neutronen plus twee keer de (negatieve, grote) bindingsenergie) is kleiner dan de massa van een telluriumkern (oftewel de massa van 52 protonen, evenveel neutronen plus de (negatieve, kleinere) bindingsenergie). Bij splijting van tellurium naar ijzer is dus wederom massa omgezet in energie.