Rilke (geciteerd uit het kristalpaleis van Peter Sloterdijk)
'Alle wezens worden van de ene ruimte doortrokken:
wereldbinnenruimte. De vogels vliegen stil
door ons heen. O, ik die groeien wil
ik kijk naar buiten en in mij groeit de boom.
Ik ben bezorgd, en in mij staat het huis.'
Spinoza beschouwt vrijheid, als ik het goed begrepen heb, als je aard maximaal tot uitdrukking brengen in de wereld.
Het lijkt me het creatieve proces van kunst dit mogelijk maakt. (zoals je ook beschrijft)
Ook bestaat de éénheidservaring van subject en object in de waarneming en meebeleving vooral in muziek en dichtkunst. (zonder de verstorende ratio)
Allemaal binnenwereld belevingen (vandaar ter illlustratie bovenstaand gedicht) die overdraagbaar gemaakt worden naar andere binnenwerelden.
De ratio lijkt me meer verbonden met de buitenwereld (vooral de 'wetenschappelijke' blik)
Peter Sloterdijk zegt: We leven in een buiten dat binnensten draagt.
Als alles binnen gebracht wordt krijgen we de situatie van Rilke zoals weergegeven in dat gedicht.
Als alle uiterlijk gemaakt wordt krijgen we het wetenschappelijke en machtsbeeld.
Tussen deze twee bewegen we ons.
Vaag lijkt me dit wel iets ook met Spinoza te maken hebben: De twee kanten van de werkelijkheid; het geestelijke en het materiële.
Het creatieve proces zou een algemeen proces kunnen zijn dat zowel achter de kristallisatie's van de natuur als achter die van de kunst zou staan.
Wat het nieuwe, de mogelijkheid, de ontwikkeling is is het geheel gedetermineerde proces dat zich voor ons ontvouwt en waar we een bijdrage even gedetermineerd aan leveren.
Het gebrek aan overzicht - doordat we deel zijn van en ons stukje werkelijkheid klein - maakt het idee van vrijheid praktisch bruikbaar. (naar Kant's praktische rede)
Wat gevoel nog steeds niet duidelijk maakt.