Ken je de volgende formules?
\(\forall\ a,b \in \rr^+_0\ \backslash \left\{1\right\} \forall\ c \in \rr^+_0\ : \log_ab \cdot \log_bc = \log_ac\)
\(\forall\ a,b \in \rr^+_0\ \backslash \left\{1\right\} \forall\ c \in \rr^+_0\ : \log_ac = \log_bc \cdot \frac{1}{\log_ba}\)
Geen idee of ze hier het efficiëntst zijn, maar die komen het eerst bij me op.
PS: Je werkt hier met een logaritmische vergelijking met een onbekende in het grondtal. Dat grondtal mag echter niet zomaar alles zijn, dus zul je een bestaansvoorwaarde moeten opstellen.
PPS: Let maar niet te veel op die "versiering"
\(\forall \cdots\)
. Ik wil nogal correct zijn, maar ik neem aan dat je zelf wel goed genoeg weet welke beperkingen er opgelegd zijn aan het grondtal en het getal waarvan de logaritme genomen wordt.