door Benedict Broere » ma 16 feb 2009, 16:10
Nabob,
Nou, het is erg veel wat je zegt, en al pogende een behoorlijke respons te bedenken, hoop ik dat ik je recht doe.
Maar nog even recapitulerend, je wijst op het problematische van geschiedschrijving, en al schrijvende zijn we gekomen tot zo iets als een inventarisatie van wat dat problematische allemaal inhoudt, dat rijtje punten en jouw adequate commentaar daarbij.
Nu weet ik niet of dat rijtje al compleet is, maar al met al levert het wel voorlopig al een aardige metapositie op.
Want, by the way, Klukhuhn bedoelt met zijn metapositie natuurlijk niet een nieuwe kenwijze, maar een besef van die twee tegengestelde maar complementaire kenwijzen en hun werkzaamheid in het genereren van cultuur. En zelf verwijst hij daarbij naar werk van psychologe Rita Carter. Maar in werkelijkheid verwijst het natuurlijk allemaal naar het met de Nobelprijs bekroonde werk van Roger Sperry.
Dat metapositie lijkt mij daarom beter te begrijpen als een vorm van toewerken naar objectiviteit, zoals ook Gademars spreken over interpretaties de lezer besef bij brengt van het bestaan ervan en de werking ervan, en het besef dat je daar ook zelf steeds ten nauwste mee te maken hebt, steeds geneigd bent dingen te zien door een bepaalde bril, interpretatie.
Vervolgens wijs ik bij wijze van illustratie op die Leezenberg-Jansen-kwestie en het stand-up-commentaar van Pat Condell, niet slechts vanwege mijn eigen islam-paranoia, want dat speelt ongetwijfeld een rol, maar vooral om te laten zien hoezeer het problematische van de geschiedschrijving een rol speelt in zelfs de hedendaagse discussies en maatschappelijke processen.
Maar
Het lijkt mij nu belangrijk om in te zoomen op werkelijk iets kernachtigs dat je zegt, namelijk dat van het belang van de geschiedschrijving.
Tussendoor wil ik nog opmerken dat ik met dat psychoanalyse doelde op het gebruik van psychiaters om aan zelfanalyse te doen, teneinde beter in staat te zijn om te snappen wat er in andermans hoofd omgaat.
Maar goed, je schrijft:
>>>> De geschiedenis en daar ben ik van overtuigd, is de meest intellectuele -meer nog dan de filosofie- discipline binnen het pantheon van de wetenschappen. Het is tevens de meest problematische, onder meer door de kwestie van afwezigheid van het onderzoeksobject en het daaraan gerelateerde vraagstuk van objectiviteit/subjectiviteit. Tevens, en dat brengt mij bij de kern van mijn stelling, is het de discipline die ons het best in staat stelt om inzicht te verschaffen in onze identiteit en de daaraan gerelateerde veranderlijkheid van onze leefwereld. Historisch besef is een noodzakelijke voorwaarde voor de continuïteit van een gemeenschap en sui generis voor het politieke handelen. Het opgenomen zijn van een historicus in de geschiedenis en in de eigen gemeenschap maakt dat de geschiedschrijving moeilijker in kaart te brengen is -en een gewichtiger wetenschappelijke discipline is- dan de sociologische, psychologische en natuurwetenschappen. <<<<
Ja ok, eens, wat zal ik zeggen
Maar nee
Toch niet.
Want ik denk dat het uiteindelijk toch steeds de filosofie is die, per definitie haast, zou ik zeggen, alles wat zich maar aandient vanuit, op zn minst, alle wetenschappen, dus inclusief de geschiedschrijving, absorbeert en verteert en probeert daar kaas van te maken als het ware.
Want als het gaat om bijvoorbeeld de vraag naar de mens en de wereld en hoe die samenhangen, en wat het is en waarom enzovoort, dan denk ik dat je toch bij uitstek een filosofische vraag te pakken hebt. En natuurlijk, geen filosoof zal daarbij geschiedschrijving en de problematiek daarvan negeren, want het is zonder meer een van de rijkste bronnen van mens en wereld.
Misschien is het wel zo dat geschiedschrijving en filosofie aan het mergen zijn, dat zij zozeer in elkaars veld van zoeken terecht zijn gekomen, dat je uiteindelijk niet meer precies weet welk naampje je er aan geven moet.
Maar uiteindelijk denk ik toch dat filosofie nog wat dieper aan het harken is, en echt tot op de bodem wil gaan, hoezeer je daarmee ook uiteindelijk het veld van wetenschap verlaat en terecht komt in de wereld van metafysica en kunst, en ook mystiek, vind ik.
Maar misschien heb je toch wel gelijk, in die zin dat geschiedschrijving een multidisciplinaire wetenschap is, die juist ook in dat veld van wetenschap wil blijven, waarnaast de filosofie geneigd is verder te gaan, het speculatieve op te zoeken, het plausibele.
Maar dat inzicht waar je van spreekt, dat is dan vooral ook een in kaart brengen van onzekerheid. Van ontdekken van waar nog enigszins het woord kennis aan te verbinden is, het opzoeken van de grens die de filosofie zich zeker beseffen zal en gretig bekijken zal, maar als een uitdaging zal zien om daar al denkend overheen te gaan.
Nabob,
Nou, het is erg veel wat je zegt, en al pogende een behoorlijke respons te bedenken, hoop ik dat ik je recht doe.
Maar nog even recapitulerend, je wijst op het problematische van geschiedschrijving, en al schrijvende zijn we gekomen tot zo iets als een inventarisatie van wat dat problematische allemaal inhoudt, dat rijtje punten en jouw adequate commentaar daarbij.
Nu weet ik niet of dat rijtje al compleet is, maar al met al levert het wel voorlopig al een aardige metapositie op.
Want, by the way, Klukhuhn bedoelt met zijn metapositie natuurlijk niet een nieuwe kenwijze, maar een besef van die twee tegengestelde maar complementaire kenwijzen en hun werkzaamheid in het genereren van cultuur. En zelf verwijst hij daarbij naar werk van psychologe Rita Carter. Maar in werkelijkheid verwijst het natuurlijk allemaal naar het met de Nobelprijs bekroonde werk van Roger Sperry.
Dat metapositie lijkt mij daarom beter te begrijpen als een vorm van toewerken naar objectiviteit, zoals ook Gademars spreken over interpretaties de lezer besef bij brengt van het bestaan ervan en de werking ervan, en het besef dat je daar ook zelf steeds ten nauwste mee te maken hebt, steeds geneigd bent dingen te zien door een bepaalde bril, interpretatie.
Vervolgens wijs ik bij wijze van illustratie op die Leezenberg-Jansen-kwestie en het stand-up-commentaar van Pat Condell, niet slechts vanwege mijn eigen islam-paranoia, want dat speelt ongetwijfeld een rol, maar vooral om te laten zien hoezeer het problematische van de geschiedschrijving een rol speelt in zelfs de hedendaagse discussies en maatschappelijke processen.
Maar
Het lijkt mij nu belangrijk om in te zoomen op werkelijk iets kernachtigs dat je zegt, namelijk dat van het belang van de geschiedschrijving.
Tussendoor wil ik nog opmerken dat ik met dat psychoanalyse doelde op het gebruik van psychiaters om aan zelfanalyse te doen, teneinde beter in staat te zijn om te snappen wat er in andermans hoofd omgaat.
Maar goed, je schrijft:
>>>> De geschiedenis en daar ben ik van overtuigd, is de meest intellectuele -meer nog dan de filosofie- discipline binnen het pantheon van de wetenschappen. Het is tevens de meest problematische, onder meer door de kwestie van afwezigheid van het onderzoeksobject en het daaraan gerelateerde vraagstuk van objectiviteit/subjectiviteit. Tevens, en dat brengt mij bij de kern van mijn stelling, is het de discipline die ons het best in staat stelt om inzicht te verschaffen in onze identiteit en de daaraan gerelateerde veranderlijkheid van onze leefwereld. Historisch besef is een noodzakelijke voorwaarde voor de continuïteit van een gemeenschap en sui generis voor het politieke handelen. Het opgenomen zijn van een historicus in de geschiedenis en in de eigen gemeenschap maakt dat de geschiedschrijving moeilijker in kaart te brengen is -en een gewichtiger wetenschappelijke discipline is- dan de sociologische, psychologische en natuurwetenschappen. <<<<
Ja ok, eens, wat zal ik zeggen
Maar nee
Toch niet.
Want ik denk dat het uiteindelijk toch steeds de filosofie is die, per definitie haast, zou ik zeggen, alles wat zich maar aandient vanuit, op zn minst, alle wetenschappen, dus inclusief de geschiedschrijving, absorbeert en verteert en probeert daar kaas van te maken als het ware.
Want als het gaat om bijvoorbeeld de vraag naar de mens en de wereld en hoe die samenhangen, en wat het is en waarom enzovoort, dan denk ik dat je toch bij uitstek een filosofische vraag te pakken hebt. En natuurlijk, geen filosoof zal daarbij geschiedschrijving en de problematiek daarvan negeren, want het is zonder meer een van de rijkste bronnen van mens en wereld.
Misschien is het wel zo dat geschiedschrijving en filosofie aan het mergen zijn, dat zij zozeer in elkaars veld van zoeken terecht zijn gekomen, dat je uiteindelijk niet meer precies weet welk naampje je er aan geven moet.
Maar uiteindelijk denk ik toch dat filosofie nog wat dieper aan het harken is, en echt tot op de bodem wil gaan, hoezeer je daarmee ook uiteindelijk het veld van wetenschap verlaat en terecht komt in de wereld van metafysica en kunst, en ook mystiek, vind ik.
Maar misschien heb je toch wel gelijk, in die zin dat geschiedschrijving een multidisciplinaire wetenschap is, die juist ook in dat veld van wetenschap wil blijven, waarnaast de filosofie geneigd is verder te gaan, het speculatieve op te zoeken, het plausibele.
Maar dat inzicht waar je van spreekt, dat is dan vooral ook een in kaart brengen van onzekerheid. Van ontdekken van waar nog enigszins het woord kennis aan te verbinden is, het opzoeken van de grens die de filosofie zich zeker beseffen zal en gretig bekijken zal, maar als een uitdaging zal zien om daar al denkend overheen te gaan.