door Jan van de Velde » do 18 jun 2009, 00:41
Zwaartekracht vind je tussen álles wat massa heeft.
Dus ook tussen bijvoorbeeld twee ballen.
Als de ballen meer massa hebben (in de volksmond: zwaarder zijn) trekken ze elkaar sterker aan. Dus twee loden ballen trekken elkaar sterker aan dan twee even grote rubberen ballen.
Ook als de twee ballen dichter bij elkaar liggen trekken ze elkaar sterker aan. En die afstand meet je dan tussen de middelpunten van de ballen.
Nou is onze aarde niet zo heel regelmatig opgebouwd. Op sommige plekken vind je grote granietmassa's (zwaar) onder het aardoppervlak, op andere een zeer poreuze kalksteen (licht) bijvoorbeeld. De rest van de aarde telt ook mee, maar dat wat direct onder je voeten ligt telt wat meer mee omdat het zo dichtbij is. Dat zorgt voor heel plaatselijke, kleine afwijkingen van de gemiddelde zwaartekracht.
Dan de grootste afwijking: de aarde is geen mooie ronde bol. Omdat ze rond haar as draait (een rondje per dag) is ze op de evenaar wat dikker dan op de polen. De aarde is dus een klein beetje afgeplat.
Op de polen sta je al gauw ongeveer 22 km dichterbij het middelpunt van de aarde dan wanneer je op de evenaar staat.
Je staat op de pool dus eigenlijk een beetje dichter bij de aarde.
Ik zei al dat aantrekkingskracht sterker is als twee voorwerpen dichter bij elkaar zijn. 6378 of 6356 km naar het middelpunt gemeten, het is maar een klein verschil. Maar als je weegschaal op de evenaar 100 kg aanwijst, zal die op de pool toch al gauw een halve kilogram méér aangeven, dankzij de wat sterkere zwaartekracht, omdat je daar iets dichter bij het middelpunt van de aarde staat. Een halve procent verschil dus ongeveer.
Daar kun je dan nóg een effect bij optellen: op de evenaar draai je rond als op de buitenkant van een centrifuge, je wordt dus een beetje naar buiten gecentrifugeerd. Daardoor voel je je óók nog wat lichter, scheelt mogelijk wéér 100 g op die 100 kg, nóg een tiende procentje erbij.
Zwaartekracht vind je tussen álles wat massa heeft.
Dus ook tussen bijvoorbeeld twee ballen.
Als de ballen meer massa hebben (in de volksmond: zwaarder zijn) trekken ze elkaar sterker aan. Dus twee loden ballen trekken elkaar sterker aan dan twee even grote rubberen ballen.
Ook als de twee ballen dichter bij elkaar liggen trekken ze elkaar sterker aan. En die afstand meet je dan tussen de middelpunten van de ballen.
Nou is onze aarde niet zo heel regelmatig opgebouwd. Op sommige plekken vind je grote granietmassa's (zwaar) onder het aardoppervlak, op andere een zeer poreuze kalksteen (licht) bijvoorbeeld. De rest van de aarde telt ook mee, maar dat wat direct onder je voeten ligt telt wat meer mee omdat het zo dichtbij is. Dat zorgt voor heel plaatselijke, kleine afwijkingen van de gemiddelde zwaartekracht.
Dan de grootste afwijking: de aarde is geen mooie ronde bol. Omdat ze rond haar as draait (een rondje per dag) is ze op de evenaar wat dikker dan op de polen. De aarde is dus een klein beetje afgeplat.
Op de polen sta je al gauw ongeveer 22 km dichterbij het middelpunt van de aarde dan wanneer je op de evenaar staat.
Je staat op de pool dus eigenlijk een beetje dichter bij de aarde.
Ik zei al dat aantrekkingskracht sterker is als twee voorwerpen dichter bij elkaar zijn. 6378 of 6356 km naar het middelpunt gemeten, het is maar een klein verschil. Maar als je weegschaal op de evenaar 100 kg aanwijst, zal die op de pool toch al gauw een halve kilogram méér aangeven, dankzij de wat sterkere zwaartekracht, omdat je daar iets dichter bij het middelpunt van de aarde staat. Een halve procent verschil dus ongeveer.
Daar kun je dan nóg een effect bij optellen: op de evenaar draai je rond als op de buitenkant van een centrifuge, je wordt dus een beetje naar buiten gecentrifugeerd. Daardoor voel je je óók nog wat lichter, scheelt mogelijk wéér 100 g op die 100 kg, nóg een tiende procentje erbij.