Plaats een reactie

Je mail wordt niet openbaar getoond. Het wordt enkel gebruik voor contact of notificatie vanuit het beheer.

🗨️ Wat vind jij? Stel direct je vraag of geef je mening – zonder registratie. Je reactie zet het topic weer bovenaan bij 'Laatste posts' en trekt snel nieuwe reacties aan🔥. Mocht je als vaste bezoeker willen reageren, dan kun je je ook registreren.

Bevestig dat je geen robot bent door de volgende vragen te beantwoorden.

Noor heeft 10 knikkers. Ze verliest er 4 in het gras. Hoeveel heeft ze er nog?

Antwoord: (vul een getal in)

Er zitten 5 vogels op een hek. Twee vliegen weg. Hoeveel blijven er zitten?

Antwoord: (vul een getal in)

Weergave uitklappen Voorafgaande berichten: [scheikunde] arts redoxreactie & reductiepotentiaal

Re: [scheikunde] arts redoxreactie & reductiepotentiaal

door Jan van de Velde » zo 06 jun 2010, 15:24

Mijn vraag: hoe vind je die coëfficiënten?
Makkelijker dan je waarschijnlijk denkt, en eigenlijk een hele basale kwestie: in een reaktievergelijking hoort lading links en rechts óók in evenwicht te zijn. Reaktievergelijkingen B en D kloppen dus eenvoudigweg niet, en had je als eerste kunnen schrappen zonder enig benul van redoxreacties.

http://sciencetalk.nl/forum/index.php?showtopic=109932

hier vind je in de vragen 16 en 56 gelijkaardige kwesties

[scheikunde] arts redoxreactie & reductiepotentiaal

door phaedra » zo 06 jun 2010, 14:52

Hallo

Ik heb uit de Antwerpse oefenbundel de volgende opgave gevonden:

Stel dat je in een waterige oplossign in standaardomstandigheden Fe³+, Fe²+, SN4+ en Sn²+ - ionen hebt. Van alle ionen is de concentratie 1,0 M. Gegeven wordt de strandaardreductie potentiaal van het koppel Fe³+ / Fe²+ = 0,77 volt en voor het koppel Sn4+ / Sn²+ = 0,15 volt.

Welke van volgende reacies verwacht je?

A. 2 Fe³+ + Sn²+ -> 2 Fe²+ + Sn4+

B. Fe³+ + Sn²+ -> Fe²+ + Sn4+

C. 2 Fe²+ + Sn4+ -> 2 Fe³+ + Sn²+

D. Fe²+ + Sn4+ -> Fe³+ + Sn²+

C en D kon ik al direct schrappen, vanwege dat de redenering dat

Stelsel 1 : Ox1/Red1 = V1 (hier 0,77 volt)

Stelsel 2 : Ox2/Red2 = V2 (hier 0,15 volt)

als V1>V2 dat Ox1 de oxidator is en Red2 de reductor

Twijfelde ik nog tussen A en B. Ik ging voor B, want ik snap niet hoe je die coëfficiënten vindt.

Bleek het antwoord toch A te zijn, dus de coëfficiënten spelen wel een belangrijke rol ...

Mijn vraag: hoe vind je die coëfficiënten?