Die functie wordt daar inderdaad oneindig. Maar daar kan je verder geen conclusie uit trekken voor een bepaald signaal of zo.
Misschien wordt het wat duidelijker met een figuur.
Ik heb een systeem dat volgende bode plot heeft

- bodeBand 2169 keer bekeken
Wat zegt de bovenste grafiek ons nu? We halen hieruit dat wanneer we een signaal door dit systeem sturen dat de lage en hoge frequenties onderdrukt worden, terwijl enkel een smalle band van de frequenties wordt doorgelaten (zo haal je bv 1 specifiek radiostation uit de lucht)
De bode plot geeft dus weer wat er gebeurt met de frequentieinhound van het signaal; je vermenigvuldigt de bode plot met het frequentiespectrum van je inganggsignaal en je hebt het uitgangssignaal.
Zoals je ziet hebben we hiervoor nergens polen (of nullen) voor nodig gehad. De grafiek heeft zelfs geen pool of nul.
Er is geen enkel signaal/frequentie die oneindig versterkt wordt.
Deze grafiek, is nu de plot van G(jw). Dus een de grafiek over de imaginaire as van G(s).
Uit G(jw) kunnen we achterhalen wat er gebeurt met eender welk willekeurig signaal. Waarom breiden we G(jw) dan uit naar het complexe vlak als we genoeg hebben aan de imaginaire as?
Wel, dit biedt een aantal voordelen, waaronder bijvoorbeeld de representatie; in het complexe vlak kan je elke veelterm ontbinden in zijn nulpunten, dus we kunnen een bepaalde transferfunctie G zeer eenvoudig weergeven door zijn polen en nullen. Verder zijn er ook een aantal eigenschappen van het systeem dat je kan afleiden uit de polen en nullen ligging in het complexe vlak.
Dit is de uitbreiding van G(jw) naar G(s):

- complexBand 2169 keer bekeken
De rode lijn is de reële as, de groene de imaginaire.
Zoals je kan zien is de groene lijn juist de bode plot van hierboven (een beetje vervormd aangezien de bode plot in logaritmische schaal staat).
Er zijn duidelijk twee polen in het linkerhalfvlak. Deze hebben ervoor gezorgd dat er een opslingering is in hun nabijheid op de imaginaire as, zodat we een doorlaatband krijgen in onze bodeplot en een bepaalde frequentieband kunnen filteren.
Dus:
G(s) biedt een eenvoudige en intuïtieve manier om een transferfunctie weer te geven door zijn polen en nullen en hieruit een aantal eigenschappen te halen van het systeem
G(jw) biedt een eenvoudige en intuïtieve manier om te zien wat er met de frequentieinhoud van het ingangssignaal gebeurt.
Maakt dit het wat duidelijker?
Die functie wordt daar inderdaad oneindig. Maar daar kan je verder geen conclusie uit trekken voor een bepaald signaal of zo.
Misschien wordt het wat duidelijker met een figuur.
Ik heb een systeem dat volgende bode plot heeft
[attachment=1]bodeBand.jpg[/attachment]
Wat zegt de bovenste grafiek ons nu? We halen hieruit dat wanneer we een signaal door dit systeem sturen dat de lage en hoge frequenties onderdrukt worden, terwijl enkel een smalle band van de frequenties wordt doorgelaten (zo haal je bv 1 specifiek radiostation uit de lucht)
De bode plot geeft dus weer wat er gebeurt met de frequentieinhound van het signaal; je vermenigvuldigt de bode plot met het frequentiespectrum van je inganggsignaal en je hebt het uitgangssignaal.
Zoals je ziet hebben we hiervoor nergens polen (of nullen) voor nodig gehad. De grafiek heeft zelfs geen pool of nul.
Er is geen enkel signaal/frequentie die oneindig versterkt wordt.
Deze grafiek, is nu de plot van G(jw). Dus een de grafiek over de imaginaire as van G(s).
Uit G(jw) kunnen we achterhalen wat er gebeurt met eender welk willekeurig signaal. Waarom breiden we G(jw) dan uit naar het complexe vlak als we genoeg hebben aan de imaginaire as?
Wel, dit biedt een aantal voordelen, waaronder bijvoorbeeld de representatie; in het complexe vlak kan je elke veelterm ontbinden in zijn nulpunten, dus we kunnen een bepaalde transferfunctie G zeer eenvoudig weergeven door zijn polen en nullen. Verder zijn er ook een aantal eigenschappen van het systeem dat je kan afleiden uit de polen en nullen ligging in het complexe vlak.
Dit is de uitbreiding van G(jw) naar G(s):
[attachment=0]complexBand.jpg[/attachment]
De rode lijn is de reële as, de groene de imaginaire.
Zoals je kan zien is de groene lijn juist de bode plot van hierboven (een beetje vervormd aangezien de bode plot in logaritmische schaal staat).
Er zijn duidelijk twee polen in het linkerhalfvlak. Deze hebben ervoor gezorgd dat er een opslingering is in hun nabijheid op de imaginaire as, zodat we een doorlaatband krijgen in onze bodeplot en een bepaalde frequentieband kunnen filteren.
Dus:
G(s) biedt een eenvoudige en intuïtieve manier om een transferfunctie weer te geven door zijn polen en nullen en hieruit een aantal eigenschappen te halen van het systeem
G(jw) biedt een eenvoudige en intuïtieve manier om te zien wat er met de frequentieinhoud van het ingangssignaal gebeurt.
Maakt dit het wat duidelijker?