door Marko » zo 22 aug 2010, 23:26
Helaas, het klopt nog steeds van geen kant. Een deel staat nu niet goed vanwege (waarschijnlijk) een onhandig gebruik van de chem-tag, maar een groot deel klopt gewoon niet.
Je hebt in ieder geval wel de molecuulformule van natriumperoxide goed. Maar daarna ga je heel erg de mist in. Er staat gegeven dat er reacties met water optreden. Daar moet je dus geen H+ of OH- bijhalen.
Je moet dus niet de ontstane stoffen laten reageren met H+ og OH[sp]-[/sup], onder de vorming van H2O, maar je moet ze laten reageren met H2O. Wat daarbij ontstaat mag je zelf bedenken.
Als voorbeeld natriumperoxide: Dat is een zout en bestaat uit Na+ en O22- ionen. Het is een natriumzout, dus goed oplosbaar, en het valt bij oplossen dus uiteen in de losse ionen. Je kunt dus opschrijven:
Na2O2 --> 2 Na+ + O22-
Nu is het zo dat het O22- ion een zwakke base is. Van alle zwakke basen is het wel een van de sterkere, dus verloopt er ook deels nog een zuur-basereactie met water:
O22- + H2O <--> HO2- + OH-
Merk op dat de laatste reactie een evenwichtsreactie is en niet volledig verloopt.
In de reactie tussen zwaveltrioxide en water ontstaat inderdaad H2SO4. Dat is echter een sterk zuur en splitst in water in H+ en HSO4-. De volledige reactie is dus
SO3 + H2O --> H+ + HSO4-
Bij sommige opleidingen wordt aangeleerd om H3O+ te schrijven i.p.v. H+. Beide komen op hetzelfde neer, alleen moet je in het geval van H3O+ nog een extra H2O schrijven aan de linkerkant van de pijl.
Bij sommige andere opleidingen wordt aangeleerd dat H2SO4 een tweewaardig sterk zuur is. Met andere woorden, dat H2SO4 altijd splitst in 2 H+ en SO42-. Dat is niet zo, maar wanneer iemand zo'n opleiding zou volgen, dan wordt de reactievergelijking:
SO3 + H2O --> SO42- + 2 H+
Verder: fosfor(V)oxide is P2O5. Ik snap wel een beetje hoe je bij PO3- komt, maar dat ion heet toch echt fosfiet.
De rest van je vragen betreffen basiskennis. Dit subforum is niet de plaats om dat te reproduceren. Sla je boek erop na, zou ik zeggen.
Helaas, het klopt nog steeds van geen kant. Een deel staat nu niet goed vanwege (waarschijnlijk) een onhandig gebruik van de chem-tag, maar een groot deel klopt gewoon niet.
Je hebt in ieder geval wel de molecuulformule van natriumperoxide goed. Maar daarna ga je heel erg de mist in. Er staat gegeven dat er reacties met water optreden. Daar moet je dus geen H[sup]+[/sup] of OH[sup]-[/sup] bijhalen.
Je moet dus niet de ontstane stoffen laten reageren met H[sup]+[/sup] og OH[sp]-[/sup], onder de vorming van H[sub]2[/sub]O, maar je moet ze laten reageren met H[sub]2[/sub]O. Wat daarbij ontstaat mag je zelf bedenken.
Als voorbeeld natriumperoxide: Dat is een zout en bestaat uit Na[sup]+[/sup] en O[sub]2[/sub][sup]2-[/sup] ionen. Het is een natriumzout, dus goed oplosbaar, en het valt bij oplossen dus uiteen in de losse ionen. Je kunt dus opschrijven:
Na[sub]2[/sub]O[sub]2[/sub] --> 2 Na[sup]+[/sup] + O[sub]2[/sub][sup]2-[/sup]
Nu is het zo dat het O[sub]2[/sub][sup]2-[/sup] ion een zwakke base is. Van alle zwakke basen is het wel een van de sterkere, dus verloopt er ook deels nog een zuur-basereactie met water:
O[sub]2[/sub][sup]2-[/sup] + H[sub]2[/sub]O <--> HO[sub]2[/sub][sup]-[/sup] + OH[sup]-[/sup]
Merk op dat de laatste reactie een evenwichtsreactie is en niet volledig verloopt.
In de reactie tussen zwaveltrioxide en water ontstaat inderdaad H[sub]2[/sub]SO[sub]4[/sub]. Dat is echter een sterk zuur en splitst in water in H[sup]+[/sup] en HSO[sub]4[/sub][sup]-[/sup]. De volledige reactie is dus
SO[sub]3[/sub] + H[sub]2[/sub]O --> H[sup]+[/sup] + HSO[sub]4[/sub][sup]-[/sup]
Bij sommige opleidingen wordt aangeleerd om H[sub]3[/sub]O[sup]+[/sup] te schrijven i.p.v. H[sup]+[/sup]. Beide komen op hetzelfde neer, alleen moet je in het geval van H[sub]3[/sub]O[sup]+[/sup] nog een extra H[sub]2[/sub]O schrijven aan de linkerkant van de pijl.
Bij sommige andere opleidingen wordt aangeleerd dat H[sub]2[/sub]SO[sub]4[/sub] een tweewaardig sterk zuur is. Met andere woorden, dat H[sub]2[/sub]SO[sub]4[/sub] altijd splitst in 2 H[sup]+[/sup] en SO[sub]4[/sub][sup]2-[/sup]. Dat is niet zo, maar wanneer iemand zo'n opleiding zou volgen, dan wordt de reactievergelijking:
SO[sub]3[/sub] + H[sub]2[/sub]O --> SO[sub]4[/sub][sup]2-[/sup] + 2 H[sup]+[/sup]
Verder: fosfor(V)oxide is P[sub]2[/sub]O[sub]5[/sub]. Ik snap wel een beetje hoe je bij PO[sub]3[/sub][sup]-[/sup] komt, maar dat ion heet toch echt fosfiet.
De rest van je vragen betreffen basiskennis. Dit subforum is niet de plaats om dat te reproduceren. Sla je boek erop na, zou ik zeggen.